Advertentie
Advertentie

De nationale lonen en de unitaire sociale zekerheid houden Wallonië arm

Meestal wordt de unitaire solidariteit, met als voornaamste instrument de unitaire sociale zekerheid als een onbetwistbaar voordeel voor Wallonië opgevat. Langs Vlaamse kant is die transfer een nadeel. De financiële stroom van Vlaanderen naar Wallonië bedraagt 170 miljard frank (4,2 miljard euro). Uitgedrukt in procent van het Vlaams BBP is dat 3,5 procent. Zou die som gebruikt worden om de loonkosten te verlagen, dan konden de Vlaamse loonkosten met 6,5 procent dalen.Maar is de bestaande unitaire structuur een voordeel voor Wallonië?Onlangs las ik een artikel van Sinn en Westerman, de Two Mezzogiornos. In het artikel wordt Zuid-Italië vergeleken met de rest van Italië en Oost-Duitsland met de rest van Duitsland. Beide Mezzogiornos, Oost-Duitsland is dan het tweede Mezzogiorno, vertonen tal van overeenkomsten zoals een veel lagere productiviteit, lagere groei, lagere investeringsgraad,enzovoort. Deze lagere productiviteit zou resulteren in grote inkomensverschillen tegenover de rest van hun land, ware het niet dat substantiële transfers via de overheidsfinanciën en de sociale zekerheid als schokbreker optreden. De hoge werkloosheid, de te lage investeringsneiging en de te lage groei hebben een gemeenschappelijke reden: te hoge loonkosten. Die te hoge loonkosten komen voort uit de gewoonte om de lonen op nationaal niveau af te spreken en ze grotendeels te volgen in de twee Mezzogiornos. De te hoge loonkosten jagen kapitaal eerder weg dan het aan te trekken. Van een inhaalbeweging is dan ook geen sprakeVerkeerde prikkelDe grote transfers zijn gedeeltelijk gemotiveerd om de regionale achterstelling te compenseren, maar vloeien ook voort uit een heel het land overspannend sociaal zekerheidsstelsel. Die transfers verzachten het probleem, maar lossen het niet op. Integendeel, ze vormen een verkeerde prikkel die te vergelijken is met het zogenaamde Dutch disease-fenomeen. De term Dutch disease verwijst naar het economische ziektebeeld dat ontstond als gevolg van de vondst en exploitatie van aardgas in Nederland in de jaren 60. Dit leidde tot een stijging van de reële effectieve wisselkoers. Het verlies aan concurrentiekracht tastte de rendabiliteit en de omvang van de open sector aan. De moraal is dat wat schijnbaar een groot voordeel was, zich geleidelijk en via een omweg wreekte. Een Dutch disease-fenomeen treedt op ook bij de twee Mezzogiornos. Een geschenk van de natuur of een gift uit een ander gebied, maakt niet uit. De aanzienlijke financiële transfer en het navolgen van de lonen in het rijkere gebied hebben hetzelfde effect als de vondst van aardgas.Gezien Italië en Duitsland één muntunie vormden en nu zijn opgegaan in de Europese Monetaire Unie, is een wisselkoersaanpassing voor beide Mezzogiornos niet mogelijk. De oplossing is gedecentraliseerde loononderhandelingen die rekening houden met de plaatselijke zwakheden. Gedecentraliseerde loononderhandelingen zijn een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde voor convergentie. Een gemeenschappelijk socialezekerheidsstelsel blijft dan nog verkeerde prikkels uitzenden. De sociale uitkeringen en reglementering zijn afgestemd op het goedpresterende deel van het land. Voor de twee Mezzogiornos zijn de uitkeringen te hoog in vergelijking met de productiviteit. Te hoge uitkeringen maken dat veel te veel mensen zich permanent of langdurig installeren in de sociale zekerheidDe auteurs besluiten met de vaststelling dat wanneer twee Duitslanden en twee Italiës zouden bestaan, de bovengenoemde problemen niet waren opgetreden. Dan was er van een artificiële loonafstemming en een gemeenschappelijk socialezekerheidssysteem geen sprake geweest.Onlangs heb ik een gelijklopende redenering geponeerd met betrekking tot Vlaanderen en Wallonië. De stelling is dat de defederalisering van de sociale zekerheid niet alleen wenselijk, maar ook onvermijdelijk is. De basisvoorwaarden voor het behoud van de unitaire sociale zekerheid zijn niet meer vervuld. De economische kloof tussen Vlaanderen en Wallonië is te groot geworden en neemt nog toe. Daardoor beantwoordt de unitaire sociale zekerheid niet meer aan de verschillende behoeften tussen het noorden en het zuiden. Maar er is meer, de unitaire sociale zekerheid is contraproductief geworden. Ze werkt de divergentie in de hand. De unitaire sociale zekerheid is niet alleen voor Vlaanderen, maar ook voor Wallonië nadelig. Transfers tussen de deelstaten in het kader van de overheidsfinanciën en de sociale zekerheid verzachten de pijn, maar doen niets meer. Vermits de transfers een louter inkomensondersteunend karakter vertonen, bevatten zij geen elementen die het concurrentievermogen van Wallonië direct of op termijn verbeteren. De nationale lonen en de unitaire sociale zekerheid houden Wallonië arm. Het status-quo biedt geen uitweg. Er is geen enkele reden waarom Wallonië in de toekomst Vlaanderen niet zou kunnen bijbenen of overtreffen. Als het kiest voor de juiste oplossingen.Johan SAUWENSVlaams parlementslid voor de VU&ID-fractie