De Latemse kunstenaars achterna

De historische betekenis van Sint-Martens-Latem, een gemeente bij Gent, is in belangrijke mate te danken aan de schilders, beeldhouwers en schrijvers die er ooit gewoond hebben. De kunstenaars vestigden zich vanaf het einde van de 19de eeuw in Latem en het aanpalende Deurle, aangetrokken door het landelijke schoon en om de fabrieksrook en het sociale oproer in Gent te ontvluchten. Zij vonden er een natuur vol afwisseling met dennenbossen, duinhellingen, akkers en groene weilanden met boomgaarden. En daartussen slingerde de Leie, her en der omzoomd door een rij hoge populieren. Voor kunstenaars en eenzaten was het een bevoorrechte plek. Over de streek heeft uitgeverij Ludion nu een wandelgids gepubliceerd onder de titel 'In de voetsporen van de Latemse kunstenaars'. De gids is geschreven door de Nederlandse kunsthistoricus Piet Boyens, die sinds kort als ambtenaar in dienst is van de gemeente Sint-Martens-Latem. Boyens heeft diverse wandelroutes uitgestippeld door het rijke kunsthistorische verleden van Deurle en Sint-Martens-Latem. De lezer maakt kennis met de plaatsen waar de kunstenaars gewoond en gewerkt hebben. Blijkt dat veel plekken die ooit geschilderd geweest zijn, nog steeds bestaan. Ook de meeste huizen die door kunstenaars en schrijvers bewoond werden, kan men nog zien, zoals het huis van Gustave de Smet en Albert Servaes. Sommige zijn nu een monografisch museum geworden. Inmiddels zijn er in de streek ook heel wat kunstgaleries gekomen. Boyens voert de lezer en wandelaar mee naar de mooie plekjes, van dorpskom naar museum, over bos en dreef naar de Leie. Uiteraard gaat de wandeling langs het Museum Dhondt-Dhaenens, het Museum Leon De Smet, het Museum Gust De Smet en het Museum Gevaert-Minne. Via de sappige tekst van Boyens, doorspekt met allerhande anekdotes, wetenswaardigheden en literaire citaten, wordt men gaandeweg zelf bewoner van de streek. Men maakt kennis met Emile Claus en de gebroeders Xavier en Cesar de Cock, die tot de eersten behoorden die in de Leiestreek kwamen wonen. Na hen volgden Albijn van den Abeele, Valerius de Saedeleer, de gebroeders Gustave en Leon de Smet, Albert Servaes, Constant Permeke en Maurice Sijs. Het waren kunstenaars die zich niet afzijdig hielden van het dorpsleven, integendeel. Het zogenoemde Boldershof was vanaf 1930 het uitgaanscentrum van dorpelingen en plaatselijke kunstenaars. De gebroeders Gustave en Leon de Smet waren in het cafe kind aan huis, ze ontmoetten er hun vrienden-collega's, zoals Jules de Sutter, Albert Claeys, Gaston Martens en Albert Saverys. Piet Boyens voert de lezer ook mee naar de plekken die door de kunstenaars en schrijvers geliefd waren. Het Voldershof bijvoorbeeld, een hoeve geschilderd in rozerood, of de pont over de Leie aan Baarlehoek, een plek die voorkomt op diverse doeken van onder meer Maurice Sijs en Alfons Dessenis. Ook in literair opzicht bood de Leie voldoende stof tot inspiratie. Dichter Karel van de Woestijne en romancier Cyriel Buysse woonden en wandelden er, Boyens weet waar. Met hem als gids herleeft de tijd van de Latemse kunstenaars. De uitgave 'In de voetsporen van de Latemse kunstenaars' telt 80 bladzijden, is geillustreerd met talrijke schilderijen, archieffoto's en oude prentkaarten en bevat een uitvouwbare wandelkaart. Het boekje kost 10 euro (ISBN 90-5544-454-5). Samenstelling: Bert POPELIER