Advertentie
Advertentie

De onafhankelijkheid van financiële analisten

De internationale financiële wereld davert op zijn grondvesten. In de VS is een niet aflatende stroom financiële schandalen het fundament waarop een gezonde financiële markt steunt, het vertrouwen, aan het ondergegraven. Zowat alle interveniënten in het financiële bestel liggen onder vuur: de genoteerde bedrijven en hun corporate governance, bedrijfsrevisoren, rating agencies (Moodys, S&P), investeringsbanken en de financiële analisten. Daarbij valt het op dat er wel een bewustzijn is dat er snel structurele maatregelen moeten worden genomen om het vertrouwen te herstellen, maar dat er zelden voorstellen of concrete ingrepen worden gedaan. In de discussie omtrent onafhankelijkheid van financiële analisten staat men al wat verder, vooral omdat deze beroepsgroep reeds onder vuur ligt van voor de revelatie van de Enron-fraude. De beleggers wijzen analisten immers aan als de voornaamste schuldigen voor het ontstaan en uiteenspatten van de dotcom-zeepbel. Hoewel daar iets van aan is, is de realiteit genuanceerder: bij elke investeringsbeslissing ligt de verantwoordelijkheid immers bij de belegger en niet bij de raadgever. Beleggers gaan nu iets te gemakkelijk voorbij aan wat toen een realiteit was: men wilde niets anders dan aankoopaanbevelingen, een analist die waarschuwde voor excessen mocht vrezen voor zijn job en de internetgurus werden tot het sterrendom verheven, door het beleggerspubliek. Dit neemt niet weg dat recente schandalen (internetguru Henry Blodget omschreef in privé-e-mailverkeer aandelen waarop hij een koopaanbeveling had uitstaan als pos, voluit piece of shit) een vertrouwenscrisis hebben tegenover financiële analisten.Het kernprobleem van de geloofwaardigheid van de financiële analist ligt in zijn gebrek aan onafhankelijkheid. Die wordt aangetast door allerhande belangenconflicten. Daarbij worden de corporate-financebelangen van de investeringsbank waarvoor de analist werkt het meest aangehaald : beursgenoteerde klanten mogen niet tegen de haren worden gestreken met negatieve adviezen om geen corporate business te verliezen. Ook het omhoog houden van aandelen waarin de werkgever of de analist zelf zijn belegd of het beïnvloeden van de beurskoers om eenn of andere M&A-operatie te laten slagen kunnen mogelijke belangenconflicten zijn. De meeste investeringsbanken trachten (individueel) die belangenconflicten op te lossen door het verstevigen van de Chinese Walls of het verzelfstandigen van de researchafdeling. Analisten worden verboden aandelen aan te houden die ze behandelen. De meest frequente maatregel is het loskoppelen van de verloning van de financiële analist van het globale of corporate-finance- inkomen van de bank, waardoor het tegen de haren strijken van de klanten niet tot financieel verlies van de analist leidt. Deze oplossingen gaan echter voorbij aan de kern van het probleem, namenlijk dat financiële analisten altijd belangenconflicten zullen hebben, welke structuren ook op poten worden gezet.We moeten belangenconflicten dus aanvaarden als onvermijdelijk, maar wat onaanvaardbaar is, is dat ze verborgen blijven. De echte oplossing voor het vertrouwensvraagstuk van financiële analisten ligt dus zoals steeds in de transparantie: op de analistenrapporten dient aangegeven te worden welke de potentiële belangenconflicten zijn. Welke is de positie van de werkgever in het aandeel (long, short, voor hoeveel), en die van de analist zelf, welke zijn de klantenrelaties met het onderzochte bedrijf, voor welke concurrenten werkt de investeringsbank, enz Elk potentieel belangenconflict moet duidelijk worden gemaakt, zodat de belegger de waarde van het advies voor zichzelf kan uitmaken. Dat dit onderzoeksrapporten niet tot waardeloos papier herleidt, bewijst de interesse die er bestaat voor de analyses van introducerende banken bij een IPO: hoewel het belangenconflict daar overduidelijk is en de conclusie ervan onveranderd buy luidt, worden ze met veel aandacht gelezen en ernstig genomen. Het aanduiden van de (mogelijke) belangenconflicten zal dus tot meer duidelijkheid leiden en niet tot het einde van de financiële analyse.Maar ondanks alle transparantie moet iedere belegger zich bewust zijn van het feit dat elke financiële analyse uiteindelijk is bedoeld om de lezer ervan tot handelen aan te zetten. Wanneer 70 à 80% van alle aanbevelingen hold zou luiden, zoals feitelijk het geval zou moeten zijn, en de belegger zich daar effectief aan zou houden, zijn aandelen houden dus, dan betekent dit het einde voor de industrie die de financiële analist tewerkstelt. Zoals iedere industrie zijn verkopers nodig heeft, heeft de financiële industrie analisten nodig om de beleggers enthousiast te maken voor de aan- of verkoop van aandelen. Het aanvaarden van dit fundamentele, want onvermijdelijke, belangenconflict kan de discussie misschien binnen de juiste perken brengen en de verantwoordelijkheid opnieuw verschuiven in de richting van waar ze altijd gelegen heeft: bij de belegger die als volwassene een investeringsbeslissing neemt en zich daarbij dient te steunen op meerdere factoren, waaronder beleggingsadvies van financiële analisten. Luk DELBOO De auteur is Market Supervision Manager van Euronextxt Brussels. Hij schreef deze bijdrage in eigen naam.