De feniks en het koraalvisje

Het muziektheatercollectief Walpurgis werd in 1989 opgericht en had eerst een vaste stek in Vorst. In 1997 verhuisde het gezelschap naar Borgerhout, wat het blijkbaar als een hergeboorte ervoer: de nieuwe basis werd de Feniks genoemd. Sindsdien organiseer het jaarlijks een Feniksfestival, waarbij de nadruk ligt op het nieuwe en het experimentele. Bij dit derde festival is dat niet anders, hoewel de klemtonen opvallend zijn verschoven. Pronkerig is Walpurgis nooit geweest. Het collectief blijft zich storten op oplichtende punten in de schemerzone van het muziektheater, zonder angst zich te branden.Walpurgis heeft als producent en coproducent al heel wat op zijn actief. Opvallende verwezenlijkingen waren De oplosbare vis (1994) op tekst van Josse de Pauw, en Charms (1997) op gedichten van de Russische dichter Danniil Charms. Er werden ook schrijfopdrachten gegeven aan onder anderen Wolfgang Rihm, Luc Brewaeys en François Deppe. In de eerste twee episoden van het Feniksfestival werd deze lijn grosso modo doorgetrokken, zij het dat de projecten kleinschaliger zijn.De artistieke fakkel werd vorig jaar doorgegeven aan sopraan Judith Vindevogel die er prompt nieuwe perspectieven mee belicht. De klemtoon ligt dit jaar wat meer op het eerste deel van het woord muziektheater. Een collectief met professionele zangers en musici werd opgericht. Op dit festival worden de leden individueel voorgesteld en brengen ze recitals. Vindevogel brengt met Levente Kende de liederencyclus De Kinderkamer van Moessorgski, met de oorspronkelijke Russische tekst. In deze mooie liederen tracht Moessorgski de onbevangenheid van een kind te weerspiegelen.Kende begeleidt ook de Nederlandse mezzosopraan Gerrie de Vries in weerom een Russisch programma: behalve naar werk van Moessorgski kunnen we luisteren naar liederen van Stravinski en de bij ons weinig bekende Mossolov. De colloratuursopraan Rolande van der Paal en de klarinettist Takashi Yamani vertolken dan weer hedendaagse composities - welke dat zijn, is nog niet bekend. Beiden hebben een reputatie te verdedigen. Vooral Van der Paals vertolking in Mysteries of the Grand Macabre van Ligeti is niet licht vergeten. De bariton Romain Bisschoff maakt ook deel uit van de vaste kern zangers maar is op dit festival niet aanwezig. Uiteindelijk moet de groep zangers uitgroeien tot een vast ensemble dat in muziektheater wordt geïntegreerd.Muziektheater is dan ook wat Walpurgis wil promoten. Dit jaar is de Nederlandse Stichting Pra te gast met Met mijn mateloosheid in een wereld op maat. De titel is een citaat van de Russische dichteres Marina Tsvetajeva (1892 1941), die in haar turbulente leven een bijzonder oeuvre bijeenschreef. Mateloosheid is inderdaad het sleutelwoord voor haar verlangen naar een compromisloze liefde. Zelf omschrijft ze zich treffend: Ik pas in geen enkele vorm zelfs niet in de allerruimste van mijn gedichten. Wie zich in zijn leven vaker naar de heersende vorm moest schikken, is Dmitiri Sjostakovitsj (1906 1975). In 1973 was hij ernstig ziek en reisde hij naar een datsja om uit te rusten. Hij raakte er diep getroffen door de gedichten van Tsvetajeva. Dat hij een grote zielsverwantschap moet hebben gevoeld met het non-conformisme van de dichteres blijkt uit het doorvoelde toondichten. Dit zelden gespeelde werk is niet te versmaden voor liefhebbers van de Russische componist.Met Les petites filles modèles treedt het ensemble Nouvelles Musiques de Chambre Liège ook dit jaar weer op het festival aan. Zij brengen uittreksels uit de kameropera La Trilogie Minuscule (1997) van de Duitser Johannes Schöllhorn. De Franse Caroline Gautier baseerde haar libretto op de vermaarde roman Les petites filles modèles van la Comtesse de Ségur.Liefde is eveneens het thema in Het laatste verlangen, de algemene titel voor drie fabels van Elvis Peeters. Vorig jaar kregen Chris Carlier, Philippe Thuriot en Koen van Roy reeds de kans Lemmingen voor te stellen. Hun benadering van Peeters tekst neigde naar het cabareteske. De tekst verdraagt wat onzin, maar het Orkater-gehalte was mij te hoog. Nu wordt de trilogie volledig gebracht. Naast de fatale sprong van de lemmingen, staan de even fatale liefde van de bidsprinkhaan en van een koraalvisje centraal. De thematiek ligt Peeters blijkbaar. Naast de wat absurde situaties weet hij er een mooie geladenheid in te leggen en de puberale valkuilen te omzeilen. Hij voert twee mannetjes-bidsprinkhanen ten tonele die elkaar zowel aan- als ontmoedigen. Begrijpelijke verwarring, want Liefde is het einde. De draagwijdte van het moederschap wordt in een derde fabel belicht: naar verluidt bestaat er een soort koraalvisje waarvan het wijfje zich in een holte opsluit om haar kroost veilig op de wereld te brengen. Maar omdat ze groeit, berooft ze zich hierdoor van alle vrijheid. Zo mijmert het visje bij Peeters: Ik herinner me het zwemmen,/ de branding, de onderstroom, het tij/ dat nooit keert, het licht dat door/ de bodem zakt, en alles wat ik ben vergeten.Peter-Paul DE TEMMERMANHet Feniksfestival heeft plaats van 31 maart tot 3 april in de Feniks in Borgerhout. Kaarten en inlichtingen : 03/235.66.62.