De jeugd van vandaag

Het begint prachtig. Een hippe jonge vrouw wandelt in slowmotion door een voetgangerstunnel. Ze stapt voor de camera uit, af en toe kijkt ze over haar schouders, haar lichaam volledig in tune met de pompende beat van de techno op de klankband. Aan het eind van de tunnel blijft de camera in de neonwaas staan. Zij verdwijnt in de nacht. Het eindigt schitterend. Een nachtelijk winterlandschap. Hetzelfde meisje en twee jongens slenteren in de verlaten hoofdstraat van een provinciestad. Haar tumultueuze bestaan eindelijk tot rust gekomen. De toekomst ligt aan haar voeten. Tussen openings- en slotbeeld van Millenium Mambo zitten meer dan 100 minuten en dat is lang, heel lang. Hou Hsiao-hsien heeft het zelf zo gewild. Sinds Goodbye South, Goodbye en The Puppetmaster heeft deze bejubelde Taiwanese filmmaker een reputatie hoog te houden wat betreft traagheid en duur. Naar goeie gewoonte is zijn nieuwste film een aaneenschakeling van lange ononderbroken opnames waarin weinig gebeurt. Het verhaal is tegelijk eenvoudig en gecompliceerd. In essentie gaat het over drie mensen in twee decors: een meisje, een jongen, een man, een appartement en een nachtclub. De vroegrijpe Vicky leeft met haar vriend Hao-Hao in een benepen flat. Hun dagen brengen ze door met slapen en niksen. Het ware leven vindt plaats na middernacht op de dansvloer van de lokale discotheek. De jeugdige relatie vertoont alle tekenen van een overjaars huwelijk. Hun claustrofobische leefruimte, voorzien van tv, gameconsole, draaitafels en drugs, is de gouden kooi waarin hij haar gevangen houdt. De slaande ruzies en halfslachtige verzoeningen volgen elkaar in hoog tempo op tot Vicky haar toevlucht zoekt bij een meer matuur heerschap. Jack is een gewelddadige onderwereldkoning van middelbare leeftijd die zich van zijn vaderlijke kant laat zien. Hun vreemde vriendschap brengt Vicky uiteindelijk naar een rustige achterhoek van het Japanse eiland Okinawa, ver van het eeuwige hier en nu van de Taiwanese hoofdstad.Keurig chronologisch verteld lijkt Millennium mambo wel een naturalistisch portret van een stel Zuidoost-Aziatische probleemjongeren. Het tegendeel is waar: Hou Hsiao-hsien situeert zijn verhaal begin 2001 maar laat zijn verteller vanuit 2011 op de feiten terugblikken. Hoewel de vertelstem niet nader wordt benoemd en het hoofdpersonage koppig in de derde persoon wordt beschreven, verraden de wijze bespiegelingen op de aanwezigheid van de volwassen Vicky die op haar wilde jeugdjaren terugblikt. Haar relaas volgt dan ook de associatieve logica van de herinnering en flashbacks-in-flashbacks glijden haast ongemerkt in elkaar over. Maar geen geheugenflitsen voor deze strenge cineast: zonder veel aanwijzing laveert de film traag tussen verleden, heden en droom. Alsof een intense versnelling plotsklaps tot stilstand is gekomen en Hou Hsiao-hsiens beelden de registratie zijn van een langzaam uitdeinen.De acceleratie die in elk moment van Millenium mambo buitenbeeld voelbaar is, is die van het hedendaagse Taiwan: een snel veranderende maatschappij die, als we deze filmmaker mogen geloven, tegenwoordig in het teken staat van de entertainmentindustrie en de communicatietechnologie. Zijn jeugdige protagonisten vinden zich zowat in elke scène als vanzelfsprekend omringd door beeldschermen, draadloze telefoontoestellen en elektronische muziek. Hou Hsiao-hsien onthoudt zich gelukkig van moralistisch commentaar op zijn ontwortelde jonge karakters en wil niet verbergen dat hij de volwassene is die met grote ogen naar de jeugd kijkt. Hij is de buitenstaander die dicht op de huid van zijn personages, van zijn acteurs wil zitten. Daartoe heeft hij zijn persoonlijke, herkenbare stijl bijgestuurd: in plaats van de afstandelijke plans uit zijn vorige werken komt hij hier onverwacht aanzetten met lange close-ups van gezichten. Binnen zijn doorgaans strakke, formalistische kaders laat hij nu ruimte voor toeval en improvisatie. Zijn acteurs en actrices mochten hun dialogen zonder enige repetitie ter plekke improviseren op basis van minimale regieaanwijzingen over sfeer en actie. De interpretatie van het resultaat laat Hou Hsiao-hsien aan de kijker over. Hij geeft hem/haar er alle tijd voor: de lange plans-séquences naderen zo dicht mogelijk de lichamen van de eenzame, trieste jongeren, maar dringen bewust nooit tot in hun hoofd door. De volwassen filmmaker besluipt, bespiedt, bestudeert. In het geval van zijn hoofdactrice, de prachtige Hong Kongster Shu Qi, belandt hij ronduit in het voyeurisme en het fetisjisme. De beelden ogen zo bekoorlijk - gedrenkt in witte neon of blacklight - dat het verhaal tijdens het kijken zelfs behoorlijk begint te wegen. Het is pas achteraf, nadat de slotscène het openingstafereel heeft geëvenaard, dat deze slow burn of profound sadness (zoals een Amerikaans filmcriticus het treffend verwoordt) mooi in zijn plooi valt. In de Franse filmpers heeft Millennium mambo het misleidende label van allereerste echte technofilm opgespeld gekregen. In werkelijkheid is dit het eerste deel van een geplande trilogie waarin Hou Hsiao-hsien de jeugd van vandaag, maar ook zijn eigen jeugd vandaag wil (laten) bekijken. Millennium mambo van Hou Hsiao-hsien, 2001, 119 minuten, video en dvd. De dubbele DVD-uitgave telt de gebruikelijke overbodige extras (fotos, affiches, trailers,...) maar ook een boeiend interview met de regisseur en een paar ongebruikte scènes. Over de grensEen kwarteeuw geleden woedde er een creatieve storm doorheen een buurt in Manhattan. Een decennium lang, zowat de hele jaren tachtig, fungeerde de New Yorkse Lower East Side als trekpleister en thuishaven voor talent uit de meest verschillende artistieke disciplines. Muzikanten, schrijvers, dichters, theoretici, critici, dansers, choreografen, performers, theatermakers, schilders, graffitispuiters, striptekenaars, acteurs en filmmakers leefden en werkten er op wandelafstand van elkaar. Ze ontmoetten elkaar overdag en s nachts in de vele cafés, bars en danceterias in de wijk die als een probleemzone geboekt stond. De lage huurprijzen lokten niet alleen beginnende kunstenaars en ander avontuurlijk volk, maar net zo goed laaggeschoolde immigranten van allerlei nationaliteiten. Leegstaande panden aan de rand van het gebied verschaften onderdak aan drugsdealers, drugsverslaafden en daklozen terwijl het hart van de wijk een volkse winkelbuurt was waar het gonsde van commerciële activiteiten in de schoot van de joodse en Puertoricaanse gemeenschappen. De Lower East Side ten tijde van Reagan was een plek van maatschappelijke tegenstellingen, sociale spanningen en culturele botsingen, blijkbaar de gedroomde voedingsbodem voor een generatie van Amerikaanse artiesten begaan met de overschrijding van grenzen.De muziek uit die tijd en plaats zindert vandaag nog na in het hedendaagse muzieklandschap. David Byrne, John Lurie, John Zorn, Patti Smith, Arto Lindsay en veel anderen zijn stuk voor stuk in de downtown New York scene begonnen. Noise-jazz-postpunk-no wave heetten hun hybride klanken toen en die krankzinnige noemer laat zien dat ze het hokjesdenken naar de vuilbak hadden verwezen. De filmmakers in de wijk dachten er net zo over en in de nasleep van de punk zochten ze naar een even rauwe en intense manier van filmmaken die in niets zou lijken op de mainstream bioscoopfilm. Hun inspiratie vonden ze zowel in de exploitatiegenres van de commerciële geweld- en pornofilm als in de extremen van het lokale buurtleven: drugs, armoede, geweld, uitzichtloosheid. Met goedkope super-8-cameras en zonder budget gingen Richard Kern, Nick Zedd, Jon Moritsugu, Tessa Hughes-Freeland en vrienden de traditie van de structuralistische avant-garde te lijf. Tegenover het koele formalisme van hun experimentele voorgangers plaatsten zij slechte smaak, harde confrontatie en choquante taferelen.De titels van sommige kortfilms zeggen genoeg: Nymphomania, The Evil Cameraman, Where Evil Dwells, Black Hearts Bleed,... Hoewel de filmmakers individueel sterk verschilden qua esthetiek en thematiek was het Nick Zedd die op het lumineuze idee kwam om deze kleurrijke troep van gelijkgestemden tot een heuse beweging te bombarderen. In zijn manifest Cinema of Transgression riep hij op tot de doorbreking van alle taboes in de film, in de traditionele politiek en in de conservatieve religie. De noemer sloeg aan en bezorgde Zedd en zijn collegas ruimere verspreiding van hun werk en kortstondige cultstatus. De Lower East Side is ondertussen grondig opgekuist. De kunstenaars van toen zijn nu beroemd, vergeten, verhuisd of gestorven. Bush Jr. heeft Reagan vervangen. Bij het British Film Institute vinden ze dat redenen genoeg om het filmische geweld van weleer op het videopubliek van de nieuwe eeuw los te laten. De grensverleggende impact van de Cinema of Transgression is niet meer wat het geweest is, maar de attitude is dit geheugensteuntje op video meer dan waard.No Wave: No Hope: Downtown New York Filmmaking 1979-1984, tien kortfilms, 145 min., video, bestellen via www.Samenstelling: Herman ASSELBERGHSDissidente gedachtenIn de zalen loopt Bowling for Columbine, Michael Moores bijtende kritiek op de mainstream media in de VS. Wie in documentaires graag een tegenstem hoort klinken, kan in de (betere) buurtvideotheek terecht voor: Manufacturing Consent: Noam Chomsky and the MediaM. Achbar & P. Wintonick, 1992, 167 min.Een portret van Amerikas meest notoire politieke dissident. Aan de hand van de publieke desinformatie over Cambodia en Oost-Timor zet de man zelf in detail uiteen hoe de zakenwereld de media hanteert als geoliede propagandamachine.Waco: The Rules of EngagementWilliam Gazecki, 1997, 136 min.Uit deze analyse van het beleg van de Branch Davidians-gemeenschap blijkt dat David Koresh misschien niet de gestoorde sekteleider was voor wie hij werd versleten en dat de klungelige FBI/ATF-bestorming met fatale gevolgen moest worden toegedekt met de mantel der mediamanipulatie.Roger & MeMichael Moore, 1989, 91 min.In zijn filmdebuut toont Moore zich van zijn meest ondernemende kant: nadat de General Motors-fabriek in Flint, Michigan zijn deuren had gesloten en 30.000 jobs had geschrapt, probeert de filmmaker koppig de ware, ongemedieerde toedracht te achterhalen in een persoonlijk onderhoud met GM-topman Roger Smith.