Advertentie
Advertentie

De medische onttovering

De rationaliteit wordt verondersteld het bovennatuurlijke maar ook het natuurlijke in de wetenschappen en in onze dagelijkse ervaringswereld vervangen te hebben. Magie en utopie dienen te verdwijnen uit onze ervaringen, en terecht, zo vinden diegenen die voor vooruitgang staan. Daarmee dreigen echter ook de illusies en de verbeelding te verdwijnen. De wereld werd in de afgelopen eeuw niet alleen meer en meer seculier, hij onttoverde zich ook in snel tempo. Waardevrije wetenschap verving de christelijke beschaving en geloof, maar maakte de belofte van een meer waardevolle wereld niet waar. Materieel natuurlijk wel: nog nooit kenden zoveel mensen zoveel weelde en overvloed dan nu. Zelfs de armoede is meer relatief geworden, al mogen we de hongerende en vluchtende miljoenen in de echt door chronische miserie getroffen streken niet vergeten.Zeker de medische wetenschap heeft morele connotaties achter zich gelaten, dat is één van de conclusies van de Nederlandse arts en essayist A.J. Dunning. De geneeskunde is veranderd, van een tamelijk machteloos medeleven in een machtig en invloedrijk bedrijf dat zich laat gelden in de levens van zieken en gezonden, schrijft hij. De geneesheer is nu een adviseur geworden, die meer kan maar daarom ook minder mag. Geneeskunde heeft wetenschappelijke aspiraties met economische gemengd. In het vooruitzicht liggen zelfs de wapens om alle aangeboren kwalen van de mens definitief, nog voor ze zich voordoen, te verijdelen. Dat maakt de medische wetenschap bijzonder krachtig.Wat gebeurt er echter met die medische wetenschap wanneer zij toestaat dat abortus of de genetische beïnvloeding van het geboorteproces courante praktijk worden? Wat indien we ooit een voorkeur voor jongens gaan vertonen, vraagt Dunning zich af. Is de medische wetenschap dan nog waardevrij? Wordt een medische noodzaak dan een simpel medisch product, een consumptiemiddel? Anderzijds heeft een bepaalde en misschien zelfs overdreven mondigheid van de patiënt de plaats ingenomen van de totale afhankelijkheid van de zieke tegenover de medische stand. De rechten van de patiënt zijn de plichten van de arts geworden, noteert Dunning, die informatie moet geven, de privacy moet beschermen en toestemming moet vragen voor zijn ingrepen. Het blinde vertrouwen heeft plaats gemaakt voor de eis van rekenschap over doen en laten, over kosten en risicos, over ethische dilemmas en juridisch verhaalbare schade.Waar het Dunning om te doen is, is de relatie van de medische wetenschap, en van de medische sector, tot de buitenwereld, die wereld die de zekerheid van die wetenschap des te meer kan gebruiken nu de troost van de betovering onze cultuur grotendeels verlaten heeft. Maar is die medische wetenschap ook nog in staat deze troost te bieden? Bieden onze uitgebreide gezondheidsvoorzieningen die wij van bij geboorte tot in het graf mogen genieten ons enige garantie op troost en zekerheid op genezing?Alleen al de statistieken en berichten van en over de strijd tegen kanker zijn ontnuchterend. Officieel onderzoek toont immers aan dat de kankersterfte in een halve eeuw niet is gewijzigd. De waargenomen verschuivingen in sterfte komen goeddeels tot stand door verandering in optreden of eerdere diagnostiek maar het effect van nieuwe behandeling is grotendeels teleurstellend. Ondanks vele nieuwe behandelingen is er in de strijd tegen deze ziekte in de voorbije halve eeuw geen vooruitgang gemaakt in totale cijfers, alleen in specifieke behandelingen. Een ombuiging naar preventie dan maar doch ook op dat terrein schijnt weinig goed nieuws in het vooruitzicht omdat noch onze omgeving noch onze leefgewoonten er substantieel beter op werden.De medische wetenschap staat niet los van de samenleving en de cultuur waarin zij gebruikt wordt en kan dus in dat opzicht geen wonderen doen. Leven we slecht, dan lopen we meer risicos, ook al zijn de wetenschappelijke voorzieningen beter geworden en leren we meer over de genezing van ziekten. Dunning, terugblikkend over de voorbije halve eeuw, ziet alleen maar een toenemend zoeken naar genot, consumptie en de individuele bevrijding van normen en waarden zoals gemeenschapszin, solidariteit en betrokkenheid bij de minderbedeelden. Er is weliswaar een toegenomen welvaart, en de medische wetenschap doorgrondt steeds beter de geheimen van het lichaam. Maar op zich volstaat dit niet, vindt Dunning. Als de medische wetenschap de aard en de dreiging doorgrondt, in celbiologisch onderzoek, ziektemechanisme en verschijningsvorm, is er wel van onttovering sprake, maar niet van genezing.Integendeel: de medische plichten en noden worden steeds meer een instituut; kwalen en veroudering worden steeds meer een ongewenst fenomeen. De Grieken beschouwden die leden van hun gemeenschap die naar hun normen ongeneeslijk ziek waren niet meer als mensen, en wij lijken weerom hetzelfde pad in de slaan. Maar de situatie is nu anders. Niettemin ziet ook Dunning dat de erkenning en herkenning van een ziekte veelal de eerste stap is naar de behandeling en eventuele genezing ervan is. Diagnostiek is het opplakken van een ziekte-etiket. We voelen ons allemaal opgelucht wanneer een vage maar verontrustende klacht door een arts omgezet wordt in een geruststellend benoemen ervan. Dan weten we wat ons scheelt, en dat er uitzicht op genezing is. Verontrustend is het echter, dat we steeds vaker bereid zijn om psychische fenomenen verdriet, onbehagen of angst, schrijft Dunning om te zetten in medisch en politiek correcte diagnoses. Ze geven ons de status van patiënt, de erkenning als slachtoffer, toegang tot medische zorg en sociale zekerheid.Het probleem is echter dat er voor vele van deze aandoeningen chronische moeheid, posttraumatische stress, burnoutsyndroom wel een diagnose bestaat maar geen genezing. Dat komt omdat we ziekten en de diagnose van ziekten als waardevrij zien, niet beïnvloed door mode of sociale aanvaardbaarheid, losstaand van onze samenleving, en als kenmerken van arbeidsdruk, welvaart en verzwegen onbehagen. Diagnostiek wordt zo een zaak van persoonlijke opinie. Straks zijn we allemaal ziek maar heeft dat niets te betekenen.Voor dit aanzienlijke psychische leiden is, volgens deskundigen, in onze cultuur vaak geen plaats, het fenomeen gaat nog steeds onzichtbaar aan ons en aan de medische wetenschap voorbij. Maar Dunning is het met die deskundigen terzake niet eens. Hij vindt dat we moeten oppassen met die roep naar een groeiende aandacht voor psychische stoornissen. Het zou, stelt hij, een verdere medicalisering van het dagelijkse bestaan betekenen met een overschatting van wat de geestelijke gezondheidszorg aan het geestelijk welzijn kan bijdragen.Psycho- en fysiotherapie spitst zich veel vaker toe op volharden dan op slagen, vindt hij, en daarom kennen we vaak de uiteindelijke uitkomst van vele van deze behandelingen niet. Dat het lijden er werkelijk is, ontkent hij niet. Maar de geboden uitwegen brengen, in zijn opinie, geen aarde aan de dijk. Het psychiatrische diagnosesysteem stelt ons in staat onderscheid aan te brengen in ernst, noodzaak of effect van behandeling en wetenschappelijk onderzoek. Datzelfde systeem is minder geschikt om in de bevolking de omvang van alle geestelijk lijden van klein tot groot in cijfers te bepalen. De diagnostiek behoort immers niet alleen aan de dokters toe, vindt hij, maar ook aan de patiënten, verzekeraars en overheid.De nieuwe medische wereld is er beter op geworden wanneer hij in staat is met grotere frequentie levens te redden of te verlengen, en het lijden te verminderen. Maar Dunning voelt met spijt de verdwijning van de voorheen betoverde wereld: we zijn sterfelijke wezens en dat wordt ons des te meer ingeprent wanneer de medische wetenschap haar wetenschappelijke beperkingen openbaart, gewoon omdat het een aardse realiteit is. Wie eeuwig wil leven, ware beter niet geboren geweest. GELA. J. Dunning - Betoverde Wereld. Over ziek en gezondin onze tijd - 1999,Amsterdam, Meulenhoff,224 blz., 698 fr. (17,30 euro)