Advertentie
Advertentie

De hervorming van de vennootschapsbelasting

De regering neemt zich voor het tarief van de vennootschapsbelasting te verlagen. Gelet op de tarieven in onze buurlanden die vrijwel overal en zelfs aanzienlijk lager zijn, is dit een noodzakelijke operatie. Het is moeilijk om buitenlandse investeerders aan te trekken of onze eigen ondernemers tot investeren aan te zetten bij een te zware fiscale druk.Deze buurlanden hebben namelijk reeds substantiële belastingverlagingen ingevoerd of in voorbereiding. België zit nog aan 40,17 procent, crisisbijdrage inbegrepen. Als bovendien de hoogste schijf in onze personenbelasting oploopt tot 55 procent zodat, bijzondere en andere bijdragen en gemeentebelasting inbegrepen, vrij vlug circa twee derde van het beroepsinkomen in deze tariefschijf wordt afgeroomd, worden de motivatie tot ondernemen en tot investeren en de arbeidsmotivatie in het algemeen uiteraard sterk afgeremd.In de vennootschapsbelasting moet men goed voor ogen houden dat de werkelijk verschuldigde belasting in beginsel vrijwel steeds en soms vrij aanzienlijk hoger ligt dan het officiële tarief van 40,17 procent. De belasting wordt immers berekend, niet enkel op de effectieve winst van de onderneming maar ook op een aantal verworpen uitgaven, zijnde onkosten waarvan het beroepsmatig karakter op zichzelf niet wordt betwist maar die niettemin fiscaal niet aftrekbaar zijn. Hierdoor ontstaat een niet onbelangrijke discrepantie.Meer bepaald blijkt uit de praktijk de verworpen uitgaven wegen veel zwaarder bij ondernemingen met een beperkte of relatief matige winst. Verschillende studies tonen aan dat, vooral als gevolg van deze wetmatigheid, de werkelijke fiscale druk een heel stuk hoger is bij de KMO in vergelijking tot de grote ondernemingen.Een tariefverlaging is dus meer dan wenselijk. Maar de regering wil die realiseren met een fiscale neutraliteit naar de opbrengsten toe: de staatskas zou per saldo niet minder mogen ontvangen dan voorheen.Om dit te bereiken zullen fiscale aftrekposten worden geschrapt of beperkt, waarbij wordt gedacht aan de afschaffing van de degressieve afschrijving van nieuwe investeringen, en de uitbreiding van onze fameuze verworpen uitgaven, waarbij dus opnieuw een aantal effectief beroepskosten niet meer of niet meer volledig aftrekbaar zijn.Men zal dus komen tot een lager belastingtarief voor de vennootschappen, maar tot verhoogde verworpen uitgaven, wat leidt tot bijna perverse gevolgen: vennootschappen met een bescheiden of matige winst zullen per saldo meer belasting betalen, vennootschappen met grote en soms riante winsten zullen daarentegen ten volle profiteren van het verlaagde tarief. Kan dit de bedoeling zijn van deze regering?Het moge duidelijk zijn dat het niet onze bedoeling is de belangen van de KMO te stellen tegenover de grote ondernemingen. Overigens geldt het uiteengezette principe ongeacht de aard en de omvang van de onderneming. Toch zal voor eenieder duidelijk zijn dat de groep met meer beperkte winstcijfers vooral zal bestaan uit kleine en middelgrote ondernemingen.De geplande vermindering van het bestaande verlaagde tarief voor winsten tot één miljoen frank, van de huidige 28 naar 24 procent zal de voorgaande verzwaring van de fiscale druk zeker niet opvangen. Enkel een veel fundamenteler verlaging die samengaat met een substantiële uitbreiding van de schijven voor dit verlaagde en voor het tussenliggende tarief kunnen misschien iets compenseren.Ook de geplande vrijstelling van bepaalde gereserveerde winsten zal weinig soelaas brengen omdat dit, met de maximumbedragen waaraan wordt gedacht, te beperkt is om significant te zijn.Ten slotte moet hier de vraag worden gesteld of de verdere aftrekbeperking van bepaalde reële beroepskosten, enkel in de vennootschapsbelasting en niet in de personenbelasting, geen juridisch aanvechtbare discriminatie schept.Indien men ook de voorgenomen afschaffing van de degressieve afschrijvingen zou willen invoeren, zou dit minstens moeten samengaan met een substantiële verhoging van de investeringsaftrek, en hier zou een getrapte tariefschijf iets kunnen compenseren voor de KMO. Een ernstige verhoging van deze investeringsaftrek zou ook een sterkte stimulans kunnen geven aan de slabbakkende economie, en bovendien met een belangrijk terugverdieneffect.Samenvattend stellen we dat de geplande hervorming van de vennootschapsbelasting vooral de grote winsten ten goede zal komen, terwijl zij voor ondernemingen met meer matige winstcijfers veelal KMOs - zal leiden tot een verhoging van de fiscale druk.Omdat dit niet de bedoeling kan zijn van de regering vragen wij dat het geheel nog eens goed zou worden overwogen. Het zou wellicht een degelijke en meer realistische regeling ten goede komen als deze verdere studie niet enkel zou plaatsvinden binnen besloten kabinetsmuren, maar indien hierbij ook mensen uit de fiscale praktijk en uit de ondernemerswereld zouden worden betrokken. Willy Maeckelbergh,Karel Verheyden,Jos de Blay.De auteurs zijn respectievelijk voorzitter, ondervoorzitter en secretaris van de Beroepsvereniging van belastingconsulenten, accountants en bedrijfsrevisoren van Brabant