De grenzen van het zichtbare

Een stoffige, nagenoeg volledig ontmantelde fauteuil in een ondergrondse ruimte. De vloer is bedekt met gruis en brokstukken. De atmosfeer is geladen, je vermoedt een onuitgesproken gruwel. Dat gevoel wordt nog versterkt wanneer je weet dat dit een opname is van Hitlers bunker onder de Berlijnse Rijkskanselarij. Het werk van Dieter Appelt blijft voor mij altijd verbonden met dit ene bovengenoemde beeld. Het kreeg de titel Führerbunker mee en is een van de eerste fotos die de Duitse kunstenaar annex operazanger maakte tijdens zijn leertijd bij experimenteel fotograaf Heinz Hajek-Halke. Tussen deze nogal theatraal aandoende foto (1959-60) en het recentere werk, dat te zien is in de Antwerpse galerie Van Laere Contemporary Art, ligt een wereld van verschil. De ondertoon is echter dezelfde gebleven. Het lijkt of de gefotografeerde objecten of lichaamsonderdelen onderworpen worden aan een dubbele, zichzelf neutraliserende beweging. Enerzijds worden ze uit hun omgeving gelicht en verzelfstandigd tot autonome werkelijkheden. Anderzijds lijken ze samen te smelten met de ruimte. In een reeks als Parabel 2, waarin Appelt zijn eigen hoofd dat gevat zit in een soort ijzeren kroon vanuit verschillende invalshoeken toont, wordt de indruk gecreëerd dat lichaam en metalen raster samenvallen. Het hoofd wordt haast evenzeer object als de sculpturen die Appelt in dezelfde ruimte laat zien. Sinds Tableau Space, een reeks opnames van roterende sculpturen of gevonden voorwerpen gerealiseerd voor de Biënnale van Venetië in 1990, lijkt Appelt de nadruk te leggen op het onderzoek naar noties als tijd en ruimte, beweging en licht, en dit onder andere als gevolg van een interesse in het vorticisme. Deze kunststroming werd gelanceerd door Ezra Pound en schilder-schrijver Wyndham Lewis. Zij stelden onder meer dat elk medium een uniek kenmerk heeft en dat de echtste of oprechtste realisatie van een kunstvorm ontstaat als dat bijzonder kenmerk als centraal element in de kunstproductie wordt gebruikt. In de fotografie zijn die essentiële bestanddelen tijd en licht en daar spitst Appelt zich dan ook op toe.Dieter Appelt, Nox, tot 15 april in Van Laere Contemporary Art, Verlatstraat 23-25, Antwerpen. Van woensdag tot zaterdag, telkens van 14 u tot 18 u.Het Wilde DenkenPatrick van Caeckenbergh wordt liever niet gezien als een kunstenaar die, gewapend met kroon en scepter, vanop een piëdestal op de wereld neerblikt. Zijn veelvormige werk is geworteld in het leven zelf, en de man werd in de voorbije jaren zowel een knutselaar-verteller, een venter van herinneringen als een taxonoom van het weten genoemd. Hij versmelt gegevens uit verschillende kennisgebieden, van literatuur tot zoölogie en architectuur. In het discours over het werk van de bricoleur duiken vaak de termen ruïne en encyclopedische droom van de totalisatie op. De eerste term duidt op het feit dat elk werk opgetrokken wordt op de resten van een ander werk, zodat het ene op een organische manier uit het andere voortvloeit. Het tweede begrip duidt op Van Caeckenberghs onophoudelijke pogingen om de werkelijkheid uitputtend te behandelen in een inventaris, elk aspect van de realiteit te catalogiseren volgens een volstrekt persoonlijke en poëtische logica. Beide noties komen aan bod in de tentoonstelling Stil Geluk die te zien is in galerie Zeno X. Een van de sleutelwerken hier is Le Pupitre, een lessenaar met werkboek waarin de maker van curiosa en bijzonderheden de eigen evolutie documenteert. In een aanpalende ruimte staat Tesser, genoemd naar het soort verplaatsbare houten hok waarin konijnen gezet worden om het gazon kort te grazen. In dit miniatuurtuinhuis bracht Van Caeckenbergh een heterogene collectie knipsels en illustraties samen die gebruikt worden voor collages. De overige knutselwerken en assemblages in de ruimtes van Zeno X lijken op even zovele metaforen, parodieën en fabels. Le Confiturier, een ingewikkelde machinerie die dient om jam te produceren, en Boombol, een ontwerp voor een boom-ornament, lijken zo uit een buitenissig kabouterland getransporteerd. Het zijn signalen uit een andere geheime en bizarre wereld, terwijl toch elk werk stevig verankerd zit in het alledaagse en banale. Wat de intentie van de maker ook moge zijn, bij de kijker roepen deze constructies en schetsen steeds weer een gevoel op van verwondering en van een onbestemd verlangen naar een onbestaande tijd waarin de mogelijkheden onbeperkt waren.Patrick Van Caeckenbergh, Stil Geluk, tot 15 april in Zeno X Gallery, Leopold de Waelplaats 16, Antwerpen. Van woensdag tot zaterdag, telkens van 14 tot 18 u.Artistieke meet en greetVeel meer dan een openbare samenkomst van kunstkooplieden is een kunstbeurs een soort ontmoetingsplaats voor liefhebbers en professionelen. Dat geldt ook voor Art Brussels, het internationale salon voor hedendaagse kunst dat jaarlijks wordt opgezet in de Brusselse Expo. Voor de 18de editie dienden meer dan tweehonderd galeries uit de hele wereld een aanvraag tot deelname in. Uiteindelijk werden 120 exposanten uitgenodigd om tijdens de vijfdaagse werk van kunstenaars uit de eigen stal voor te stellen. In de zone Young Galeries wordt bijzondere aandacht besteed aan jonge kunstenaars en in de sectie Art Club wordt het toekomstige Artesia Center for the Arts voorgesteld, dat door de gelijknamige bank wordt geïnstalleerd in het voormalige Vanderborght-gebouw aan de Brusselse Schildknaapstraat. Het brede publiek kan genieten van gratis geleide bezoeken en van initiatieven als de Ladies Day - gratis toegang voor dames op vrijdag.Art Brussels, van 31 maart tot en met 4 april in Paleis 7 van Brussels Expo. Van 31 maart tot 2 april van 12 tot 20 u. Op 3 april tot 22 u en op 4 april tot 18u. Inlichtingen: tel. 0800/30.007.Het mooie van lelijkWie in een handboek voor kunstgeschiedenis op zoek gaat naar het verband tussen afval, vuil en beeldende kunst komt al gauw terecht bij de vertegenwoordigers van de zogenaamde vuilnisbakkenschool annex The Ash Can School of The Eight. De kunstenaars van deze groep, onder wie Joan Sloan, Maurice Prendergast en Arthur Bowen Davies, werden zich aan het begin van de vorige eeuw bewust van de sociale misstanden in de Amerikaanse samenleving. Als reactie hierop verwierpen zij de heersende schoonheidsidee en brachten ze ook de minder aangename en on-mooie facetten van de maatschappij in beeld. Hoewel de titel Dust and Dirt het tegendeel doet vermoeden, heeft de tentoonstelling die loopt in de Witte Zaal in Gent niets van doen met dit soort sociaal geïnspireerde anti-esthetica. Gastcurator Giel Vandecaveye, verbonden aan het SMAK, bracht in de expositieruimte van Sint-Lucas Gent een heterogene reeks werken bijeen die direct of indirect in verband staan met noties als stof, rommel en ander restmateriaal. Daar hoort uiteraard werk bij van de nouveau réaliste Arman die in 1960 zijn eerste poubelle, de in een perspexdoos gevatte inhoud van een prullenmand, presenteerde en de vuilnisemmer beschouwde als de ultieme en puurste reflectie op de mens en zijn beschaving: je bent wat je weggooit. Ook de aanwezigheid van een werk van Ricardo Brey, die vaak aan de slag gaat met arme materialen en reeds gebruikte voorwerpen en een mini-installatie van geurenman Peter de Cupere laat zich gemakkelijk verklaren. Iets moeilijker ligt het met het fotowerk van Dirk Braeckman en het statement van Lawrence Weiner. Een begeleidende compilatie van teksten verklaart echter hoe de getoonde werken in de bredere thematiek worden ingepast. De presentatie lijdt echter onder een kwaal die eigen is aan dit soort strikt thematische tentoonstellingen: op de kwaliteit van de afzonderlijke werken valt weinig af te dingen maar het geheel mist een beetje aan spankracht. (MR)Dust and Dirt, nog tot 8 april in de Witte Zaal, Posteernestraat, 9000 Gent. Van dinsdag tot vrijdag tussen 12.30 en 18 u. Op zaterdag van 14 tot 17 u.Samenstelling: Ann DEMEESTER