De revival van de Vlaamse laurierkweek

In het begin van deze eeuw was de Brugse regio het centrum van de Europese laurierkweek, maar na de Tweede Wereldoorlog deemsterde de teelt van deze edele sierplant weg. De toegenomen aandacht en middelen van horeca, bedrijven en (begoede) particulieren voor de aankleding van tuin, balkons en terras zorgden de jongste jaren voor een comeback van de struik van Daphne. De laurier is in zijn natuurlijke vorm een struik die vermoedelijk afkomstig is uit Perzië en die ruim 3.000 jaar geleden door de Grieken naar het Middellandse Zeegebied werd overgebracht. Door zijn sierlijke aanblik, zijn speelse vormvariaties en het gebruik van zijn blad als specerij in de keuken, werd de plant snel populair.De Grieken noemden de laurier Daphne, naar de legende van de Griekse bosnimf die de liefde van de zonnegod Apollo niet beantwoordde en die door oppergod Zeus werd veranderd in een laurierstruik om zo te ontkomen aan haar drieste aanbidder. Sindsdien is de laurier, die in ieder seizoen groen blijft, het persoonlijke embleem van Apollo en het symbool van eeuwige liefde.De lauriercultus startte bij de Grieken en werd later overgenomen door de Romeinen. Die gebruikten als eersten lauriertakken en kransen als symbolen van triomf, overwinning en vrede. Ook vandaag nog wordt de laurier gebruikt als attribuut van eerbetoon. Dat is doorgedrongen tot in het taalgebruik. De begrippen lauweren (bekronen) en laureaat zijn afgeleid naam van de plant. Ook om zijn diverse medische toepassingen genoot de laurierplant een mythische reputatie.Met het ontstaan van de botanische tuinen maakte de laurier in de 17e eeuw zijn opwachting in onze contreien, als voorname, gedistingeerde versiering van terrassen en balkons van kastelen en herenhuizen, bij de adel en de welstellende burgerij.Hoewel de Europese versie van de potplant (later kuipplant) van mediterrane origine was, werd Vlaanderen (en vooral de Brugse regio) op het einde van de 19de eeuw het centrum van de laurierkweek. De aanzet daartoe werd al gegeven door monseigneur Triest, bisschop van Brugge en later van Gent, die zelf een fervent plantenkweker was en in 1651 de stichter-bezieler was van de hofbouwvereniging Bloemenlievende Gheesten. Dat leren we uit het eindwerk De Brugse laurierteelt dat door Antoine van Hollebeke in 1965 werd afgeleverd aan het landbouwinstituut van Roeselare. De Brugse familie Van Hollebeke is een van de belangrijkste Vlaamse laurierenkwekers. De typische zandgrond en het relatief milde maritieme klimaat van onze regio bleken een vruchtbare voedingsbodem voor de teelt van kwaliteitslaurieren die golden als de fine fleur van de Europese sierteelt. De laurierkweek in Brugge kende een hoogtepunt in het begin van de 20e eeuw met liefst 103 bloemisterijbedrijven in het jaar 1910. De Brugse variant die Laurus Nobilis werd gedoopt, kenmerkte zich door laurierpiramiden en bolbomen, vaak met een getorste stam en werd verkocht in heel Europa tot aan het hof van de Russische tsaar.In het zog van de laurierkweek ontpopte de Brugse regio zich tot het tweede grote Belgische centrum van de hofbouw en de sierteelt, naast Gent. Oude fotos van grote plantententoonstellingen op de markt van Brugge getuigen van de grandeur van die periode. Het grootste bedrijf uit die gloriejaren was de Horticulture Flandria nv uit Steenbrugge, met bijhuis in Deinze, wiens wijd verspreide aandelen tot in de jaren 60 nog werden verhandeld op de veilingen van Brussel en Antwerpen. De Eerste Wereldoorlog zette een domper op bloeiende laurierteelt, die zich nadien niet echt herstelde. Recent tekent zich een heropstanding af van de laurierteelt, die in de Brugse regio overigens nooit helemaal stilviel. De mensen van de Werkgroep Laurier, een vereniging die een 12-tal West-Vlaamse telers bundelt, met secretariaat in Ruddervoorde, zien de comeback van de struik van Daphne in het kader van de nieuwe wooncultuur: er wordt steeds meer geïnvesteerd in de aankleding van tuinen en terrassen en de creatie van de wintertuinen en oranjerieën waar vrienden en familie worden ontvangen. Groenblijvende kuipplanten zoals de buxus en de laurier zijn daarvoor steeds meer in trek, ook al zijn ze niet goedkoop en delicaat in onderhoud. Er is op de markt een expansie van kuipplanten ten nadele van de klassieke binnenhuisplanten. Het staat ook chique om feesten en congressen op te luisteren met laurierboompjes, en daarin ontstaat een verhuurmarkt, getuigen secretaris Dominiek Schrauwen en voorzitter Geert Devriese van de Werkgroep Laurier Bloembinder Daniel Ost denkt dat kuipplanten als de laurier in sommige interieurs zelfs de klassieke spar zal vervangen als kerstversiering. Hij legt de band met de bijgelovige traditie (die in Sicilië nog leeft) waarbij een laurierboom naast de huizen werd geplaatst om blikseminslag te voorkomen. De Werkgroep Laurier peilde vijf jaar geleden naar de laurierteelt in Vlaanderen. Daaruit bleek dat 28 kwekers, van laurierteelt min of meer hun hoofdactiviteit maakten, goed voor ongeveer 45 ha areaal. In de meeste van deze bedrijven gebeurt deze activiteit uitsluitend op familiale kracht, dus zonder extern personeel. Twee grote operatoren, Laurica Plants (Jabbeke) en Van Hollebeke nv (Brugge), samen goed voor de helft van de Vlaamse laurierproductie, werken met extern personeel. Uit de enquête komt ook naar voor dat nog steeds het gros van de lauriertelers zich in de Brugse periferie situeren. En ook de meeste Oost-Vlaamse laurierkwekers zijn uitgeweken Bruggelingen.De hernieuwde belangstelling voor de laurierkweek en het succes van de Vlaamse telers is opmerkelijk, aangezien de kweek van laurieren geen akkefietje is. Het gaat over een arbeidintensieve en een tijdsintensieve activiteit, want een laurierplant is pas verkoopbaar na zeven jaar groei en dat vergt dus hoge opstartkosten. Via de verkoop van jonge laurieren voor gebruik in de keuken probeert de sector daar iets aan te doen.Een andere bezwarende factor is dat de laurier niet vorstbestendig is. Dat betekent dat de kweker winterberging moet voorzien in serres, wat opnieuw zijn effect heeft op het kostenplaatje. Dat geldt ook voor de particuliere klant die bovendien zijn geliefkoosde maar delicate kuipplant op de goede manier moet onderhouden. Een pluspunt is wel dat de planten tot 100 jaar oud kunnen worden, altijd groen blijven en kunnen doorgroeien tot vijf meter hoogte.Dat sommige siertelers brood zien in het opnieuw aanzwengelen van de laurierproductie heeft te maken met de hoge marges die op dit (schaarse ?) topproduct gerealiseerd worden. Dominiek Schrauwen en Geert Devriese van de Werkgroep Laurier: De toenemende concurrentie uit het buitenland kunnen we als Vlaamse kwekers counteren door het kwaliteitswerk in vormsnoei, waarin we met de Laurus Nobilus uitblinken. Daardoor krijgt de kuipplant speciale vormen zoals de piramide, de keizerskroon of de complexe en dure spiraalvormige en gevlochten laurieren.Schrauwen en Zonen bvba, het bedrijf van Jean-Marie en Dominiek Schrauwen uit Ruddervoorde, is een voorbeeld van een onderneming (actief in groenaanleg en onderhoud) die door het heropstarten van de laurierkweek sinds 1995, opnieuw aansluit bij een familiale traditie. Die werd ingezet met hun overgrootvader Jan Schrauwen op het kasteel van de familie Piers de Nieuwburgh in 1895, maar verdween in de jaren 70 naar de achtergrond. De Werkgroep Laurier wil zich verder versterken en onderzoek doen naar kwaliteitsverbetering en nog meer de laurier promoten o.a. via communicatie van onderhoudstips voor tuincentra en particulieren. Samen met de Vlam vzw werd een fraaie brochure uitgegeven die alle nuttige info over de laurier bundelt en werd een kwaliteitslabel voor de verkoop van de Vlaamse laurierboom Laurus Nobilis gecreëerd. Met de status van Brugge als culturele hoofstad in het jaar 2002, wordt gedacht aan een evenement dat de revival van de Vlaamse laurier internationaal moet uitdragen. JVIDe brochure De liefde voor de laurier is in vier talen uitgegeven en verkrijgbaar op de Vlam VZW, tel.: 02/510.62.50 ofvia e-mail: vlam@vlam.be,website: http://www.vlam.be