De immer zwakke dollarPierre Huylenbroeck

De Amerikaanse dollar zakte gisteren tot zijn laagste peil in vele jaren tegenover het Britse pond, de Japanse yen, de Australische dollar, de Zuid-Afrikaanse rand en nagenoeg alle andere valuta uit alle hoeken van de wereld. De euro klom tot 1,227 dollar. Dat is het hoogste niveau sinds zijn ontstaan. De oorzaak voor het almaar dieper wegglijdende groene biljet? Er zijn er veel. De meest geciteerde boosdoener is het 'tweelingtekort' in de Verenigde Staten. De tekorten op zowel de betalingsbalans als de begroting zijn enorm, en ze blijven aanzwellen. Dat is met name het gevolg van het Amerikaanse economische wereldleiderschap, dat bijwijlen overrompelend is. In de voorbije tien jaar namen de VS zo'n 60 procent van de wereldwijde economische groei voor hun rekening. Ze doen dat door elk jaar meer diensten en goederen uit te voeren dan er binnenkomen. Logischerwijs worden dus steeds meer dollars in het buitenland aangehouden. Die situatie zorgt voor een structurele zwakte van de Amerikaanse munt. Sinds de opheffing van de vaste wisselkoersen in 1971 zit de dollar in een neerwaarts gerichte spiraal. Had de euro in 1971 bestaan, zou hij amper 0,54 dollar hebben gekost. De dollar heeft in die periode weliswaar enkele sterke momenten gehad, maar dat had vooral te maken met het succes van Wall Street. Vandaag is Wall Street bijlange niet zo succesvol als in de jaren 1996-2000, de grote boomperiode van Nasdaq. De uiterst lage rentetarieven zorgen er intussen voor dat de Amerikaanse obligaties eveneens aan aantrekkingskracht inboeten. De continue terreurdreiging houdt de beleggers ook al weg uit de VS. Wie of wat kan een verdere dollarval dan stoppen? De meeste centrale bankiers niet. Die zijn geen dollarkopers meer. Integendeel: ze zouden hun dollarreserves liefst wat afbouwen (alleen de Aziatische centrale banken verrichten nog steunaankopen, want zij pogen de concurrentiepositie van hun bedrijven te vrijwaren). Van de Amerikaanse regering krijgt de dollar evenmin steun. De minister van Financien, John Snow, liet zich dit jaar meermaals ontvallen dat 'de dalende dollar een steun is voor de Amerikaanse uitvoer'. Hij heeft gelijk. Dankzij de lage dollar worden Amerikaanse goederen en diensten in het buitenland goedkoper. Het resultaat is een duidelijke economische verbetering in de VS. Europa maakt zich voorlopig niet druk om die dalende dollar. Men is hier al lang blij dat de VS de Europese economie op sleeptouw nemen. Kortom, alleen een spectaculair herstel van de Amerikaanse economie en een nieuwe hype in Wall Street kunnen de dalende trend keren. De kans daarop is echter klein. Het ziet er dus naar uit dat we een poos zullen leven met een euro die minstens 1,20 dollar kost. Dat is niet noodzakelijk erg, op voorwaarde dat de VS hier voldoende van profiteren en sterk genoeg zijn om hun groei naar Europa te exporteren.