Advertentie
Advertentie

De droom van Jacques Piccard

Mijn vader was een echte geleerde, ik was meer technicus. We vulden elkaar heel goed aan, vertelt Jacques Piccard. Toen ik klein was, nam vader me op zondag vaak mee naar zijn laboratorium. Hij legde mij de proeven van fysica uit, die hij s anderendaags met zijn studenten wilde uitvoeren. Hij bleef maar uitleggen tot ik alles begrepen had.Ik herinner me ook nog heel goed zijn eerste ballonvlucht in Düsseldorf. Ik was toen tien jaar en het was een heel mooie dag. De ballon geleek trouwens goed op de Breitling Orbiter waarmee mijn zoon Bertrand de wereld is rondgevlogen.Het was een zotte droom van mijn vader om niet alleen de grootste hoogte te bereiken, maar ook de diepste diepten. Toen hij in 1936 aan de bouw van de eerste bathyscaaf begon, had hij echter af te rekenen met heel wat scepticisme. De militaire onderzeeërs konden op dat moment maar tussen de vijftig en honderd meter dalen, terwijl vader kilometers diep onder water wilde gaan. De oorlog gooide roet in het eten, want de kredieten die waren toegestaan in 1937, konden pas in 1946 worden aangesproken.De FNRS, de eerste bathyscaaf, was meteen voor verbetering vatbaar. Samen ontwierpen we dan een nieuwe bathyscaaf, de Trieste, waarmee we veel dieper konden afdalen. Eerst naar 3.000 meter, dan naar 5.000 en ten slotte zijn we tot 10.916 meter afgedaald. Dat was de grootst diepte die een mens ooit had bereikt.Er groeide zoveel publieke belangstelling voor onderzeeërs dat we toen besloten om voor de wereldtentoonstelling in Lausanne een onderzeeër te bouwen voor toeristen. Het was de mesoscaaf Auguste Piccard, de allergrootste onderzeeër die ooit voor burgerlijke doeleinden werd gebouwd. Hij had de afmetingen van een klein vliegtuigje: 28,5 meter lang en 3,5 meter breed en er was plaats voor 45 passagiers. In de jaren 1964 en 1965 heeft hij meer dan 1.100 duiken gedaan en meer dan 33.000 passagiers geconfronteerd met de diepte van het meer van Léman. Om alles vlot te laten verlopen, hadden we zelfs hostesses ingehuurd.De onderzeeër, die tot 750 meter diepte kon duiken, zat altijd vol en er waren negen à tien duiken per dag. In die tijd was het water van het meer veel vuiler dan nu. Nu bedraagt het zicht er vier tot zes meter, naargelang de weersomstandigheden, maar toen zag men amper een meter ver.Na de wereldtentoonstelling werd de onderzeeër verkocht aan een Amerikaan. Vijftien jaar lang werd hij ingezet voor wetenschappelijk onderzoek in Canada. Zijn laatste opdracht was in 1985 in het kader van archeologische onderzoekingen. Nadien volgden er jaren van verwaarlozing door een tekort aan financiën. Omdat mijn vader actief heeft meegewerkt om de wereld van de zeeën te ontdekken, vond men dat alles in het werk moest worden gesteld om die onderzeeër terug naar Zwitserland te halen, niet enkel als een patrimoniumstuk maar ook als symbool van de menselijke vooruitgang. In 1995 heb ik met een groep vrienden een organisatie opgericht om de onderzeeër te vrijwaren van de sloop en terug naar Zwitserland te brengen. Vorig jaar is ons dat gelukt en nu proberen we fondsen bij elkaar te brengen om hem te restaureren en als museumstuk aan te bieden.Precies op de dag dat Amstrong, Collins en Aldrin naar de maan vertrokken, daalde Jacques Piccard met een andere Zwitser, drie Amerikanen en een Engelsman af in de warme wateren van de Golfstroom voor een reis met de Ben Franklin PX 15. Het was de bedoeling om allerlei oceanografische onderzoekingen te verrichten. Er kwam geen energie aan te pas, want de onderzeeër werd voortbewogen door de Golfstroom. Er was een NASA-medewerker bij die dit als voorbereiding deed voor latere ruimtevluchten. Het leven aan boord van de onderzeeër was immers heel vergelijkbaar met de leefsituatie aan boord van het Skylab. In dertig dagen tijd werd er 2.800 kilometer afgelegd. De Ben Franklin PX 15 had 25 dikke plexiglazen vensters en twintig schijnwerpers. Toch was het zicht veel minder dan men had verwacht. Jacques Piccard vertelt er meer dan dertig jaar later nog altijd enthousiast over.Ik stond erop dat we alle zes een eigen slaaphut hadden. Ik had heel wat muziekcassettes meegenomen en vijf boeken: de bijbel, 20.000 mijlen onder zee van Jules Verne, een wetenschappelijk werk over de Golfstroom en nog twee andere boeken die ik me niet meer herinner.De bijbel? Jacques Piccard: Een mens moet toch in iets geloven. Alles wat je niet weet en waar je geen verklaring voor hebt, is toch de basis voor het geloof.Is diepzeeduiken gevaarlijk? Piccard: Het grootste gevaar loop je als je de auto instapt en naar de haven rijdt waar de diepzeeboot ligt. Zo gauw je in de boot stapt, ben je veilig.Wordt het avonturenleven ook in de vierde generatie voortgezet? Piccard: Ik heb acht kleinkinderen, twee jongens en zes meisjes. Mijn oudste kleindochter, Esthel, is tien jaar en ze droomt ervan naar Mars te gaan.Ach, de mens moet blijven dromen, want dromen is het belangrijkste in het leven.