Advertentie
Advertentie

De crash van '89De aarde beeft voor Tokio

Nadat Tokio op die memorabele eerste september in 1923 volledig verwoest werd door een zware aardbeving, verspreidden de vernederde Japanners het gerucht dat het Westerse wereldmachten een aardbevingenmachine hadden uitgevonden en die vervolgens op het hart van Japan hadden gericht, met desastreuze gevolgen. Honderden banken gingen bankroet, de beurs crashte, kortom : er kwam een einde aan het eerste echte Japanse Ekonomische Mirakel. De kans op een nieuwe en zeer zware aardbeving - die van 1923 mat 7.9 op de schaal van Richter - wordt hoe langer hoe groter. Uitgerekend Tokio ligt op een zeer wispelturig stukje aarde, waar vier van 's werelds twaalf platen bij elkaar komen. En aangezien aardbevingen er zich de jongste eeuwen zo om de 70 jaar of daaromtrent voor hebben gedaan, wordt het meteen aannemelijk waarom Tokio zich klaarmaakt voor de volgende konfrontatie die zich willekeurig ergens tussen vandaag en het einde van deze eeuw zal voordoen. Onlangs had het Britse magazine Business een gesprek met een jonge Japanse geoloog, Oda, die in opdracht van de regering een rapport opstelde in de vorm van een reportage over de Grote Aardbeving van Tokio, 1 september 1989. De schok van '89, die eenzelfde kracht heeft als die van '23, doodt volgens het rapport, 152.000 inwoners van Tokio en verwondt er 200.000. Twee minuten na de eerste schok blijken er 800.000 gebouwen verwoest te zijn (dat is zo'n 10 % van de stad); miljoenen huizen, die grotendeels in hout werden opgetrokken, branden af of worden zwaar beschadigd. In alle bestaande rampenplannen is er maar een veilige plek in heel Tokio opgenomen en dat is de rots waarop het keizerlijk paleis en de regeringsgebouwen liggen. Als dit betekent dat de Japanse funktionarissen de enigen zijn die zullen overleven, gniffelt Oda, hebben we meteen een verklaring voor de desinteresse vanwege de overheid voor dit probleem... Oda blijkt in Japan een courant voorkomende naam te zijn : een jonge naamgenoot-ekonomist heeft in een ander rapport de ekonomische gevolgen geschetst van The Great Tokio Earthquake 1989 en die zijn zo mogelijk nòg hallucinanter dan het gewone rampenscenario. Uitgangspunt vormen twee gebeurtenissen die de kwetsbaarheid van de beurs van Tokio aangetoond hebben. Enkele jaren geleden vernielde een brand in het kommunikatiehart van de beurs zeer essentiële financiële informatie; de crash van '87 had min of meer dezelfde gevolgen door het verouderde computersysteem van diezelfde beurs. Vervang deze incidenten echter door een aardbeving en je krijgt chaos. Door informatiegebrek en spekulatie crashen Japanse munt en aandelen. De grote Westerse verzekeraars die grote hoeveelheden Japans risico in portefeuille hebben, nemen eveneens een duik en sleuren in hun val de grote wereldbeurzen met zich mee. Stel dat Tokio enkele weken lang geen enkel teken van financieel leven geeft : de handel in Japanse aandelen valt volledig stil. Stel dat de heropbouw van Tokio op een - realistische - 1.3 triljoen dollar geschat wordt. Stel daarenboven dat de Japanse banken, die al jarenlang in het Westen Treasury bonds hebben gekocht, deze ingelost willen zien : die fenomenale plus minus 53.000.000.000.000 B.fr. zullen voornamelijk van New York en London moeten komen. Vanuit Japans standpunt bekeken is het de nationale appel voor de dorst die aangesproken wordt; vanuit Westers standpunt bekeken is het een nachtmerrie. Oda is nog niet aan de helft van zijn scenario toe : de vrije val van de beurzen wordt begeleid door een stijging van de rentes : 's werelds belangrijkste leners verdwijnen, verkopen hun obligaties, hun buitenlandse aandelen, hun platinum. Maar, zegt Oda, nog veel belangrijker is wat ze niet doen. Diezelfde belangrijkste leners (met name de elf Japanse banken die de helft van de 22 miljard dollar geleend hebben in de RJR-Nabisco overname) lénen niet langer; ze kopen ook geen real estate meer, en trekken als het ware de stop uit de internationale vastgoedmarkt. De geldstroom die het Westen als het ware gedurende een jaar of tien gevoed heeft, valt volledig weg. Japan valt van een handelsoverschot van 85 miljard dollar in '87 naar een handelsdeficit van 11 miljard dollar in '89. Voor de Westerse ekonomieën waart het inflatiespook rond, wanneer de rente met zo'n 5 procent zal gaan stijgen. De moraal van het verhaal is duidelijk. Japan zal - behalve de humanitaire en stoffelijke schade - met betrekkelijk weinig kleerscheuren uit het avontuur te voorschijn komen; voor de VS en Europa ligt dat wel even anders. Tot besluit een kleine anekdote van onze Business-confrater : wie vandaag de dag op het MITI vragen stelt over de Japanse handelsoverschotten, riskeert een antwoord te krijgen dat ongeveer klinkt als volgt : "Wanneer de Grote Aardbeving komt, gaan die wel vanzelf weg."CC >