De koninklijke instrumentenkast

Als alles volgens plan verloopt, kan het staatshoofd straks uit de koninklijke instrumentenkast grondwetsartikel 96 te voorschijn halen: 'De koning benoemt en ontslaat zijn ministers'. Het is een van de vele juridische ficties in de bestofte Belgische grondwet, een product van 1831 dat, ondanks enkele revisiebeurten, niet meer gesneden is op de maat van het werkelijke politieke reilen en zeilen. Niet de koning benoemt de ministers, maar de partijvoorzitters. Al enkele dagen zijn ze intens bezig met de verdeling van de bevoegdheidspakketten en de samenstelling van het lijstje van de portefeuillehouders. Welke partij zei tijdens de verkiezingscampagne ook al weer dat het om jobs voor de mensen gaat, niet om 'onze job'? Praatgroep Het formatieberaad eindigde met twee nachtelijke marathonvergaderingen, waarin het geschreeuw en geroep, dat een wezenlijk bestanddeel van politieke onderhandelingen blijkt te zijn, zijn hoogtepunt bereikte. Niet alle knelpunten waren opgelost, maar iedereen besefte dat het lang genoeg had geduurd en dat het tijd was te besluiten. Moe maar tevreden stelden de onderhandelaars dinsdag na de middag de vrucht van hun wekenlange inspanningen voor: een lijvig regeerakkoord, onder de enthousiaste titel 'Een creatief en solidair Belgie - zuurstof voor het land'. Wie de balans van het formatieberaad opmaakt, is minder enthousiast en komt tot de conclusie dat de Franstalige partijen zich andermaal de betere onderhandelaars hebben getoond en ruimschoots op punten hebben gewonnen. Op de algemene ledenvergadering van Spirit verdedigde Bert Anciaux zich donderdagavond door een lijstje op te sommen van Franstalige eisen die het niet gehaald hebben: van de onmiddellijke ratificatie van het Minderhedenverdrag over de aanstelling van eentalige rechters in Brussel tot de schrapping van Vlaamse zorgverzekering. Helaas is het lijstje van Vlaamse verzuchtingen waartegen de Franstaligen een veto hebben gesteld, ten minste even lang. De staatshervorming is, zoals toenmalig minister-president Patrick Dewael begin dit jaar al had aangekondigd, verwezen naar een praatgroep. Van duidelijke afspraken over agenda, tijdsschema en garanties waar Dewael over sprak, is geen spoor te bekennen. Het 'forum' heeft een open agenda, zegt hij nu. Dat betekent dat de Franstaligen zich kunnen verzetten tegen de behandeling van eender welk onderwerp dat de Vlamingen aandragen. Dewael deserteerde uit de Vlaamse regering om de Vlaamse belangen te verdedigen op het federale beleidsniveau. De Vlaamse eisen waar het Vlaams Parlement oeverloos en vruchteloos over praat, zou hij nu eens gaan realiseren. Het resultaat is ontgoochelend. Er is niet eens de garantie dat er na de regionale verkiezingen daadwerkelijk stappen in de verdere staatshervorming worden gedaan. Vlaanderen kreeg enkel de toezegging dat op middellange termijn het verkeersveiligheidsbeleid geregionaliseerd wordt. De symboolwaarde daarvan is groter dan de maatschappelijke relevantie. Het hoge aantal verkeersslachtoffers in Vlaanderen is minder het gevolg van het 'Belgische' karakter van het verkeersreglement, dan van de correcte naleving ervan. In ruil verkrijgt Wallonie de redding van het rencircuit van Francorchamps en de garantie op een bloeiende toekomst van zijn wapenindustrie. Brussel kan zich verheugen in een extra dotatie van 25 miljoen euro, bovenop de 100 miljoen euro die het jaarlijks krijgt voor zijn internationale en hoofdstedelijke functies. Daarmee hebben de Vlaamse onderhandelaars de pasmunt uit handen gegeven waarmee ze een versterking van de Vlaamse politieke aanwezigheid in het Brusselse gewest hadden kunnen afdwingen. Nu het regeerakkoord bevestigt dat er een paritaire Senaat komt, waar 4 miljoen Franstaligen even zwaar zullen wegen als 6 miljoen Vlamingen, wordt het tijd overigens dat de Vlamingen de pariteit eisen in het Brusselse parlement. Terwijl de kamerleden en de senatoren nog enkele werkweken voor de boeg hebben, zijn hun collega's van het Vlaams Parlement met reces. Dinsdag en woensdag werd in snel tempo een reeks ontwerpen en voorstellen van decreet behandeld. Verscheidene verslaggevers deden alweer niet de moeite een mondelinge synthese te maken van de commissiebesprekingen en verwezen gemakshalve naar het schriftelijke verslag dat een ambtenaar had geschreven. Voor de bespreking van het ontwerpdecreet over publiek-private samenwerking vroeg niemand het woord. Tijdens het laatste vragenuurtje van de zittijd 2002-2003 werd minister-president Bart Somers aan de tand gevoeld over het federale regeerakkoord, inzonderheid de supplementaire budgettaire inspanning die van Vlaanderen zou worden gevraagd opdat Belgie aan de Maastrichtnormen zou voldoen. Er wordt een bedrag van 220 miljoen euro genoemd. Somers zei dat Vlaanderen alleen tot versnelde schuldafbouw bereid is, als aan enkele belangrijke voorwaarden is voldaan, onder meer een akkoord over de verdeling van de Kyoto-inspanning en over het investeringsplan van de NMBS. Opmerkelijk en politiek belangrijk was de korte interventie van Jos Stassen, de nieuwe fractieleider van Agalev. Hij herinnerde aan de afspraken onder de Vlaamse regeringspartijen over schuldafbouw, zei dat er geen ruimte is om de schuldafbouw te versnellen en waarschuwde dat Agalev er niet mee akkoord zal gaan dat de Vlaamse regering mee de beloftes van de paarse federale coalitie betaalt. De verklaring van Stassen is een aanwijzing van de gewijzigde politieke toestand. Agalev maakt nog wel deel uit van de Vlaamse, maar niet langer van de federale coalitie. Het is een nieuwe factor in de politiek. De symmetrische coalities op het federale en het regionale beleidsniveau maakten de voorbije vier jaar een vlotte samenwerking mogelijk. Daar is een einde aan gekomen. Cadeaus hoeven VLD, sp.a en Spirit van Agalev niet meer te verwachten. De groenen zullen zich strikt houden aan het Vlaamse regeerakkoord, maar ook niets meer. Voor zowel de Vlaamse regering als de paarse federale coalitie is dat geen prettig vooruitzicht. Kartelvorming Na het zomerreces begint samen met het nieuwe politieke jaar de lange aanloop naar de regionale en Europese verkiezingen van 13 juni 2004. In de herfst komt de samenstelling van de kandidatenlijsten op gang. Dat Agalev aansluiting zoekt bij het sp.a-spiritkartel is zo goed als uitgesloten. Maar wat doet de Nieuw-Vlaamse Alliantie van Geert Bourgeois? De partijraad wil al in september beslissen of de N-VA alleen dan wel in kartel met een andere partij naar de kiezer gaat. Het is een vraag die grote verdeeldheid dreigt te zaaien in de N-VA-gelederen. Voor de vorming van een verkiezingskartel komt in de eerste plaats CD&V in aanmerking. Het is voor de christen-democraten wellicht de enige mogelijkheid om de neerwaartse electorale trend om te buigen. Dat verklaart waarom, blijkens een interne enquete, een ruime meerderheid van de mandatarissen gewonnen is voor de kartelformule. In het ACW, de koepel van de christelijke arbeidersbeweging en de belangrijkste bloedgroep van CD&V, ligt de kartelvorming moeilijk. Het ACW struikelt over het republikeinse en separatistische standpunt van de N-VA en over de aversie van de Vlaams-nationale partij voor het middenveld. Een CD&V-NV-A-kartel kan de bevoorrechte relatie tussen ACW en CD&V op de helling zetten en de christelijke arbeidersbeweging in de richting van sp.a en Agalev drijven. De VLD, die als tweede in aanmerking komt, wijst kartelvorming met N-VA af. De liberalen houden het bij een herhaling van de Spirit-tactiek en tasten af of ex-parlementsleden van de N-VA kunnen worden binnengehaald. De weerstand in de VLD tegenover de N-VA is echter groot, niet het minst bij de ex-Spiritisten zelf. Patrik Vankrunkelsven weer met Frieda Brepoels in een partij: het zou een vreemd gezicht zijn. Maar in de politiek is niets onmogelijk. Dat maakt het, ondanks de vele kleine kantjes, boeiend het politieke leven gade te slaan. Daarom zet het Politiek Weekboek, dat vandaag met reces gaat, ergens in september zijn negende seizoen in.