De creatieve economie

ECONOMIE The Rise of the Creative Class Richard Florida2002, New York, Basic Books, 27 euro, 416 blz., ISBN 0-465-02476-9 (tijd) - Er zijn zo van die boeken die een enorme invloed hebben op het collectieve bewustzijn en het denken van een generatie van beleidsmakers, academici en mensen uit de praktijk. Daniel Bells 'The Coming of Post-Industrial Society' was zo'n boek. Het was een geslaagde oefening in sociale projectie wat betreft de opkomst van de informatie-economie en het toenemende belang van wetenschap als middel tot innovatie en technologische en sociale vooruitgang. 'Competitive Advantage' van de hand van Michael Porter was er ook zo een. Het formuleerde een nieuwe manier om over bedrijven na te denken - het concept van de 'value chain' - en gaf nieuw inzicht in hoe bedrijven er precies in slagen een comparatief voordeel ten aanzien van concurrenten te bewerkstelligen. Het vorig jaar verschenen 'The Rise of the Creative Class' van Richard Florida is ook een van die boeken. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk heeft het werk nu al de status van klassieker verworven - in sommige Angelsaksische kringen wordt gesproken van de nieuwe economische bijbel. Op het Europese vasteland en hier in Vlaanderen is de hype vooralsnog niet overgeslagen. Allicht moet daarvoor gewacht worden op een gepaste vertaling. Toch al even halt houden_ Creativiteit Voor alle duidelijkheid: 'The Rise of the Creative Class' is geen technofuturistisch verhaal. Wie op zoek is naar een nieuw pleidooi voor een onvoorwaardelijk vertrouwen in de kracht van technologie als tegengift voor de totaliteit van socio-economische pijnpunten of als middel tot verheffing van het volk, komt van een kale reis thuis. Evenmin vormt het boek een aanklacht of sociale kritiek op de expansie van nieuwe technologieen en geavanceerde vormen van het kapitalisme, zoals dat wordt gebracht door technopessimisten en auteurs uit de hoek van de andersglobalisten. Wat is het dan wel? Het werk is in de eerste plaats een zorgvuldig empirisch onderbouwde en methodische kroniek van fundamentele economische en de daarmee samenhangende sociale verandering. Deze karakterisering heeft vooral te maken met de auteur zelf: Richard Florida is namelijk professor Economische Ontwikkelingsleer aan de gereputeerde Carnegie Mellon University in Pittsburgh, Pennsylvania. De aantrekkingskracht (en het succes) van het werk ligt vooral in de innovatieve economische receptuur en beleidsrepercussies die Florida destilleert uit het grote verhaal van sociaal-economische transformatie. De essentie van dit verhaal valt te vatten in een slagzin: menselijke creativiteit is de drijvende kracht achter maatschappij en economie. Zowel op het werk als in andere delen van het leven neemt creativiteit een steeds belangrijkere plaats in. De creatieve impuls - de impuls om iets nieuws te creeren dat bruikbaar is - is wat de mens onderscheidt van andere soorten. In de huidige economie is creativiteit de bron van competitief voordeel. Florida schrijft: 'In alle vormen van bedrijvigheid zijn de winnaars zij die kunnen creeren en blijven creeren.' Toegevoegde waarde is het resultaat van het combineren van inputfactoren, materieel zowel als immaterieel, met creativiteit als rode draad. In de maatschappij voltrekken zich eveneens veranderingen in het zog van de diffusie van creativiteit. Diepgaande verbondenheid van het individu met familie, vrienden en organisaties is er steeds minder. In plaats daarvan zien we de verspreiding van vrijblijvende associatie tussen mensen onderling en een opwaardering van de persoonlijke individualiteit. Professor Florida schetst deze ontwikkelingen uitvoerig. Ze vormen de achtergrond voor de totstandkoming van een nieuwe klasse: de creatieve klasse. Die omvat mensen wier economische functie bestaat uit het creeren van nieuwe ideeen, nieuwe technologie en/of nieuwe inhoud. Florida verwijst naar designers, kunstenaars, artiesten, wetenschappers en onderzoekers, maar ook naar creatieve professionelen zoals advocaten, consulenten, marketeers en computerprogrammeurs. In de Verenigde Staten is de creatieve klasse momenteel 38 miljoen mensen rijk (of 30 procent van de werkende bevolking); de opbrengsten gegenereerd door de creatieve industrie bedroegen in 1999 2,24 triljoen dollar. Florida's onderzoek toont aan dat leden van de creatieve klasse er een uitgesproken waardepatroon op na houden. Individualiteit, meritocratie, openheid en diversiteit is wat creatieve mannen en vrouwen bezighoudt en motiveert. Deze waarden vinden een reflectie in de hoge waardering vanwege creatieve werkers voor niet-monetaire arbeidsfactoren, zoals verantwoordelijkheid, persoonlijke uitdaging, professionele ontwikkeling, participantencultuur, verbondenheid met de gemeenschap, enzovoort. Op de werkvloer in creatieve sectoren domineren dan weer de 'casual dress code', authentieke en artistieke kantoorinrichtingen en vooral flexibiliteit van de werkagenda. Daartegenover staat dat creatieve werkers doorgaans lange uren werken, precies omdat ze intrinsiek waarde putten uit de creatie van het nieuwe. Menselijk kapitaal Echt vernieuwend en baanbrekend is Florida in het laatste deel van zijn boek. Het uitgangspunt is dat talent - menselijk kapitaal - de basis vormt van economische groei en ontwikkeling. Hun ideeen en creativiteit zijn de noodzakelijke ingredienten in het economische succes van een bedrijf of regio. Hij onderbouwt deze stelling met empirisch materiaal: hoge concentraties van de creatieve klasse gaan samen met innovatieve en groeiende technologische lokaliteiten. Florida stelt vast dat ondernemingen zich bij voorkeur vestigen op plaatsen waar voldoende talent is. Hij verwijst naar Carly Fiorina, de CEO van Hewlett-Packard, die Amerikaanse politici op het hart drukt: 'Keep your tax incentives and highway interchanges; we will go where the highly skilled people are.' Florida stelt zich dan de vraag: 'Waar vestigt het talent zich?' Zijn onderzoek geeft aan dat creatieve mannen en vrouwen samenkomen op plaatsen met een aantrekkelijk sociaal-cultureel milieu, zoals voldoende muziek, groen, sport, artistiek, recreatie, enzovoort. Meer fundamenteel toont Florida echter dat de graad van tolerantie en diversiteit van een plaats de belangrijke factoren zijn in het vestigingspatroon van talent. Anders gesteld, creatieve werkers vestigen zich op plaatsen die waarden als diversiteit, openheid en tolerantie hoog in het vaandel dragen, locaties waar er respect is voor de eigenheid van het individu en waar ieder zich kan ontplooien op basis van zijn/haar individualiteit. Amerikaanse steden als San Francisco, Seattle, Austin en Boston combineren deze voorwaarden en trekken talent aan. En precies omdat ze creatief talent aantrekken, zijn ze ook interessant voor bedrijven, die op hun beurt zorgen voor ontwikkeling en groei. Florida's economische recept bestaat uit drie T's: technologie, talent en tolerantie. Om creatieve mensen aan te trekken, innovatie te genereren en economische groei te stimuleren, moet een regio investeren in alle drie. Concreet betekent dit naast aandacht voor het bedrijfsklimaat ook en vooral investeringen in het menselijk klimaat van steden en regio's. Ondersteuning van de kwaliteit van het leven en omgeving is dus zeker zo belangrijk als de fiscaliteit en de klassieke infrastructuur voor economisch succes. Vlaanderen De lessen uit 'The Rise of the Creative Class' zijn natuurlijk brandend actueel voor Vlaanderen. De Vlaamse regering engageerde zich recentelijk om via de Ondernemingsconferentie werk te maken van nieuwe bedrijvigheid en de innovatiekracht van de regio aan te zwengelen. Vooral de Vlaamse minister van Economie, Patricia Ceysens, beroept zich daarbij graag op het concept van de creativiteit (zie Knack nr. 46). Maar blijkbaar heeft men bij de Vlaamse liberalen en democraten het verhaal van de creatieve economie toch niet zo goed begrepen. Want er wordt daar weliswaar veel over administratieve vereenvoudiging en loonmatiging gesproken, maar er wordt met geen woord gerept over die, volgens professor Florida, andere belangrijke conditie voor economische groei: investeringen in het menselijk klimaat van Vlaanderen, met op kop de aanmoediging van de diversiteit en tolerantie van de gemeenschap. Wil nu dat een aantal VLD-senatoren net over deze thema's een andere mening is toegedaan_ Michael WAGEMANS De auteur is coordinator bij de Studiedienst van Spirit.