Advertentie
Advertentie

De erfenis van de digitale cultuur

Kanter biedt, waarschijnlijk met de hulp van een heel leger assistenten en studenten en andere anonieme medewerkers, een overzicht van de situatie van de dotcoms en hun omgeving. Zelfs de evenwichtige lezer kan er niet omheen dat het internet een grote invloed heeft op ons leven, waarbij ons dan staat voor de iets minder modale en beter-opgeleide burgers van de rijkere landen van deze planeet. Zelfs als het ironisch bedoeld is, dan nog klinkt de kreet van de dotcoms voor totale wereldheerschappij niet zo onwaarschijnlijk. De retoriek van de leveranciers van technologie en diensten voor het web kan immers alleen dan succesvol zijn, argumenteert Kanter, wanneer alle andere ondernemingen internetbedrijven zijn geworden. Hun retoriek horende zou je gaan geloven dat wij getuige zijn van de Wederkomst van de Dotcom-messias, vervolgt ze. Dus toch niet zo ongenuanceerd onkritisch als uit haar eerste paginas blijkt. Ze legt er inderdaad de nadruk op dat veel discussies over de zogenaamde nieuwe economie plaatsvinden in een historisch vacuüm. Noem het woord internet, en je ziet intelligente mensen zich soms gedragen alsof een stuk van hun hersenen is weggenomen, namelijk hun geheugen. Terwijl we zoeken naar de nieuwe en andere dingen die zich in het kielzog van de revolutionaire communicatietechnologie voordoen, is het even belangrijk ons te herinneren wat we van voorgaande vernieuwingsgolven kunnen leren.VacuümMaar de generatie van vaak zeer jonge, erg enthousiaste, technisch zeer sterke maar in een totaal historisch vacuüm opererende ondernemers die de vroedvrouwen zijn van de dotcoms, verwaarloost vaak alledaagse waarheden en gewoon boerenverstand. Ze gaat ervan uit dat haar klanten net zoals zijzelf zijn, en dat in deze wereld producten en diensten alleen dan floreren wanneer ze aan het internet gebonden zijn.Dat heeft ook al te maken met het overdreven enthousiasme dat Kanter in de pers waarneemt, met op de voorpaginas jeugdige miljonairs die nog nooit een cent winst hadden gemaakt. Antihistorische neigingen tot overdreven grote hoogten opgevoerd, waarschuwt ze. De nieuwe economie heeft geen boodschap aan wat zinnig is, alleen aan wat nieuw is. Hoe lang een onderneming al bestaat en wat ze in het verleden allemaal heeft gepresteerd, telt in sommige markten minder mee dan de vraag of ze met het nieuwste van het nieuwste op de markt komt. Het verleden lijkt niet alleen weinig voor te stellen, maar kan zelfs worden beschouwd als een blok aan het been of als een teken dat men in het verleden is blijven steken.De technologie mag dan wel revolutionair zijn, geeft Kanter toe, en netwerkeconomieën functioneren verschillend en vooral sneller dan de klassieke economie, maar de problemen van leiderschap, organisatie en verandering zijn niet veel anders dan deze die we al tientallen jaren hebben ondervonden. Om van de voordelen van het internettijdperk te kunnen genieten, is echter een andere manier van leidinggeven noodzakelijk, stelt ze, en moeten mensen op een nieuwe manier gaan samenwerken. Meestal betekent dit dat medewerkers heel hun energie en tijd aan hun professionele passie besteden zoals uit de in het boek aangehaalde voorbeelden blijkt. Zéker moeten we de drastische veranderingen die de e-cultuur teweegbrengt serieus nemen, waarschuwt Kanter, ook al hebben ze een vernietigende uitwerking op onze thans winstgevende bedrijfsactiviteiten. Dat zullen de mensen van noodlijdende dotcombedrijven hoofdschuddend lezen. Maar er is meer aan de hand: de e-cultuur is oppervlakkig, schrijft Kanter, want hij vereist snelle, discrete communicatie tussen vreemden die geen tijd hebben voor de interpretatie van subtiliteiten, en evenmin voor een diepgaande relatie die op intieme kennis is gebaseerd.Hoe paradoxaal de internetomgeving ook is, hij is gebaseerd op het principe van een gemeenschap. Voor Kanter kenmerkt deze gemeenschap zich door een gemeenschappelijke identiteit, uitwisseling van kennis en wederzijdse bijdragen. HelpdeskWanneer echter je internet-verbinding met je provider (en in mijn geval is dat UPC/Chello) een week uitligt (de derde keer deze maand) en je er maar niet in slaagt een levende ziel bij de helpdesk te pakken te krijgen (of indien dat wél lukt meestal geen zinnige uitleg krijgt), ben je niet direct bereid te geloven in gemeenschappen met uitwisseling van kennis en wederzijdse bijdragen. Weliswaar wordt de klant gebombardeerd met aanbiedingen voor nog snellere communicatie, méér capaciteit en meer kanalen, maar falen tegelijk die kanalen en de systemen in de dagelijkse omgang. Waar het zéker faalt, is bij de perceptie van de techneuten in vele van deze bedrijven die veronderstellen dat eindgebruikers ook nog ingenieurs zijn die de in- en uitwegen van computers en internet perfect beheersen. Laat ons eerst computers beter beheersbaar maken, om ons dan toe te leggen op commerciële toepassingen voor de gewone consument. Rosabeth Moss Kanter, Evolueer! Vallen en Opstaan in de Digitale Cultuur., Scriptum Management/Lannoo, Schiedam/Tielt, 2001. Vertaald door Th. Tromp. Gebonden, 352 pp., ISBN 9020945947