Advertentie
Advertentie

De top van de Nobelprijs-winnaars

De druk op de Israëlische premier, Ariel Sharon, om het licht op groen te zetten voor een ontmoeting tussen de Nobelprijs-winnaars voor de vrede Shimon Peres en Yasser Arafat, is enorm toegenomen. Dat heeft alles te maken met de wens van de Verenigde Staten om een internationale coalitie tegen het terrorisme op de been te brengen. De voorbije weken heeft Sharon al vier maal een stokje voor een dergelijke top gestoken. De Israëlische premier eiste dat het Palestijnse geweld 48 uur volledig moest ophouden. Een bijna onmogelijke eis. Diverse bronnen meldden dinsdag evenwel dat de top vandaag plaatsvindt.De ontmoeting moet de Arabische landen ervan overtuigen dat er werk gemaakt wordt van de Palestijnse kwestie en moet hen overhalen toe te reden tot de internationale coalitie tegen het terrorisme. De VS hebben al laten weten dat het een strijd van lange adem wordt. Het gesprek van Arafat en Peres moet dan ook meer opleveren dan fraaie televisiebeelden. De top op zich is niet voldoende. De Arabische wereld wil meer.De vraag is of een nieuw akkoord over een staakt-het-vuren voldoende is om de Arabieren over de streep te trekken. Het bestand van 13 juni, dat totstandkwam na Amerikaanse bemiddeling, is dode letter gebleven. Intussen is het bijna een jaar geleden dat de tweede intifada losbarstte. De Israëlische reactie wordt in de Arabische landen steevast bestempeld als staatsterrorisme. Het is moeilijk de Arabieren te vragen toe te treden tot een coalitie tegen het terrorisme wanneer zij de Palestijnen beschouwen als slachtoffers van terrorisme.De Palestijnse leider, Yasser Arafat, heeft zijn lessen getrokken uit de Golfoorlog tegen Irak toen hij de kant koos van Bagdad en daarmee op het verkeerde paard wedde. Arafat liet na de aanslagen in de VS vrij snel weten te willen toetreden tot de antiterreurcoalitie. Daarmee drong hij Israël in het defensief.De sluwe Palestijnse leider moet nu echter aantonen dat hij meent wat hij zegt en resoluut optreden tegen terreurgroepen als Hamas en Jihad. Indien hij erin slaagt deze groepen een halt toe te roepen, bevestigt dit evenwel de Israëlische stelling dat Arafat altijd de volledige controle in handen had en dus al veel eerder de terreur had kunnen stopzetten. Indien hij er niet in slaagt, brengt hij zijn positie als bondgenoot in de antiterreurcoalitie danig in gevaar en zal iemand anders zich in het kader van die coalitie verplicht zien op te treden tegen de Palestijnse terreurbewegingen. De coalitie kan dan weer uiteenvallen als de Arabische landen bezwaar maken tegen nieuwe terreur tegen de Palestijnen.Peres heeft officieel slechts het mandaat te praten over de stopzetting van het geweld. Desondanks moet de ontmoeting met Arafat meer opleveren. Ruim een jaar na het begin van de tweede intifada zijn concrete maatregelen om het vredesproces nieuw leven in te blazen wellicht de enige manier om de Arabische twijfels bij een internationale coalitie tegen het terrorisme te verminderen. Ludwig DE VOCHT