De Mercators van het internet

Gerardus Mercator, de Vlaamse wiskundige uit de vroege zestiende eeuw, bracht de wereld in kaart. De schoenmakerszoon uit Rupelmonde reisde daarvoor nooit verder dan Duisburg waar hij aan de universiteit doceerde. Martin Wattenberg, een wiskundige uit de laat twintigste eeuw, brengt ook graag dingen in kaart zonder zich veel te verplaatsen. Het liefst richt hij zijn aandacht op bewegende systemen die hij in toegankelijke algoritmes tracht te visualiseren. Ooit richtte deze New Yorker zich tot de meest efemere onder de kunsten en bracht hij de bewegingen van de muziek in beeld. In 1998 bedacht hij voor SmartMoney.com een systeem om de verschuivingen op de aandelenmarkt weer te geven. Sindsdien richt hij zijn aandacht voornamelijk op de dynamiek van het internet. Zijn laatste creatie is een evocatie van de nog prille geschiedenis van de internetkunst. Je zou het niet onmiddellijk verwachten van een wiskundige op de loonlijst van een beursbedrijf, maar ondertussen is Martin Wattenberg een vaste waarde in het kleine wereldje van internetartiesten. Dat heeft hij mede te danken aan twee projecten die hij samen met de architect Marek Walczak realiseerde. Hun laatste samenwerking, The Apartment, was als installatie nog te zien tijdens het laatste Ars Electronica festival in Linz en bezorgde hen deze zomer ook een nominatie in de net.art-categorie van de Webby Awards. Door op een wit scherm teksten in te tikken creëren de gebruikers van dit werk blauwdrukken voor een virtueel appartement. Het grondplan vloeit voort uit een inhoudelijke analyse van de woorden. Die worden algoritmisch geordend volgens de themas die erin vervat zitten. Elk nieuw appartement wordt vervolgens opgenomen in de plattegrond van een virtuele stad. De kaart die de twee kunstenaars voordien realiseerden was de WonderWalker, een project voor het Walker Arts Center in Minneapolis. Daarin wordt het internet benaderd als een rariteitenkabinet. Zoals zeventiende-eeuwse ontdekkingsreizigers vreemde objecten meebrachten van hun verre omzwervingen en die onderbrachten in hun Wunderkammers, zo nodigen Wattenberg en Walczak internetgebruikers uit om adressen van markante websites te delen met andere internauten. Elke bijzondere vondst krijgt een plaatsje op de WonderWalker-kaart. Eenzelfde bestand kan op drie verschillende manieren betreden worden. Een eerste zoekfunctie toont de websites op de plaats waar ze werden achtergelaten door hun gebruikers. Een tweede methode maakt het mogelijk te zoeken op basis van diegene die ze selecteerde. Een derde ordening gebeurt chronologisch. Maar ook solo is Wattenberg gefascineerd door de digitale cartografie. Je kan het zo gek niet bedenken of hij brengt het in kaart. Voor het tekstarchief van netkunstsite rhizome.org ontwierp hij een alternatieve interface in de vorm van een spiraal en op zijn eigen bewitched.com, staan eerdere voorbeelden van webatlassen als What you seek of ook Music and Numbers, een verre voorloper van het recente The Shape of Song. In dat laatste werk dat in 2001 on line ging toont Wattenberg hoe liedjes eruit zien. Dat gaat van de structuur van Bachs Goldberg Variationen tot Fight for your right (to party) van The Beastie Boys. Al die projecten van Wattenberg kregen nu ook netjes een plaats tussen de 190 andere webkunstwerkjes op de Net Art Idea Line. Wattenberg werkte die ideeënlijn uit voor het New Yorkse Whitney museum. De site ging begin oktober on line en bevatte toen 195 artistieke mijlpalen uit de internetgeschiedenis. De Net Art Idea Line bestaat, in tegenstelling tot wat de naam suggereert, niet uit één maar wel uit meerdere lijnen. Een eenvoudige schematisering die doet denken aan de uitvinding van Mercator om als eerste zijn kaarten te projecteren aan de hand van horizontale en verticale lijnen die haaks op elkaar staan en de kaart doorsnijden. De projectie die Wattenberg gebruikt voor zijn internetkunstkaart maakt enkel gebruik van horizontale lijnen (tenzij je er zelf de verticale bij denkt die gevormd worden door de jaartallen bovenaan) die met de tijd mee van links naar rechts evolueren. Door de muis over de thematische lijnen te laten glijden (dat kunnen technieken zijn of software of inhoudelijke criteria) openen die zich als een waaier en worden de namen van de verschillende werken zichtbaar. Door die namen aan te klikken kan men de verschillende sites lanceren. Een speciale zoekfunctie laat toe om ook op namen van auteurs of afzonderlijke werken te kiezen. Afhankelijk van het aantal werken op eenzelfde plaats worden de lijnen dikker of dunner. Op die manier laat zich in een oogopslag een ruw historisch narratief van de internetkunstgeschiedenis aflezen. Die ontstaat aan het begin van de jaren negentig uit een internetgemeenschap die nadacht over zichzelf. Het ging over een verzameling individuen die wereldwijd door de techniek van de nieuwe media met elkaar verbonden werden. Het ging ook over het geloof in het internet als een oneindige database, het internet als een bibliotheek bij je thuis. En in de beste cyberpunktraditie ging het ook over de computer als drager van artificieel leven. De meest uitgesproken lijnen in die vroege periode zijn dan ook die van de telepresentie, de gemeenschappen, de database en de hardware. Vanaf 1995 is er echt sprake van internetkunst net.art in het cyberjargon. Dat maakt het zo leuk om in Wattenbergs tijdlijn in de uiterst linkse regionen van voor de officieuze startdatum te neuzen. Daar bevinden zich de eerste, voornamelijk tekstgebonden, pogingen tot internetkunst.Vanaf 1995 vormen zich de tendensen die zichtbaar blijven tot vandaag. De drang om te zoeken naar nieuwe narratieven, gekoppeld aan het verkennen van de mogelijkheden van de hypertekst zijn de belangrijkste. Het is ook op dat moment dat humor een essentieel onderdeel wordt van kunst op het internet. In 1996 verschuift de klemtoon opnieuw naar de telepresentatie of de performance op afstand, en doet ook de video (de webcam) zijn intrede. In 1997 winnen algoritmes en Java aan belang. Sinds vorig jaar werden ook andere webdesignerprogrammas als Flash, Shockwave of 3D zeer populair. Maar de samenvattende tendens in Wattenbergs internetgeschiedenis, is toch de evolutie van een overwegend tekstmedium naar een toenemend belang van het grafische beeld. Maar ga vooral zelf op zoek tussen de plooien van deze digitale waaier. Hij staat borg voor uren internetplezier.www.whitney.org/artport/idealine Meer nieuwe wereldenNet als Mercator verliet Wattenberg amper het huis om zijn kaart samen te stellen. Zijn informatie haalde hij bij zon honderd netkunstenaars die samen deze nieuwe wereld maken. Daarnaast maakte hij uitvoerig gebruik van de bestaande kaarten en catalogen over internetkunst zoals de artbase van rhizome.org, de open source story of net art die internetkunstenares Nathalie Bookchin twee jaar geleden maakte, de meer algemene cyberatlas waar het Guggenheim Museum tussen 1996 en 1998 aan werkte en het idiosyncratische overzicht van voornamelijk gelijkgezinde webkunstenaars dat het anarchistische internetkunstduo Jodi in 1997 produceerde. In het gigantische archief dat het internet is, schieten de databases als paddestoelen uit de grond. Elke database is een nieuwe kaart, een nieuwe poging om delen van het internet op een bevattelijke en vooral toegankelijke manier voor te stellen. Geen enkele van die kaarten pretendeert volledig of precies te zijn; waar het wel om draait is de bruikbaarheid. Cyberspace is, net zoals de nieuwe wereld enkele eeuwen geleden, een uitgestrekt gebied vol nieuwe ontdekkingen. Cartografen, informatici en wiskundigen werken nauw samen met de nieuwe ontdekkingsreizigers die de internauten zijn.Zo opende onlangs netartmuseum.org haar virtuele deuren. Ook dit museum kan men op verschillende manieren betreden of gebruiken. Men kan er een geleid bezoek volgen langs voorgeselecteerde internetkunstwerken. Men kan kiezen voor de meest populaire sites van het museum. Of men gaat voor de database waarin tientallen, zo niet honderden werken alfabetisch werden gerangschikt. Het museum ziet eruit als een modern gebouw van glas en beton. Ruim en doorzichtig, zoals het past in cyberspace. Tijdens het geleide bezoek schuiven de ontelbare verdiepingen van het gebouw eindeloos voorbij. In het digitale museum van de toekomst klik je vanuit je luie stoel werken naar keuze aan. De initiatiefnemers achter deze on-linecollectie hebben hun naam dan ook niet gestolen: The Armchair Universe, of de wereld bij je thuis. Centrale figuur in The Armchair Universe is de Britse kunstenaar Stanza, niet toevallig ook verantwoordelijk voor de eerste opdracht van het nieuwe museum. The Central City, zo heet dat werk, is een virtuele stad met veel bewegende beelden en geluiden waar de bezoeker doorheen kan navigeren. Alweer een kaart? Jawel. En alweer een nieuwe kijk op cyberspace waaruit duidelijk blijkt dat elke kaart een persoonlijke constructie is. Wie zich nog meer wil verdiepen in de cartografie van het web moet naar Lisa Jevbratts Mapping the Web Infome. Jevbratt laat zich voor haar project inspireren door het Human Genome Project, waarin het ambitieuze plan werd opgevat om het menselijke DNA in kaart te brengen. Naar analogie met dat project wil Jevbratt de geheime codes achter het worldwide web in kaart brengen. Webpaginas worden hier behandeld als organismes met een beperkte levensduur. Verschillende theoretici en kunstenaars van het web gingen aan de slag met de software die Jevbratt voor hen ontwierp. Het resultaat zijn verschillende teksten, beelden en interfaces die telkens een mogelijk beeld brengen van het internet.rhizome.org/artbasewww.calarts.edu/~line/historycyberatlas.guggenheim.orgmap.jodi.orgwww.netartmuseum.org dma.sjsu.edu/jevbratt/lifelikeSamenstelling: Pieter VAN BOGAERT