Advertentie
Advertentie

De redder in nood

Bij het personeel van LHSP, bij tienduizenden kleine aandeelhouders en bij de enkele honderden schuldeisers flakkerde op 16 januari de hoop op toen bekend raakte dat Philippe Bodson als crisismanager in dienst trad van het noodlijnende technologiebedrijf. Al snel bleek dat het probleem met Bodson is dat het niet altijd duidelijk is wanneer de stakeholders hem kunnen geloven. En wanneer niet.Bij de raad van bestuur was het ongenoegen over het eigengereide optreden van de Amerikaan John Duerden zo goed als algemeen, toen op een dag de naam van Bodson viel. Bodson was langs de achterdeur moeten opstappen bij de nutsvoorzieningengroep Tractebel. Zijn harde opstelling tegenover Suez, de Franse hoofdaandeelhouder van Tractebel, had hem in België veel sympathie opgeleverd. Rond Tractebel was wel een omkoopschandaal uitgebroken, maar de naam van Bodson bleef voorlopig ongehavend.De Luikenaar startte zijn blitzcarrière in 1967 bij het Canadese Finametal. Na enkele omzwervingen bij onder meer consultantbureau McKinsey, keerde hij in 1979 terug naar België als directielid bij het vlakglasbedrijf Glaverbel.Dankzij de succesvolle ingrepen bij Glaverbel en Tractebel, verwierf Bodson internationale faam. Ook bij de Angelsaksische bankiers stond hij op een goed blaadje. Maar Bodson heeft niet overal vrienden. Zeker niet bij mensen die nauw met hem moesten samenwerken en die nog altijd beven bij de herinnering aan zijn driftbuien.De gesprekken over een eventuele indiensttreding van Bodson bij LHSP vonden plaats tussen Kerstmis en nieuwjaar 2000 in een hotel in Nice. LHSP-bestuurders Jo Lernout, Francis Vanderhoydonck en Erwin Vandendriessche waren niet met lege handen naar het zuiden getrokken. Het bedrijf had bij de Amerikaanse zakenbank GE Capital een noodkrediet gekregen. KBC wilde, mits het actief van de vertaaldochter Mendez in pand zou worden gegeven, het noodkrediet overnemen. En er was de brief van Telefunken Microelectronic (Temic), een dochterbedrijf van DaimlerChrysler, dat overwoog de automobieldivisie van LHSP over te nemen voor 300 miljoen dollar. Toen het bestaan van het Temic-bod maanden later bekend raakte, lachte Bodson voor de rechtbank van koophandel in Ieper de hele zaak weg. Later zei hij tegen een krant zelfs dat er nooit sprake was geweest van een intentiebrief. Toch bestaat de brief wel degelijk: hij werd op 21 december 2000 geschreven door Dieter Schulze, algemeen directeur van Mietec.Bodson koppelde drie voorwaarden aan zijn benoeming: algemene zeggenschap (die hij kreeg), de zekerheid dat LHSP een gerechtelijk akkoord zou krijgen (wat op 5 januari gebeurde) en een overeenkomst over zijn loon. John Duerden inde een basisjaarinkomen van 1,1 miljoen dollar, Bodson was met minder dan 1,6 miljoen dollar niet tevreden. Bodson miste zijn entree niet. Op 16 januari verstuurde hij een persbericht met in de aanhef een belofte die vele aandeelhouders deed hopen. Mijn doel bij uitstek als algemeen directeur van L&H zal zijn om de aandeelhouders op termijn waar voor hun geld te geven, schreef Bodson. Een belofte die hij enkele weken later inslikte. Bodson hield zich van dan af nagenoeg exclusief bezig met het behartigen van de belangen van de bankiers. Het herstelplan dat Bodson voor LHSP opstelde, had buiten loze beloften weinig om het lijf. Het plan was niets anders dan een liquidatieplan, een begeleide euthanasie van de activiteiten van LHSP in ons land. Wat tal van advocaten bij herhaling voorspelden, werd op 24 oktober een feit. LHSP werd in Ieper failliet verklaard. Bodson toonde zich een slechte verliezer: de rechter in Ieper begreep er niets van, een dossier als LHSP ging diens petje te boven.Kort voor het faillissement had het hof van beroep in Gent zijn plan afgeschoten. En zelfs dat deed niet terzake. De echte juridische afwikkeling speelde zich af in de Verenigde Staten, ver uit de greep van het Belgische gerecht. Daar zwaaide de Amerikaanse advocaat Luc Despins de plak en naar diens pijpen zou Bodson de hele tijd dansen. RDW/LVA