Advertentie
Advertentie

De toekomst van hernieuwbare energiebronnen

Hernieuwbare energie is in. De oliecrisis van het voorbije jaar toonde op pijnlijke wijze de afhankelijkheid aan van de wereldeconomie voor de olietoevoer. Voeg daar nog het broeikaseffect en de uitputbaarheid van de fossiele brandstoffen aan toe, en de opkomst van alternatieve energiebronnen ter vervanging van olie en gas is verklaard. Maar welke bron bezit nu het meest commerciële potentieel? Alvorens de commerciële toekomstmogelijkheden van hernieuwbare energiebronnen te onderzoeken, vindt Patrick de Vos - woordvoerder van het Belgische nutsbedrijf Electrabel - het belangrijk het doel dat men wenst te bereiken duidelijk te definiëren. Vloeit de commerciële waarde van het alternatief voort uit de uitputbaarheid van de voorraden fossiele brandstoffen? Of hechten we meer belang aan de CO2-problematiek en de overeenkomsten die hieromtrent gemaakt werden op diverse milieutops? Zo engageerden de industrielanden zich op de top in Kyoto in 1997 om de uitstoot van de CO2 en vijf andere broeikasgassen met gemiddeld 5,2 procent terug te dringen tegen de periode 2008-2012. Een doelstelling die moeilijk haalbaar is, zeker omdat als referentiejaar 1990 werd bepaald. En sinds 1990 is de uitstoot enkel maar gestegen. Volgens De Vos stemt de commerciële waarde van de groene hernieuwbare energie overeen met de waarde die de wetgever eraan geeft. Puur economisch beschouwd, dit wil zeggen zonder rekening te houden met subsidies of andere overheidsinitiatieven, bestaan er momenteel nog geen commercieel concurrerende producten. Het feit dat de distributiemaatschappijen door de regering verplicht worden om tegen 2004 3 procent groene energie te verkopen met daartegenover als sanctie een boete van 5 frank per kilowattuur dat men verwijderd zit van die 3 procent, helpt wel de ondernemingen te overtuigen om te investeren in hernieuwbare energie. WindenergieWindenergie is de alternatieve energiebron bij uitstek. De productiekosten liggen met 2 frank per kilowattuur nog wel boven de 1,1 frank per kilowattuur voor het opwekken van elektriciteit op de traditionele manier via bijvoorbeeld gascentrales. De kostprijs voor windenergie is echter zeer divers. Vooral de locatie speelt hierbij een rol. Enerzijds is er de locatie van de klant. Nog belangrijker is de inplanting van de windmolens zelf en de windtoestand aldaar. Gascentrales kunnen in theorie 24 uur op 24 draaiende worden gehouden. Voor het opwekken van energie via windmolens is de aanwezigheid van wind een belangrijk detail. Windmolens geplaatst in het Antwerpse bijvoorbeeld draaien gemiddeld slechts 17 procent van de tijd. In de kuststreek loopt dit op tot 20 à 25 procent. Electrabel heeft nu een project ingediend voor de constructie van een off-shorewindmolenpark. Door de plaatsing van de windmolens in zee kan het percentage oplopen tot 40 procent. Dit komt overeen met de situatie in Denemarken waar windmolens zon 1.700 megawatt aan vermogen opleveren. Ter vergelijking: de totale elektriciteitscapaciteit in België bedraagt ongeveer 15.000 megawatt. De kostprijs voor de installatie van de windmolens in zee ligt wel gemiddeld 50 procent hoger dan installatie op land. Stefaan Adriaens, analist bij KBC Securities, ziet de toekomst van hernieuwbare energie nog rooskleuriger in. Net zoals De Vos ziet ook hij het grootste potentieel in windenergie. Het nuanceverschil ligt in het feit dat Adriaens spreekt van een prijsverschil van slechts 1 frank per kilowattuur terwijl de woordvoerder van Electrabel spreekt van nog altijd. Groeicijfers van 30 procent per jaar zijn volgens hem zeer realistisch. In Duitsland bijvoorbeeld bedraagt de elektriciteitsproductie op basis van windenergie reeds 1.000 megawatt. Ook Spanje is zeer actief in het promoten van windenergie. Nieuwe technieken en betere locaties kunnen in de nabije toekomst zeker nog voor een verdere daling van die kostprijs zorgen. Biogassen en biomassa staan bij beide op nummer twee op de lijst van potentiële succesverhalen. Biomassa maakt gebruik van biologisch afval. Het organisch afval vergast waarna de gassen omgezet worden in elektriciteit. Vooral in Oostenrijk kent de techniek succes. Het potentieel en de inplanting van de installaties is beperkt tot het aantal en de plaats van de aanwezige stortplaatsen. Ook bij biomassa gaat het om het omzetten van gassen in elektriciteit. Als biomassa wordt vaak hout gebruikt. Zo experimenteert Electrabel met de verbranding van snelgroeiend kaphout voor de opwekking van elektriciteit. Het hout wordt gekweekt in grote plantages volgens het drieslagsysteem. Na een jaar of twee wordt het hout vermalen en verbrand om elektriciteit op te wekken. De CO2 die hierbij vrijkomt wordt geabsorbeerd door het aangeplante bos, wat maakt dat heel het productiesysteem een volledig gesloten cirkel is. Naast de voordelen als alternatieve energiebron ziet Patrick de Vos er een mooie uitwijkmogelijkheid in voor de overproductie in de landbouwsector. Maar ook hier is het potentieel beperkt vooral als gevolg van de beperkte beschikbare ruimte voor de aanplanting van bossen. Toch staat het vast dat het aanwezige potentieel veel sneller zal worden aangewend dan zonne-energie.Zonne-energieEn daarmee zijn we beland bij de energiebron van de (verre) toekomst. Slaagt men erin op een economische manier het zonlicht om te zetten in energie, dan vormt het een schone en onuitputbare energiebron waarbij elk ander alternatief in het niets verdwijnt. Het cruciale punt is het kostenplaatje. Afhankelijk van de bron en de toegepaste techniek van omzetting wordt de kostprijs per kilowattuur geraamd tussen de 10 en de 25 frank. BP Amoco schat dat de kostprijs voor de productie van fotovoltaïsche panelen of zonnepanelen over de volgende 20 jaar kan terugvallen met jaarlijks 6 tot 8 procent. Dit betekent een deling van de kostprijs door drie over een periode van tien jaar. Hoewel ook beursgenoteerde bedrijven zoals de meeste geïntegreerde oliebedrijven en nutsbedrijven investeren in deze nieuwe technologie, wordt het grootste deel van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling gesponsord door de overheid. De Duitse overheid bijvoorbeeld subsidieert momenteel een project waarbij 100.000 particuliere huizen worden voorzien van zonnepanelen. Voor de bedrijven staat er veel op het spel. Het marktpotentieel voor deze groene onuitputbare energiebron is enorm. Van doorslaggevend belang voor het commercieel succes van zonne-energie is de juiste technologie in huis te halen om de kostprijs te drukken. In dit opzicht zit Bekaert misschien wel op de goede boot. Iets meer dan een week geleden meldde het bedrijf dat een in april opgerichte joint venture met het op Nasdaq noterende Energy Conversion Devices een prestigieuze award heeft gekregen voor zijn recentste ontwikkeling inzake zonne-energie. De door de joint venture ontwikkelde UNI-SOLAR panelen worden geprezen omdat ze de fotovoltaïsche technologie een stuk aantrekkelijker maken voor particulier gebruik. Bekaert ziet de toekomst van zonne-energie reeds op kortere termijn commercieel interessant worden. Het bedrijf schat dat binnen 10 jaar zijn divisie zonne-energie even belangrijk zal zijn als de staalkoorddivisie. Volgens KBC Securities komt dit overeen met een bijdrage van 20 tot 25 procent in de groepsomzet binnen enkele jaren.De hype van het ogenbik in Amerika zijn de fuel cells of brandstofcellen. In de brandstofcel worden waterstof en zuurstof via een chemische reactie gebonden waardoor elektrische energie vrijkomt met water als een onschadelijk bijproduct. De toepassing van brandstofcellen is voornamelijk gericht op de autotechnologie, niet het minst wegens de nulemissie van CO2. Maar volgens Adriaens zouden ze tevens dienst kunnen doen als minicentrales om tijdens de piekuren het elektriciteitsverbruik makkelijker op te vangen. Naast het feit dat de brandstofcel de groene lobby volledig achter zich heeft, is het hoge rendement een belangrijke troef. Voor brandstofcellen ligt het rendement voor het opwekken van energie op 60 procent. Aardgasgestookte centrales halen een rendement bij omzetting naar elektrische energie van 55 procent. Voor benzine aangedreven voertuigen ligt het rendement slechts op 30 tot 35 procent. Te mooi om waar te zijn. Natuurlijk. Vooreerst is waterstof een uiterst explosief goedje. De stockering ervan zorgt nog voor problemen. Voorts merkt Patrick de Vos op dat het aanmaken van waterstof een energieverslindend proces is waarbij natuurlijk ook CO2 vrijkomt. De belangrijkste belemmering voor de commercialisering blijft wel de kostprijs. Tal van autoconstructeurs werken echter naarstig aan een oplossing. Zo meldde DaimlerChrysler vorige week een som van 1 miljard euro te investeren in de brandstofceltechnologie tegen 2004. Mazda, dochter van Ford Motor, deelde vorige week vrijdag mee dat het zijn eerste door brandstofcellen aangedreven wagen zal lanceren in 2005. InvesterenDoor de zware subsidiëring van overheidswege vormen sommige hernieuwbare energiebronnen nu reeds een alternatief voor olie en gas. Daarbij komt de dag dat de particulier bereid zal zijn meer te betalen voor groene energie steeds dichterbij. Moeten we dan massaal in de betreffende sector gaan investeren? De periode van hoge olieprijzen heeft reeds tal van investeerders naar de sector gedreven. In de sector van de windenergie is het Duitse Umweltkontor Renewable specialist in de ontwikkeling van windenergieparken de absolute kampioen met een vertwintigvoudiging van de koers sinds maart 1998. Nieuwkomers in 2000 waren EnergiKontor en Plambeck, beide met een verdubbeling van de prijs. In Denemarken moesten NEG Micon en Vestas Wind Systems met een verdubbeling en verdriedubbeling van de prijs over een jaar niet onderdoen. Voor zonne-energie en brandstofcellen vinden we de voornaamste spelers terug in Amerika. Het gros - uitgezonderd het Canadese Ballard Power Systems - betreft small caps met notering op een van de Amerikaanse beurzen. Bijgaande tabel toont aan dat de prestaties in 2000 ronduit schitterend waren. De crash van Nasdaq en het terugvallen van de olieprijzen ging echter ook niet ongemerkt voorbij. Concentreren we ons op de winsten en de verwachte koers-winstverhoudingen, dan blijkt dat vele bedrijven hun winsten nog enige tijd in rode inkt zullen moeten optekenen. Geduld en stalen zenuwen komen voor een belegger zeker te pas.Betekent een doorbraak van hernieuwbare energie zware concurrentie voor de traditionele olie- en nutsbedrijven? Zeker niet. Voor Patrick de Vos is het duidelijk dat deze markt ook de markt van Electrabel is. En dat ook de gas- en oliebedrijven niet onmiddellijk op verdwijnen staan, staat ook als een paal boven water. Vooreerst zijn zij de grootste investeerders in de sector. Daarnaast wordt de potentiële markt voor zowel zonne- als windenergie over 10 jaar geschat op 15 tot 20 procent voor elk. Voor 60 procent van de energievoorziening zullen we nog steeds terecht moeten bij de traditionele energievoorziening. Koen DE LEUS