De moeizame oorlogJean Vanempten

De bomaanslagen in Istanbul hangen als een donkere wolk boven het bezoek van de Amerikaanse president, George W. Bush, aan de Britse premier, Tony Blair. De Amerikaanse president blijft bij zijn stelling dat de oorlog tegen Irak meteen ook een oorlog tegen het terrorisme is. De vaststelling is helaas dat de oorlog in Irak het terrorisme wereldwijd heeft doen oplaaien. Met de aanslagen tegen twee Britse doelwitten in de Turkse stad wordt ook meteen duidelijk dat de antiterreurpolitiek van de Amerikanen en hun bondgenoten op de korrel wordt genomen. De strijd tegen de terreurorganisatie Al Qaeda is duidelijk niet gestreden. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 is herhaaldelijk op verschillende plaatsen toegeslagen, zowel in Irak als daar buiten. De terroristische activiteit lijkt in deze vastenmaand, de Ramadan, alleen maar toe te nemen. Aanslagen in Irak, Saudi-Arabie, Israel en Turkije bewijzen dat. Blijkbaar is het terreurnetwerk dermate hersteld dat het steeds driestere aanslagen kan plegen. Wellicht gaat het ook niet om een strak geleide terroristische groep, maar veeleer om een verbond van islamitische fundamentalisten die een gemeenschappelijke vijand hebben gevonden. Dergelijke groeperingen zijn moeilijk te vatten en kunnen snel onderduiken in miljoenensteden. Met klassieke oorlogsvoering is dit soort terrorisme niet uit te schakelen. De oorlog tegen de coalitietroepen in Irak wordt daarom op verschillende fronten gevoerd. In Irak zelf blijven haarden van verzet operationeel, maar er zijn ook zelfmoordaanslagen tegen zogenaamde 'zachte' doelwitten. Dat soort aanslagen lijkt zich nu ook te verplaatsen naar de bondgenoten van de VS, zoals Saudi-Arabie en Turkije. Na de aanslagen van 11 september 2001 op New York en Washington hebben de VS de oorlog aan het terrorisme verklaard. Die oorlogsverklaring liep uit op twee oorlogen en twee snelle overwinningen. Maar in Afghanistan noch in Irak bracht de overwinning orde en veiligheid, integendeel. De Amerikaanse president verdedigde het gebruik van geweld tegen 'het kwade' nog fors in Londen. Maar ook bij hem moet het besef groeien dat het omverwerpen van een dictatoriaal regime op generlei wijze het terrorisme onderdrukt, laat staan de veiligheid verhoogt. De Amerikaanse president zoekt, in het licht van de presidentsverkiezingen volgend jaar, een snelle uitstapstrategie in Irak. Al is het maar om de eigen bevolking te sussen. Een overhaast vertrek uit Irak of Afghanistan zal evenwel het terrorisme alleen maar aanmoedigen. Daarom zijn de VS veroordeeld tot een langdurige aanwezigheid in Irak. President Bush beloofde dat de oorlog tegen Irak het begin van het democratiseringsproces in de regio zou zijn. Daar is nog niets van te merken. En zo lang de noodzakelijke orde en rust niet zijn weergekeerd, blijft het gevaar op fanatieke aanslagen erg hoog.