Advertentie
Advertentie

De lange nacht

Over de biografie van de trompettist Chet Baker kon u hier al een ander lezen toen de Amerikaanse editie verscheen, 'The long night of Chet Baker'. De auteur James Gavin verrichtte voor zijn fors bemeten boek opmerkelijke research en wist die in een goed opgebouwd verhaal te verweven. Gavin dwong het chaotische zwerversleven van Baker in een overzichtelijk, zij het niet altijd vrolijkmakend traject. En in de lange nacht scheen soms een pijnlijk licht op de drijfveren en manipulaties van de jazzcowboy en professionele drugsgebruiker uit Oklahoma. Een groot stilist bleek James Gavin niet - zijn soms wat stroeve zinnen missen de soepele vanzelfsprekendheid en de subtiele dramatische toets die de betere solo van Chet Baker typeren. Ook vertoonde zijn waardering van Baker's muziek hinderlijke blinde vlekken. Zoals alle Amerikanen schatte Gavin de vroege Amerikaanse jaren van Baker hoger in dan de latere Europese productie. De West Coast-opnames, meestal voor het Pacific Jazz-label, vertoonden weliswaar constante kwaliteit, klonken strakker, professioneler. Maar de Europese periode van Baker, van het midden van de jaren zeventig tot aan zijn dood in 1988, blijft in al haar overvloed en wisselvalligheid zoveel avontuurlijker en creatiever. Toch bleek 'The long night of Chet Baker' haast een mirakel vergeleken bij de gemiddelde jazzbiografie, meestal een hilarisch gedrocht, voortgebracht door een drammerige fan van de muzikant in kwestie, niet zelden gedreven door homo-erotisch getinte gevoelens van bewondering. Een amusant en vaak voorkomend type in de coulissen van de jazz en andere sporttakken. Ruim een jaar later ligt een degelijke Nederlandse vertaling van Gavins boek in de winkel. Zo kwam het dat ik vorige zaterdag op Radio 1 over 'De lange nacht van Chet Baker' mocht komen praten in 'Heldenmoed', een van de weinige in de breedte opererende programma's waarvan de aandacht voor de volgens velen opnieuw o zo populaire jazz blijkt uit meer dan het nieuwste plaatje van Norah Jones. De gastheer Kurt van Eeghem wilde onder andere graag weten hoe het ooit mogelijk was geweest dat de jonge en onbekende Baker pijlsnel beroemd werd en aan het hart gedrukt werd door groten als Charlie Parker en Miles Davis. In de vluchtigheid van het moment beperkte ik mij tot de kwestie van de snelle roem en dacht dat daarmee de zaak rond was. Pas achteraf bedacht ik dat die ene vraag in feite even dubbel was als destijds de positie van Baker zelf en dus ook een dubbel antwoord verdiende. Ja, Chet Baker werd al snel beroemd en de redenen daarvoor zijn achteraf bekeken makkelijk op een rijtje te zetten. Hij had het geluk de juiste man op de juiste plek op het juiste moment te zijn. De man: een mooie jongen, dankbaar onderwerp voor fotografen, sekssymbool voor het jonge vrouwelijke publiek dat viel voor de combinatie van zijn trompetspel en engelachtige zang. De plek: Los Angeles en de nachtclub 'The Haig' die de creme van Hollywood aantrok en daarom een publicitaire uitstraling had, omgekeerd evenredig met haar bekrompen afmetingen. De saga van Baker begon toen hij er met het Gerry Mulligan Quartet debuteerde. Het moment: de vroege jaren vijftig. De nieuwe jazz van net na de oorlog was gegroeid in de ondergrond van de clubs en bars in de zwarte getto's. Grillig, nerveus, hermetisch, een muziek voor insiders. Baker kwam net op tijd met een voortzetting en alternatief waar het brede publiek klaar voor was: melodieuze solo's geent op herkenbare songs, een ontspannen, lichtjes melancholisch geluid, modern maar met een zuchtje romantiek. In het nog sterk gesegregeerde Amerika van toen was het alleen al door de macht van het getal onvermijdelijk dat de blanke Baker meer mediasteun en meer succes zou hebben dan zijn zwarte voorgangers en tijdgenoten. Een heel andere kwestie is daarom de appreciatie van Baker door musici die desnoods wel met hem samen speelden maar vaak hem allerminst aan het hart drukten. Het is waar, nog erg jong mocht hij meespelen met Charlie Parker en er bestaan opnamen van jamsessions waarop Baker en Miles Davis het podium delen. De wegen van Parker waren echter ondoorgrondelijk, ook als het erop aankwam een plaatselijke sideman in te huren. Bereidheid om boodschappen te doen en geld te lenen, jeugdige onderdanigheid, bezit van een auto, goeie kennis van plaatselijke connecties waren voor de meester vaak even belangrijke argumenten als muzikale appreciatie. En Miles heeft voor Baker nooit een goed woord over gehad. Baker zelf vond zich in de jaren vijftig, de populairste jaren van zijn muzikantenleven, overschat door de pers en het grote publiek. Hij won alle Polls en eindigde steevast hoger dan de trompettisten die hij zelf bewonderde en hoger achtte: Dizzy Gillespie, Miles, Clifford Brown. Zijn collega's, vooral zwarte muzikanten, neigden naar het andere uiterste en beschouwden hem als een middelmatig talent, een blanke paria die met alle eer ging strijken waarop zij met recht en reden aanspraak mochten maken. Echte erkenning zou Baker pas krijgen van latere generaties en dan vooral van Europese muzikanten. In de Amerikaanse jazzwereld, bevolkt door zijn helden en tijdgenoten, bleef Baker altijd een outsider aan de andere kant van de grens tussen zwart en wit. En toen hij viel voor de verleiding van de drugs en zijn engelachtige schoonheid taande, zou ook het Amerikaanse publiek hem vergeten. De blonde meiden van toen waren intussen brave huismoeders geworden. Rob LEURENTOP James Gavin, 'De lange nacht van Chet Baker', Thomas Rap.