Advertentie
Advertentie

De droom, de wraak en het afscheid

Sire, il ny a pas de Belges, schreef Jules Destrée ooit aan de koning. Toch tekende de nationale ploeg voor liefst 11 van de 17 edities van het WK. Zij het zonder al te veel succes. Want Belgen imponeren zelden als groep en trekken naar het WK om zichzelf te amuseren. Op zoek naar de donkere kroeg en wat vriendinnen voor een nacht. En om wat keet te schoppen onder elkaar en in de pers. Zo was het ook in 1970 (slaande ruzie tussen Lon Polleunis & Johan Devrindt; Paul van Himst werd als verrader uitgejouwd bij de terugkeer op Zaventem); in 1982 (zwembadincident tussen Jean-Marie Pfaff en Eric Gerets); in 1986 (René Vandereycken op het vliegtuig huiswaarts gezet omdat hij tijdens de trainingen het tactisch onvermogen van Enzo Scifo en Franky Vercauteren hekelde; Franky Vanderelst noemde Guy Thys een ouwe vent); in 1990 (koude oorlog tussen Guy Thys en zijn aanvoerder Jan Ceulemans); in 1994 (het kaartconflict tussen Marc Degryse en Josip Weber); 1998 (loeiende ruzie tussen Enzo Scifo en bondscoach Georges Leekens).En toch waren daar drie markante Rode Duivels. Ze presenteerden zichzelf, soms over hun schaduw heen, als wereldburgers aan de internationale gemeenschap. Het mondiale voetbalfeest was het decor voor de onvervulde droom van Raymond Braine, de wraak van Rik Coppens en het afscheid van Jan Ceulemans.Rome 1934. WK Italië. Tsjechoslovakije schittert tijdens het toernooi maar verliest de finale van Italië omdat in het sierlijke elftal van Tsjechen en Slovaken een Belgische schakel ontbreekt: Raymond Braine. Praag bood hem een nieuwe nationaliteit aan maar hij negeerde het zowel financieel - 100.000 kronen - als sportief - uitzicht op wereldgoud - bijzonder aanlokkelijke voorstel. Zo bleef de droom onbeantwoord. Sinds 1928, nadat hij in Amsterdam tot beste centervoor van de Olympische Spelen was gekroond, koesterde hij de wens om uit te blinken op het wereldkampioenschap.In Praag geschiedde in 1918 iets moois. De bejaarde filosoof Thomas Masaryck keerde terug uit ballingschap en stichtte op het puin van de Eerste Wereldoorlog de democratische republiek Tsjechoslovakije. Hij predikte de dictatuur van het respect. Hij verbond deze hoogstaande politieke ethiek met de immer relaxerende Praagse mentaliteit van bierplezier en zelfspot.De regering-Masaryck zag in de sport een gemeenschapsvormend bindmiddel en voerde het beroepsvoetbal in, tot grote vreugde van het Praagse publiek. Uit alle delen van Europa stroomden topspelers toe. Een van hen was Raymond Braine, the famous Belgian player, dixit een Britse voetbalencyclopedie. Braine verliet België en de Antwerpse topclub Beerschot na een conflict met de voetbalbond. De KBVB trok een strikte scheidingslijn tussen voetbal en commercie en bliksemde de banvloek over Braine omdat die voor het stadion het populaire café Matador uitbaatte. Hij verkoos het profstatuut en verloor zijn recht op nationale selecties. Hij emigreerde naar Praag en speelde van 1929 tot 1936 in het Masaryckstadion voor Sparta. Hij won er in 1934 de Mitropa Cup, de voorloper van de Europese bekers. De Franse sportkrant LAuto beschreef hoe hij het typische, trage Tsjechische spel een versnellende variatie meegaf. Braine deelde de Praagse passie voor verbeelding maar voegde iets toe aan de schoonheidsgedachte van kunst om de kunst. Hij domineerde, liet anderen beter voetballen en maakte tegelijk belangrijke doelpunten.Zijn afwezigheid tijdens de wereldkampioenschappen van 1930 en 1934 verwierf zowel in België als in Tsjecho-Slowakije een mystieke en zelfs mythische weerklank. Aan Frankrijk 38 nam hij wèl deel, intussen teruggekeerd naar de oude liefde Beerschot wegens de geopolitieke onlusten tussen Praag en Berlijn. Op dat ogenblik wakkerde het heilig vuur niet meer aan. Raymond Braine was een mondaine wereldburger, voetbalde als een heer van stand, voelde zich thuis in de metropolen van Europa. Zonder het spel om de bal zou hij wellicht een beredeneerde en geslaagde zakenman zijn geweest. Nochtans bleef de droom hem zijn hele leven parten spelen in de vorm van een retorische vraag. Zou Raymond Braine Tsjechoslovakije de wereldtitel hebben geschonken in 1934?Basel 1954. WK Zwitserland. De Rode Duivels exploderen in de match tegen Engeland: 4-4! Niet de dribbels van de vermaarde Stanley Matthews springen in het oog, wèl die van Rik Coppens. Onnavolgbaar en excentriek. Men riep hem op basis van die ene match uit tot een van de beste spitsen van het WK. De briljantste technicus uit de vaderlandse geschiedenis, een hyperindividualist pur sang. Hij voetbalde om te vermaken en om uit te dagen. Het dribbeldier draaide defensies dol tot het publiek in een deuk lag. Coppens hield van jazz. Op en naast het veld. Ritme. Swing. Improvisatie. Speels. Inefficiënt. Treiterend.Hij keerde terug naar Bern om de finale Hongarije-West-Duitsland bij te wonen. Wat voelde hij zich verwant met de Magische Magyaren. Wat zou hij dansende dubbelpassen met Ferenc Puskas, naar wie hij enorm opkeek, hebben uitgevoerd. Wat vervloekte hij Werner Liebrich, de Duitse stopperspil die zijn idool half kreupel had getrapt, zodat de Mannschaft uiteindelijk totaal onverdiend de wereldbeker pakte. Coppens praatte meteen Puskas beschuldiging over Duitse doping na. Wat smaakte de wraak zoet precies zes weken later in Brussel. Toen speelde de kersverse Duitse wereldkampioen tegen België. Coppens kleineerde Liebrich, volgens de FIFA de beste verdediger van het WK 54, met zijn goocheltrucs, schermde schertsend met zijn achterste en de Rode Duivels wonnen tot jolijt van de 60.000 toeschouwers met 2-0. Coppens noemde zichzelf een anarchist, verdiepte zich in de wereldliteratuur en vond België een rotland. Een avant-gardistische relschopper van de jaren vijftig, overal en nergens thuis, die evengoed als kunstenaar door Europa zou kunnen zwerven. Een rebel, zij het niet met een rode vlag maar in een smetteloos wit pak, dito hoed, Amerikaanse sportwagen en mooie vrouwen op de achterbank. Met de wraak op Werner Liebrich als zijn vrolijkste aller voetbalherinneringen.Bologna 1990. WK Italië. Jan Ceulemans snijdt in volle vaart door de Engelse verdediging en trapt de bal keihard voorbij Peter Shilton. Zijn actie sterft uit op de doelpaal. Een beter België verliest in de slotseconden. Jan Ceulemans, dan 33, beseft dat het voorbij is. Hij, de kapitein, was het boegbeeld geweest van de sterke generatie der tachtigers. Aanwezig met telkens één groot moment op elk WK. Ze memoriseren zowel zijn op- als neergang. Doorbraak: de rush over vijftig meter tegen Hongarije in 1982 en kwalificatie. Hoogtepunt: de kopbalgoal tegen Spanje in 1986 en naar halve finale. Einde: de bal op de paal tegen Engeland in 1990 en uitgeschakeld.Tegelijk dreef de collectieve gedachte van Ceulemans de Rode Duivels naar een absolute climax: 1-0 tegen wereldkampioen Argentinië in 82; 4-3 tegen USSR in 86; 3-1 tegen Uruguay in 90. Jan Ceulemans was de volbloed Vlaming. De jongen van Lierke Plezierke weigerde een transfer naar AC Milan wegens honkvastheid, Club Brugge aan de andere kant van het land leek al ver van huis. Als de Rode Duivels uitgeteld schenen, stroopte Sterke Jan de mouwen op. Trekkend, sleurend, op kracht én met doorzicht en techniek. Zonder woorden. In een ander leven zou Ceulemans zeker een Flandrien zijn geweest. Beukend tegen de wind in, maar mèt verstand. Wint één keer alle zware klassiekers, hoewel hij àltijd de koers maakt. Zo is het hem althans vergaan in het voetbal. Net niet de absolute top, hoewel hij telkens tot de beste voetballers van de wereldbeker behoorde. Net geen Club van Honderd Interlands, als enige Belg, omdat bondscoach Guy Thys hem drie keer langs de kant liet in een oefenwedstrijd om eens iets anders te proberen. Ceulemans heeft vrede met zichzelf, is zich bewust van zijn beperktheden. Verknocht aan de heimat, met een schalkse blik op de wereld. Zoals zijn hele carrière het heeft aangetoond. Ceulemans was op zijn best tijdens de grote toernooien en in interlands, maar altijd met heimwee naar huis. En toch met een tikkeltje spijt om die ene bal op de paal tegen Engeland in de achtste finale. Hadden de Duitsers niet zelf gezegd dat ze in 1990 alleen de Rode Duivels vreesden? Het afscheid dààr, in plaats van in de finale tegen Maradona, knaagt nog steeds.Drie Belgische wereldburgers, de beste voetballers aller tijden tussen Arlon en Oostende, verzorgden elk een bescheiden maar zeer verscheiden voetnoot in de geschiedenis van de wereldbeker.De eerste schitterde letterlijk door afwezigheid. De tweede excelleerde achteraf. De derde verscheen prominent op het terrein maar greep altijd naast het podium.Ziedaar het beste bewijs: Sire, er bestaat geen Belgische voetbalstijl.