Advertentie
Advertentie

De leraar wiskunde die kon voetballen

Roland Duchâtelet (54) startte zijn loopbaan in het onderwijs. Nu, dertig jaar later, is hij voorzitter van de raad van bestuur van het op Easdaq genoteerde ingenieursbedrijf Melexis, de Onderneming van het Jaar 2000. Duchâtelets carrière in het onderwijs was van korte duur, en dat was heel bewust: Veertig jaar in het onderwijs werken, dat kan toch niet goed zijn. Ik denk dat het voor mensen uit het onderwijs nuttig zou zijn ook eens in het bedrijfsleven te stappen. Denk aan de rijkdom die zon ervaring betekent voor een leraar. Hij heeft dan toch meteen veel meer te vertellen aan zijn leerlingen.Mijn ouders waren niet rijk. Dus toen ik na mijn studie burgerlijk ingenieur nog TEW wou bijstuderen, moest ik dat zelf betalen. Daarom werkte ik in 1970 halftijds als leraar wiskunde. Het was helemaal geen roeping, het was een manier om geld te verdienen.Ik begon in oktober, midden in het schooljaar. Ik verving een leraar wiskunde en ik moest de leerlingen vragen wat ze de vorige les gezien hadden. Maar ik had er niet veel moeite mee. De materie kende ik uiteraard, en ook het lesgeven zelf viel best mee. Of ik populair was? Wel, ik kon goed voetballen, dus dat was wel een troef.Ik denk dat het belangrijk is dat een leraar zijn klas betrekt bij de les. Niet ex cathedra de stof afdreunen, maar een soort groepsdiscussie uitlokken. Zelfs voor wiskunde is dat best mogelijk: vraagstukken oplossen, stellingen bewijzen,...Het belangrijkste wat ik leerde in die periode is voor een groep spreken. Wie voor een klas kan staan, kan ook een groep mensen aanspreken. Je leert de plankenkoorts te overwinnen. En dat is geen overbodige luxe. Ik ken een bedrijfsleider die staat te trillen van de zenuwen als hij zijn personeel moet toespreken op een personeelsfeest.En je leert ook aandacht te hebben voor je publiek. Je moet je regelmatig afvragen: begrijpen ze wel wat ik hier sta te vertellen? De feedback is belangrijk. En die krijg je, al was het maar door de examens te verbeteren.Opnieuw voor een klas gaan staan? Ik zou het zeker niet meer elke dag willen doen. Ik heb als consultant voor instituten gewerkt, en nu nog geef ik kosteloze presentaties. Soms moet ik wel drie tot vier keer per week ergens spreken, en dat is toch eerder een last dan een lust. Je probeert er wel variatie in te brengen, maar eigenlijk herhaal je toch altijd hetzelfde. En daar heb ik het moeilijk mee. Al moet ik zeggen dat dat al beter gaat dan tien jaar geleden. Blijkbaar heb ik toch iets meer geduld gekregen. KF