De onmogelijke partijvernieuwing?

Er zijn nog zekerheden in het leven. De liberalen schieten met scherp op de socialisten, de inzet is de sociale zekerheid. Een interne nota brengt onze premier als baby-Thatcher in herinnering. Mensen en beurzen worden ongerust over aanhoudende berichten over saneringen en rationalisaties. De regering stelt dat alles onder controle is en heeft zich in de harde wereld van het internationale zakenleven vierkant laten rollen door Zwitsers. Straks pleiten sommigen wel weer voor Vlaamse verankering.Een andere zekerheid heeft betrekking op de hervorming van politieke partijen.Minstens drie partijen zijn zichzelf aan het hervormen: de SP, CVP en VU. Twee nieuwe partijen, Agalev en Vlaams Blok, bezinnen zich ook. Agalev denkt na over de verbreding van de unique selling proposition en over repercussies van regeringsdeelname op het electoraal succes. Het Vlaams Blok doet moeite, uit angst voor een juridische veroordeling en met het oog op een electorale uitbreiding, om een beetje verandering te suggereren daar waar alles bij het oude blijft. Van alle traditionele partijen heeft de VLD het eerst gebroken met het verleden. Nu zijn de andere twee traditionele partijen aan een inhaalbeweging bezig. Over de VU hebben we het hier niet: dat is een zaak van desintegratie. De VLD heeft in 1992, toen de PVV werd opgedoekt, gezegd en geschreven - en anderen zijn haar daarin gevolgd - dat een heel nieuwe partij met nieuwe en oude politici was opgestaan om een nieuw soort sociale categorie te behagen: de burger. Wie vernieuwingsteksten leest, weet hoe wazig en vooral hoe electoraal geïnspireerd dat centrale concept is. De VLD heeft dan ook jaren geleden, door een handige pr-strategie, het imago gecreëerd dat ze de wáre vernieuwer is. De wat minachtende maar niet onterechte kritiek van haar voorzitter op het CD&V-showcongres van Kortrijk is daarvan een uiting. Maar, in tegenstelling tot Stefaan De Clerck, slaagde Guy Verhofstadt er destijds wel in om oude wijn in nieuwe zakken te verkopen. Inhoudelijk verschilden de nieuwe VLD-standpunten nauwelijks van die van de PVV, enkel het meer Vlaamse imago kan als nieuwigheid doorgaan. Ook een aantal radicale voorstellen over organisatorische vernieuwing, die alvast de interne kloof met de burger moesten dichten, blijken tien jaar later dode letter te blijven. Zo worden de strenge cumulregels nauwelijks toegepast.Vandaag proberen socialisten en christen-democraten hetzelfde: de partij nu eens echt en ferm vernieuwen! En ze passen inderdaad hetzelfde recept toe: van een echte partijvernieuwing is geen sprake, veeleer van een obligate pr-operatie. De vraag is uiteraard wat dat dan precies inhoudt, een echte partijvernieuwing. Wat kunnen daarvan de criteria zijn? Daarenboven is het lichtend pad van de VLD, waaraan sommige van de huidige partijvernieuwingen worden afgemeten, misleidend. Die blauwe vernieuwing berust immers deels op een mythe, maar een die wel goed verkocht. De SP, geïnspireerd door het succesverhaal van wonderboy Tony Blair, zet een A na haar naam. Dit staat voor behoud, van oude, trouwe kiezers en doelstellingen, én voor verandering, en dus voor een uitbreiding naar nieuwe kiezers en middelen. De vernieuwing uit zich vooral in het aantrekken van nieuw personeel, een noodgedwongen interne partijreorganisatie en enkele frisse geluiden in de regering. Inhoudelijk is de vernieuwing pover. Het grote toekomst-congres werd achteraf onvoldoende geëxploiteerd om nu nog als enthousiasmerend vernieuwingsproject te renderen. Hoewel sommigen binnen de SP verwijzen naar deze inhoudelijke vernieuwing als excuus om daar niet opnieuw aan te beginnen, doen ze er goed aan dat materiaal nog eens uit de kast te halen. Trouwens, de SP is in geleidelijke en in een relatieve stilte, met haar verhaal van activering en gelijke kansen, wel inhoudelijk opgeschoven. Maar de strijd om het centrum, die alle partijen lijken te voeren, kan bezwaarlijk als partijvernieuwing begrepen worden. Misschien is het durven innemen van niet-centrum-standpunten dat wel.Bij de CVP-CD&V-transformatie vinden we een gelijkaardig scenario: nieuwe naam, wat gesleutel aan partijstatuten maar bovenal het blijven schipperen tussen veel oud en een beetje nieuw. Denk maar aan de al fel bekritiseerde CD&V-schizofrenie over het homohuwelijk, confederalisme of migrantenstemrecht. De CD&V verschilt in bijna niets van de CVP. Inhoudelijk is er nauwelijks iets veranderd, maar de CD&V is er zelfs niet in geslaagd om mensen te doen geloven dat het hier om meer dan een loutere naamsverandering gaat. De CVP is dan ook tijdens de vernieuwingsoperatie te vaak met zichzelf geconfronteerd, wat verklaart waarom de standen er nog altijd zijn. En de bijenkorven, die zoemden voort. De Clerck kan nog iets leren van de VLD, namelijk dat je niet te lang met je zelf mag bezig zijn. Ze moeten dringend eens tot echte oppositie komen.Dat doet ons wat mistroostig afvragen of een echte partijvernieuwing überhaupt mogelijk is. Of leden, militanten, kiezers of opinieschrijvers niet te veel verwachten. Het gaat hier, wegens gebrek aan eensgezindheid over echte criteria voor échte partijvernieuwing, om een subjectieve inschatting. Dat is in de politiek het zwakke en flexibele criterium van het welslagen van partijvernieuwing. Tom VERSTRAETE en Carl DEVOSDe auteurs zijn politologen verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent.