De uitvinder van de gitaar

Voor velen is het vast even wennen aan het geluid van de gitaar zoals die klinkt op de vier cd's van 'Charlie Christian - the genius of the electric guitar'. Een wereld en driekwart eeuw zijn we verwijderd van de sustain, de pedalen, de solid body instrumenten en de machtige versterkers die het geluid van de John Scofields, de Pat Methenys en de andere helden van onze tijd bepalen. Christian speelde op een eenvoudige Gibson ES 150, in feite een gewone gitaar waarvan het gebruikelijke akoestische geluid lichtjes werd geamplifieerd via een microfoontje en een kleine buizenversterker. Ook de jankende gitaren van de Chicago blues, laat staan de rock en de funk, hadden hun invloed nog niet laten voelen toen Charlie Christian zijn officiele platendebuut maakte. Dat deed hij op 2 oktober 1939 als sideman in het sextet van Benny Goodman. 'Flyin' home', 'Rose room' en de klassieker 'Stardust' werden die dag opgenomen in de World studios, 711 Fifth Avenue, New York, zoals met veel zin voor detail beschreven staat in het fraaie boekje dat tekst en uitleg verschaft bij de doos met Christians verzamelde werk. Christian werd geboren in 1916, in Dallas, Texas, en speelde aanvankelijk contrabas in zogenaamde territory bands - lokale big bands met een beperkte actieradius. Hij is niet de eerste of de enige die zich interesseert voor de nog primitieve elektrische gitaar: Eddie Durham in het orkest van Count Basie en Floyd Smith bij Andy Kirk gaan hem voor. Maar Christian wordt de invloedrijkste gitarist van zijn generatie omdat hij op dat nieuwe instrument ook nieuwe muziek gaat spelen: zijn vloeiende, elegante spel sluit aan bij dat van saxofonist Lester Young en andere solisten die met hun geraffineerde inventies de weg effenen voor de moderne jazz van Charlie Parker en Dizzy Gillespie. Voor Christian komt de grote kans wanneer de impresario en producer John Hammond hem aanbeveelt bij de klarinettist Benny Goodman, de zogenaamde King of Swing en op dat moment de populairste jazzmuzikant. De blanke Goodman had ook al de carriere van zwarte sterren als Lionel Hampton en de pianist Teddy Wilson in een stroomversnelling gebracht door ze niet alleen in de studio maar ook op het podium een plek te bieden in zijn orkest en kleine ensembles - een opmerkelijk feit in het Amerika van toen. Helemaal vlekkeloos verliep de samenwerking tussen de op harde discipline gestelde orkestleider en de enigszins bohemienachtige gitarist niet. Een en ander staat smakelijk beschreven in de bijhorende teksten waarvan de historische accuratesse wel nooit meer zal kunnen worden geverifieerd. Maar hoe onmogelijk Goodman ook mocht zijn, hij ging in de eerste plaats af op zijn oren en het succes van zijn band. Christian schreef met hem mee aan populaire bandnummers zoals 'Air mail special' en mocht een solistische hoofdrol opeisen op een instrument dat tot dan toe vooral in de ritmesectie had thuisgehoord. Het best komt Christian tot zijn recht in de stukken met het sextet en andere kleine ensembles. Met name 'Ad lib blues' en de andere drie stukken die in oktober 1940 Christian samenbrengen met een kleine delegatie van het Count Basie orkest - de trompettist Buck Clayton, de saxofonist Lester Young en Basie zelf met zijn nooit geevenaarde ritmesectie - behoren tot het mooiste wat de jazz ooit heeft voortgebracht. Veel noten speelt Christian niet, en van snelheid moet hij het niet hebben. Wel van een onverbeterlijke timing, een mooie notenkeuze en een prachtig, zachtjes gloeiend en wollig geluid. Dat was mee het resultaat van de tegen de saturatiegrens afgestelde versterker en de ouderwetse positie van de snaren: de gitarist Peter Hertmans legde ons onlangs voor de micro's van Radio 1 vriendelijk uit dat de snaren van Christians gitaar vast heel hoog boven het klankbord stonden opgespannen - een overblijfsel uit de tijd dat gitaristen zonder versterker toch veel volume moesten maken om zich in danszalen te laten horen. Die hoog opgespannen snaren werkten de dosering als vanzelf in de hand. Ze lieten zich niet gemakkelijk bespelen en vroegen voor elke noot van de gitarist een fysieke inspanning waarvan je 75 jaar later op deze mooi gerestaureerde opnamen de fysieke impact en de presence voelt. De meeste stukken op 'The genius of the electric guitar' duren niet langer dan drie minuten, de speelduur van de 78-toerenplaat van toen. Het repertoire en het algemene klankbeeld kunnen voor hedendaagse oren even gedateerd lijken als het geluid van Christians gitaar. Wie er doorheen luistert en naar de essentie gaat, ontdekt het genie van een man die in nauwelijks twee jaar tijd voorgoed zijn stempel drukte op de jazz en de geschiedenis van een instrument. Charlie Christian overleed op 2 maart 1942, nauwelijks 26 jaar oud. Maar dat blijkt genoeg geweest voor de gitaristen van Walter Becker (Steely Dan) en BB King tot Vernon Reid en John Scofield om bij deze niet te missen uitgave zinnige dingen te zeggen over hun grote voorganger. Bill Frisell: 'His musical ideas transcend the instrument. His music is timeless'. Rob Leurentop Charlie Christian - 'The genius of the electric guitar' (4 cd's, Columbia Legacy/ Challenge)