Advertentie
Advertentie

De koe kwam weer

Na de Belgische dioxinecrisis in 1999 viel Europa in 2000 nogmaals ten prooi aan voedselangst. De dolle koe kreeg na Groot-Brittannië ook het vasteland in de greep en leidde op het einde van het jaar tot nooit geziene voorzorgsmaatregelen. De aanzet tot de nieuwe Europese BSE-crisis kwam uit Frankrijk. Dat land bleef de invoer van Brits rundvlees weigeren, ook al was dat door de EU opnieuw veilig verklaard voor consumptie. In de loop van het jaar werden enkele snelle BSE-tests goedgekeurd en gecommercialiseerd in de EU. Daardoor kan in het slachthuis binnen de 24 uur besmetting vastgesteld worden. Terwijl Europa nog praatte over het verplichten van steekproeven, begon Frankrijk, dat de grootste rundveestapel heeft in Europa, die systematische tests al vanaf juli toe te passen op risicodieren.Die tests leverden een sterke stijging van het aantal BSE-gevallen in Frankrijk op. Meer dan 2 zieke dieren op 1.000 bleken dol te zijn. Krantenberichten over gesjoemel met besmet beendermeel uit Groot-Brittannië en een paniekboodschap van president Jacques Chirac zorgden voor een ware angstpsychose in Frankrijk en een aantal omringende landen. De consumptie van rundvlees viel terug en veel scholen schrapten het van hun menukaart. De Franse premier, Lionel Jospin, kon niet anders dan verregaande maatregelen uitvaardigen. Hij kondigde een verbod aan op het gebruik van beendermeel in eigen land, uitgebreidere tests en strengere controles. Eenzijdige maatregelen die door Europese buren als discriminerend werden ervaren. Uit onvrede sloten Spanje, Italië en Oostenrijk hun grenzen voor Frans beendermeel en vlees. Het was november en de rest van Europa vond de Franse maatregelen toen nog veel te verregaand.Het keerpunt kwam einde november. In enkele dagen kregen tot dan toe BSE-vrije landen als Spanje en Duitsland te maken met hun eerste gevallen van dollekoeienziekte. De paniek sloeg toe, vooral in Duitsland waar in minder dan een week drastische maatregelen volgen, waaronder een volledig verbod op dierenmeel. De kaarten in Europa werden herschud en de druk om op Europese schaal een verbod op dierenmeel af te kondigen, was onhoudbaar voor de EU-Commissie.Om alle BSE-risicos de kop in te drukken, keurden de EU-landen vanaf 1 januari 2001 een verbod op handel, in- en uitvoer van beendermeel in voor een periode van zes maanden. Vanaf begin 2001 moeten alle risicodieren (noodslachtingen en dieren met onverklaarbare doodsoorzaak) verplicht getest worden op BSE. Vanaf juli 2001 moeten alle runderen ouder dan 30 maanden verplicht getest worden op de ziekte voor ze op de markt komen. Maar in de praktijk mogen ongeteste dieren ouder dan 2,5 jaar vanaf januari al niet meer geconsumeerd worden. De Europese Unie keurde midden december een slachtregeling goed, waarbij de boeren vergoed worden voor het vernietigen van de niet-geteste dieren. De kostprijs van dit slachtplan en mogelijke andere interventiemaatregelen, zoals het opslaan van niet-verkocht vlees in de koelhuizen, schat de Europese Commissie op 800 miljoen euro. Wordt het nog meer, dan komt de landbouwbegroting voor 2001 in gevaar. Maar dat is voor het jaaroverzicht van volgend jaar. Kristien VAN HAVER