De verloren eer van een 'Europese schilderkunst'

(tijd) - Als het in Parijs regende, druppelde het in Europa: wie de tentoonstellingen 'Hongaarse schilderkunst 1860-1910' in Gent en 'Roemeense schilderkunst 1800-1940' in Antwerpen bekijkt, kan er niet naast kijken. Een eeuw terug bestond er een opvallende Europese eenheid als het op de kunst aankwam, maar de artistieke wetten werden wel vooral in Parijs gemaakt, van realisme tot neo-impressionisme.Het is pas sinds een paar jaar dat de Belgische kunst van het 19de-eeuwse 'fin de siècle', met het werk van Ensor, Rops, Khnopff, Van Rysselberghe en anderen, niét meer afgedaan wordt als een puur epigonisme van de grote Franse schilderkunst uit de tweede helft van de 19de eeuw. Dat is vooral het werk van enkele Amerikaanse en Britse kunsthistorici, die in de Belgische avantgarde van die tijd een belangrijke eigen en vernieuwende stijl zagen binnen het Europese kunstgebeuren en daar intrigerende artikels over publiceerden.