Advertentie
Advertentie

De macht van de geest

William Blake (1757 1827), wiens werk te zien is in Tate Britain in Londen, is geen schilder, maar een illustrator. Zijn medium is het boek, waarvoor hij beeld én tekst verzorgt. Dat maakt zijn werk ongeschikt om tentoongesteld te worden.Maar de fascinatie voor zijn beelden die zowel literair als visueel zijn is steeds groter geworden. Blakes excentrieke werk speelt vandaag een strategische rol in het begrijpen van de englishness van de Britse kunst. Men moet nu en dan proberen hem in een museum even tot leven te wekken. Dat is in deze zeer omvattende tentoonstelling niet echt goed gelukt. Te veel beelden verdringen elkaar in een veel te strak gelid. Te weinig duiding maakt het onmogelijk de complexiteit van zijn referenties en inventies na te voelen. Men zwijgt in alle talen over de pathologie van dit oeuvre, die toch de basis is van zijn uitzonderlijke kracht. Na Ruskin, de kunstcriticus en maatschappijhervormer, is Blake de tweede die in het nieuwe Tate Britain aan het woord (letterlijk en figuurlijk) komt. Ook hij was een prediker, een man van het retorische woord, die een droom had van het herstelde land, van de herstelde geest. Deze twee retrospectieven maken duidelijk dat de Britse kunst zichzelf steeds als missionair en visionair heeft gezien, eerder dan als modern. Kunst is hier steeds theologisch én socialistisch; meer aristotelisch dan platonisch, eerder tegen de renaissance en voor een gotische opvatting van vorm en denken.Bij Ruskin staan architectuur en landschap centraal, bij Blake triomfeert de menselijke figuur. Blake is de uitvinder van wonderlijk monsterachtige wezens heel de late 18de eeuw is daar trouwens bijzonder sterk in, men denke aan het monster door Frankenstein gebouwd, aan het monster door Desprez getekend, aan de nachtmerries van Fuessli. Blake is echter vooral de verbeelder van het menselijke lichaam, mannelijk én vrouwelijk, lijfelijk én vergeestelijkt, jong én oud, gelukkig én lijdend, christelijk én heidens, klassiek én antiklassiek. De tegenstellingen in denken en verbeelden zijn veel groter bij Blake dan bij Ruskin. Deze laatste heeft in de kunstgeschiedenis en in de observatie een houvast gevonden dat Blake nooit kende. Hij leefde in een veel heftiger spanningsveld, al was het omdat de openbarende teksten en inzichten niet, zoals bij Ruskin, in de sporen van de geschiedenis en in het boek van de natuur te vinden zijn, maar in het lichaam en in de geest van de mens moeten worden gezocht. Het is doorheen menselijke gestalten (het gaat in deze beeldwereld niet om personen), in lichaamsvormen en -houdingen, dat het drama van de geest zich bij Blake voltrekt. Niet meer in het lichaam van Christus, maar in het lichaam van dé mens, spelen redding en verval zich af. In zijn beelden zit het lichaam op de verticale as, tussen vallen en stijgen. Op die as wordt het in dramatische curven, in elegante arabesken gevat om de paradox van de Geest te laten zien, bedreigd door haar meest virtuoze kind, nl. het al te heldere, rationele denken. Blake wil dat onhebbelijke kind heropvoeden, door het te doen luisteren naar de stem van de vertelling, van het verbeeldende denken. Vandaar ook die uitzonderlijke pathetiek van Blakes figuren. Ze vormen een verbazingwekkende paradox van extreme emotionaliteit (vastgelegd in de musculatuur) en extreme beheersing (vastgelegd in hiëratische houdingen). Het torso vibreert van energie en emotie; de houding is versteend. Het is met die paradox van het verstard expressieve lichaam, tegelijk lijf en tekst, dat hij zijn beeldteksten schrijft: aangrijpend én weerzinwekkend, kinderlijk én virtuoos, naïef én geleerd. Een van de vele tegenstellingen waarin de paradox van Blake zich uit, is die tussen zijn fascinatie voor de hoogrenaissance, met name Michelangelo, die hij kende via reproducties, en aan de andere kant zijn combattieve voorkeur voor de gotische erfenis. Vreemd dat dit laatste geen afwijzing van de grootmeester van de renaissance inhield, noch een afkeer van de antieke referenties. Het criterium ligt immers niet bij stijl, maar in de rol van de verbeelding. Deze is bij Blake essentieel: niet via het netvlies, maar via het innerlijk schouwen dient de beeldwereld aangeboord te worden. Dat bij Michelangelo de verbeelding en de fysieke inleving essentieel waren, plaatst hem aan de andere kant van een door Blake gewraakte academische formulekunst waar gestandaardiseerde oplossingen verworden zijn tot conventies zonder bezieling. Anderzijds is Blakes behandeling van het beeldvlak bewust schatplichtig aan gotische opvattingen. Hij gebruikt weinig of geen perspectief. Geen beeld als scène, met diepte, geen veraf en dichtbij, maar vooral hoog en laag. Blake die de barok verfoeide als een illusionistische trukendoos geeft zo aan Michelangelo een gotische visuele context. Daarmee herhaalt hij twee eeuwen later het maniërisme.Voor Blake is de adem der verbeelding het cruciale punt om goede van slechte beelden te onderscheiden. Die bezieling is alleen maar mogelijk als men ongekunsteld tewerk kan gaan; als men een primitieve vorm, een oervorm hanteert. Wat hij in zijn teksten, beelden en ideeën zoekt, is de wijding van de profeet. Politieke theorieën, Bijbel, Milton en Dante, Keltische sagen, Griekse mythen Blake gooit ze in de neo-mytische verhalen allemaal in één smeltkroes. Blake maakte gebedsboeken, meditatie-instrumenten, exaltatieteksten en -beelden. Ze als esthetische objecten in een museum zien ontneemt ze hun fanatisme, en hun overtuiging. Hij wil ons geen beelden laten zien, maar visioenen. In het museum zijn visioenen onmogelijk. Visioenen zijn beelden doordrongen van specifieke zeggingskracht; het zijn performatieve beelden die als magische uitspraken willen ingrijpen in de werkelijkheid zelf. Blake wil het nieuwe dat zich aan hem opdringt via de verbeelding, niet als goddelijke openbaring begrijpelijk en werkzaam maken. Zoals Newton een nieuw wereldbeeld schiep met mathematische structuren opgelegd aan de waarneming, zo probeerde ook Blake de grote anti-Newtoniaan een nieuw wereldbeeld te installeren met de middelen van een gewijde beeldtaal. Zijn mathematica is ritme en rijm in tekst en beeld. De grote originaliteit van Blake steunt op zijn techniek: het hoogdruketsen. In plaats van een vernislaag open te schrapen om daarin zuur te laten inbijten, tekent hij tekst en figuren mét vernis op de etsplaat. Al het andere wordt weggebrand, alleen de tekening blijft. Al snel gebruikt hij verschillende kleuren. Die zijn zacht en nuanceren de pathos tot iets sprookjesachtigs. Hij maakte slechts een handvol drukken van ieder boek. De drukpers, gemaakt voor vermenigvuldiging, wordt door hem gebruikt als instrument om unieke exemplaren te produceren. Het kleine formaat, in spiegelbeeld, de combinaties van tekst en figuur in één blad, alles maakt van ieder vel een aangrijpend en complex samengaan van druk en schrift.Blake is een van de symptomen van de crisis die het rationalisme ontketende in de Europese cultuur. Het was en is voor velen onaanvaardbaar dat het bewustzijn niet verder zou reiken dan wat in termen van causaliteit gedacht en geverifieerd kan worden; ondenkbaar dat het lot van de mensen erin bestaat om reeds bij leven een grafzerk over hun bewustzijn te trekken de zerk van wat door het rationeel kritische denken weerhouden wordt. Het is bij al deze denkers niet een religieus dogma dat verdedigd wordt dat is het reactionaire standpunt. Blake wil de potentialiteit van het bewustzijn verdedigen. Hij is niet op zoek naar een geloof, maar naar de macht van de geest. DLWilliam Blake, tot 11 februari in Tate Britain, Millbank Londen. Dagelijks open van10 uur tot 17u.40.Website: www.tate.org.uk.