De sega breekt door

Mauritius, het kleine eiland ter hoogte van Madagascar, was tot vrij recent totaal onbewoond. Vanaf 1750 legden Franse kolonialen suikerrietplantages aan en voerden ze slaven uit Afrika in om het zware werk op te knappen. Na de afschaffing van de slavernij lieten zij contractkoelies uit verscheidene streken van India overkomen. In deze culturele smeltkroes ontstond een eigen muzikale traditie; wat de reggae is voor Jamaica, is de sega voor deze archipel. Zaterdag 19 april komen bij wijze van grote uitzondering musici en dansers uit Mauritius naar Brussel. De zwarte slaven namen de gewoonte aan om 's avonds op het strand samen te komen. Zij zongen over hun harde lot en hun heimwee naar hun geboorteland; ze dansten rond vuren en dronken zelfgestookte suikerrietrum. Typisch voor de sega is dat er nauwelijks voeten- of benenwerk bij te pas komt: geen ritmisch voetgestamp en geen sprongen. De rest van het lichaam beweegt zich wel uiterst sensueel. In het zand zouden die bewegingen sowieso weinig effect sorteren en bovendien hadden de krachtigste slaven kettingen om de enkels om ontsnappingspogingen te voorkomen. De sega functioneerde als afleiding en als pepmiddel tijdens het eentonige labeur op de rietvelden, net zoals de werkliederen van de slaven van Louisiana. Het erotische karakter van de sega vormde het perfecte voorwendsel voor het establishment om deze expressie taboe te verklaren. Veel plantagehouders vonden het maar een subversief gedoe. Ook na de onafhankelijkheid in 1968 nam de hindoemeerderheid die aan de macht kwam een nogal preutse, afwijzende houding aan. De traditionele sega heeft zijn wortels in de voorouderlijke, rituele Afrikaanse gezangen en dansen en is nogal somber en melancholisch. In de loop der tijden onderging deze muziekvorm heel wat invloeden van de Zuid-Amerikaanse salsa en de Caribische calypso en nam ze een veel vrolijker, uitbundiger karakter aan. Het belangrijkste instrument was oorspronkelijk de ravanne, een tamboerijn met grote diameter die oorspronkelijk met een gelooid geitenvel was bespannen. Voor gebruik werd die boven het vuur opgewarmd. Daarnaast deed men vooral een beroep op een metalen triangel en op een soort boog waarbij een kalebas razendsnel over de pees heen en weer beweegt. Het ziet ernaar uit dat deze muziek, net als de reggae dertig jaar geleden, aan het begin van een internationale doorbraak staat. Er ontstonden heel wat eigentijdse vormen zoals de seggae, een combinatie van sega en reggae. De interesse van de andere raciale groepen kon niet uitblijven: jonge hindoes doorbraken de taboesfeer, namen delen van het segarepertoire over en introduceerden hun eigen instrumenten zoals tabla en sitar. Terwijl vroeger enkel het Creools gebruikt werd, wordt nu ook in het hindi of het bhodjpuri gezongen. Ondanks het recente overlijden, op 92-jarige leeftijd, van de Grand Old Man van de sega, de Creool Ti-Frere, is de muziekcultuur van enkele onbetekenende eilandjes in de Indische Oceaan bezig met een heus inhaalmanoeuvre. Lieven BULCKAERT Op 19 april om 20u in Le Concert Noble, Aarlenstraat 82, Etterbeek: J.C. Gaspard en Cyril Labonne met de groepen Capricorne des Tropics, les Filles de l'Isle en Payanke. Inlichtingen: 0472/93.86.10.