Advertentie
Advertentie

De reporter die de mensen een geweten schopte

Op de vijfde verdieping van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel (met een prachtig uitzicht over de stad!) wordt momenteel een tentoonstelling gewijd aan leven en werk van Egon Erwin Kisch (1885-1948), een van de geestelijke vaders van de journalistieke reportage. De tentoonstellingsmakers hadden werkelijk geen betere locatie kunnen vinden voor hun project, want de expo moet zich een weg banen tussen de tafeltjes en de stoelen van de cafetaria van de Albertina. Het bibliotheekcafé in het hart van de grootstad geeft de bezoeker meteen een suggestief voorsmaakje van zaken die in het leven van Kisch een belangrijke rol hebben gespeeld. De reporter was in het begin van de twintigste eeuw immers een graag geziene gast in literaire cafés in Praag en Berlijn. Over zijn permanente aanwezigheid in het Romanisches Café aan de Berlijnse Kurfürstendamm wordt zelfs verteld dat hij voor de voorbijgangers als een curiosum gold. Of zoals Kisch-kenner Marcus Patka het formuleert in de catalogus van de tentoonstelling: Waar Kisch was, was een koffiehuis.De bijzonder spitsvondige locatie van de cafetaria als tentoonstellingsruimte creëert alvast een aparte sfeer. Wie de tentoonstelling bezoekt, kan ondertussen een koffietje drinken en wie van plan is louter een koffie te drinken, kan ondertussen even een blik werpen op de tentoonstelling. Het verschil tussen mensen die in de cafetaria zijn voor de expo of louter voor een drankje is nauwelijks te merken.Egon Erwin Kisch werd in 1885 in Praag geboren als zoon van welgestelde joodse ouders die hun joodse achtergrond achter zich hadden gelaten om te assimileren in de Midden-Europese burgerlijke samenleving. Als adolescent probeerde hij zich - onder meer via krantenartikels over de duistere zijden van het Tsjechische nachtleven - los te wrikken uit de veilige omgeving van zijn jeugdjaren, maar bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd hij toch op basis van zijn gegoede afkomst geselecteerd voor het officierenkorps. Kisch was toen reeds een gewaardeerd journalist (vooral dankzij de ophefmakende onthulling van een spionagezaak) en de publieke opinie vond het niet meer dan normaal dat hij zich actief inzette voor zijn vaderland.De groote oorlog betekende een definitief breekpunt in Kisch leven. Door de dood van zijn broer Wolfgang aan het front werd Kisch voorgoed een heftig pleitbezorger van internationalisme. Toen Kisch na de oorlog lid werd van de Oostenrijkse communistische partij, werd echter een antisemitische lastercampagne tegen hem opgestart. Kisch emigreerde naar Berlijn, waar hij tien jaar zou blijven.In de woelige metropool die Berlijn tijdens het bewind van de Weimarrepubliek was, beleefde Kisch zijn literaire en journalistieke hoogtepunten. In de kringen rond de schrijver-journalist Kurt Tucholsky en de theaterregisseur Erwin Piscator vond hij niet alleen geestesgenoten, maar ook boezemvrienden. Na de publicatie van een aantal van zijn artikels in boekvorm onder de titel Der rasende Reporter werd hij zelfs bijna wereldberoemd. In het Nederlands wordt de kenmerkende term rasend in combinatie met reporter steevast door vliegend vertaald, maar die vertaling is te zwak om werkelijk aan te duiden waar het Kisch om ging: rasen betekent niet alleen vliegen, maar ook tekeergaan. En vooral dit laatste aspect was volgens Kisch onontbeerlijk voor een goede reportage. Hoe dan ook, de bijnaam de vliegende reporter zou hem voortaan tegen wil en dank achtervolgen.De geëngageerde literatuur die Kisch in zijn reportagewerk bedreef, valt niet zomaar onder een noemer samen te vatten. Als er al een rode draad door het uiteenlopende oeuvre van Kisch te reconstrueren valt, dan kan die misschien nog het best worden samengevat met de titel van een van zijn essays uit 1935: Reportage als Kunst- und Kampfform (Reportage als kunst- en strijdvorm). De reportage moest op een artistiek verantwoorde wijze het sociale onrecht blootleggen en aanklagen.Tijdens zijn tienjarige verblijf in Berlijn had Kisch vele langdurige wereldreizen gemaakt en die flexibiliteit zorgde ervoor dat hij zich ook tijdens zijn periode van gedwongen ballingschap (1933-1945) kon blijven manifesteren als reporter en humanist. Zo probeerde hij vanuit Parijs het ondergrondse verzet tegen de nazis in Duitsland te organiseren. In de jaren dertig verbleef hij ook geregeld in België, onder meer voor reportages over de Antwerpse joden en het gekkenhuis in Geel.Toen na Berlijn en Praag ook Parijs een door de nazis bezette stad werd, verliet Kisch het oude, in puin liggende Europese continent en zocht hij zijn heil in de Nieuwe Wereld. Daar had hij in het begin van de jaren dertig een zielsverwant gevonden in Charlie Chaplin, aan wie hij de ietwat ironische reisreportages in de bundel Paradies Amerika opdroeg. In de herfst van het jaar 1940 passeerde hij nog wel eventjes in de Verenigde Staten, maar zijn uiteindelijke paradijs zou toch Mexico worden, waar hij zich zes jaar vestigde. Daar realiseerde Kisch bijzondere dingen: hij bleef er zich inzetten voor de strijd tegen het fascisme als redacteur van het tijdschrift Freies Deutschland en hij richtte er een uitgeverij op (die hij spreekwoordelijk El libro libre doopte). Maar het opmerkelijkste wapenfeit dat Kisch in Mexico realiseerde, vond andermaal in zijn reportagewerk plaats: hij interviewde namelijk de pre-Columbiaanse ruïnes en piramiden van Teotihuacan en Chichen Itza, een onuitgegeven staaltje van zijn journalistieke kunnen. Kenners omschrijven zijn bundel Ontdekkingen in Mexico als zijn meest voldragen boek.Op de tentoonstelling in Brussel levert Kisch verblijf in Mexico ook de meest beklijvende fotos van de reporter op. De ietwat cynische grijsaard kijkt melancholisch, maar zelfverzekerd in de lens van de fotograaf. Kisch openbaart er zich als een vat vol genuanceerde levenswijsheid, maar de eeuwige ontdekkingsdrang is nog steeds niet uit zijn blik geweken. Het kan dan ook betreurd worden dat Kisch niet lang na zijn terugkeer uit Mexico in zijn geboortestad Praag geveld werd door een hartaanval, want de Koude Oorlog zou de Tsjechoslowaakse vliegende reporter nog heel wat inspiratie hebben opgeleverd. DVDDe tentoonstelling over Egon Erwin Kisch loopt nog tot 31 mei in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel.Een bloemlezing uit de journalistiek van Egon Erwin Kisch, samengesteld door Geert van Istendael en Mark Schaevers verscheen in 1999 onder de titel De Vliegende Reporter bij Uitgeverij Atlas, 387 paginas, 30 euro (1.200 fr). ISBN 90-4500-1640.