De ene faciliteiten zijn de andere niet

(tijd) - Hoewel de zes randgemeenten altijd in een adem worden genoemd, vallen zij juridisch gezien in twee groepen uiteen. In de vier randgemeenten waar sinds 1954 'tegemoetkomingen' aan de Franstaligen bestonden (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek en Wemmel), zijn de faciliteiten ruimer dan in de twee gemeenten waar pas in 1963 faciliteiten werden ingevoerd (Sint-Genesius-Rode en Wemmel). In alle zes de gemeenten is het Nederlands de interne bestuurstaal. Ambtenaren moeten onderwijs in het Nederlands hebben gevolgd of, wanneer dat niet het geval is, met een examen hun kennis van het Nederlands bewijzen. Berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek zijn bestemd, moeten in de twee talen, het Nederlands en het Frans, worden gesteld. In hun betrekkingen met particulieren moeten de gemeentediensten de taal van de betrokkene gebruiken. Getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen moeten in de taal van de belanghebbende worden opgemaakt. In de 'oudste' vier faciliteitengemeenten moeten ook de akten in de taal van de belanghebbende worden opgesteld en moeten de ambtenaren die met het publiek in contact komen, een elementaire kennis van het Frans hebben. In Sint-Genesius-Rode en Wezembeek-Oppem daarentegen worden de akten uitsluitend in het Nederlands opgesteld, maar kan iedere belanghebbende er een Franse vertaling van krijgen. Van het gemeentepersoneel is in beide gemeenten geen elementaire kennis van het Frans vereist. Naast de bestuurlijke faciliteiten, hebben de Franstalige inwoners van de randgemeenten onderwijsfaciliteiten. Op verzoek van zestien gezinshoofden die in de gemeente verblijven, moet de gemeente Franstalig basisonderwijs inrichten. Alleen Franstalige kinderen die in de gemeente wonen, mogen in een Franstalige basisschool in de randgemeente worden ingeschreven. MD