De Turks-Europese douane-unie en de textiel- en kledingsector

Op 13 december 1995 bekrachtigde het Europees Parlement, met een ruime tweederde meerderheid, de overeenkomst van 6 maart 1995 die een douane-unie tussen de Europese Unie en Turkije tot stand brengt. De meningsverschillen tussen de Europese parlementsleden gingen voornamelijk over de relatie tussen economische akkoorden en politieke democratie. Men verbindt het vraagstuk van de douane-unie met het respect voor de mensenrechten, de Cyprische kwestie, de Koerdische kwestie en de problemen van fundamentalisme en terrorisme. Het gaat om zaken die stuk voor stuk de grondslagen van de rechtsstaat beroeren. Maar wie zich blind staart op de politieke dimensie gaat voorbij aan de eigenlijke inzet, met name het vrijmaken van het handelsverkeer en het voeren van een gemeenschappelijk tolbeleid tegenover de rest van de wereld. Wie gewaarschuwd heeft voor de gevolgen van de douane-unie op het succes van de fundamentalisten dient trouwens ootmoedig toe te geven dat niet de gevolgen van de douane-unie maar wel de benarde toestand van de Turkse samenleving en de bijstand die de Welzijnspartij verleent aan kansarmen en hulpbehoevenden in dorpen en steden een fundamentalistische verkiezingsoverwinning hebben mogelijk gemaakt.