De vlag van Suker

Met de geblokte banier rond zijn hals vierde Davor Suker de derde plaats van zijn nieuwe land tijdens la Coupe du Monde 98 in Frankrijk. De foto ging de wereld rond en versteende de mijmering aan Zlatna Generacija van 1987: de Gouden Generatie, met Suker als brein, bracht Joegoslavië de wereldtitel in de categorie -20-jarigen en opende een stralende voetbalhorizon. De rauwe realiteit vermaalde het ideaal.De Rode Duivels betwisten vandaag in het Masimirstadion van Zagreb de beslissende wedstrijd om een ticket voor het wereldkampioenschap. De stad Zagreb is de bakermat van de Kroatische cultuur én van de hoogbegaafde Joegoslavische voetbalschool. Het intussen ten dele gerenoveerde stadion worstelt met een beladen herinnering. Op 13 mei 1990 anticipeerden zware incidenten tussen extremistische Servische en Kroatische hooligans tijdens de bekerfinale Dynamo Zagreb - Rode Ster Belgrado op het nakende onheil. De Tijgers van Arkan en de Bad Blue Boys van Tudjman - tijdens het latere conflict gewelddadige paramilities - scandeerden rancuneuze slogans. Een bestorming van het veld ontaardde in een massale vechtpartij met 150 gewonden tot gevolg. Zvonimir Boban, door Kroatische journalisten onlangs geëerd als beste voetballer sinds de afscheuring, trakteerde een Servische politieagent op enkele rake klappen. Een bekroonde televisiedocumentaire zou later duiden hoe de Joegoslavische voetbaldroom de haat voedde en escaleerde in een nachtmerrie.Over Zagreb hangt nog steeds de sluier van de dood, de vluchtelingen en de verwoestingen. De littekens helen uiterst langzaam. De onafhankelijkheid bracht de bevolking - onder het rigide beleid van de nationalistische president, Franjo Tudjman - een diepe schuldenlast, een laag inkomen en een hoge werkloosheid. De volkssport van weleer floreert bovendien niet meer. De competitie is waardeloos vanwege de exodus van alle vedetten. De supporters uit Zagreb en Split hebben heimwee naar de oude klassieke duels met Partizan en Rode Ster Belgrado. De onverkwikkelijke band met de politiek wakkerde de desinteresse van het grote publiek aan. President Tudjman bevoordeelde te opzichtig het door hem en de latere bondscoach Blazevic geheroriënteerde Croatia Zagreb, dat na de onafhankelijkheid uit de as van de ontbonden topclub Dynamo herrees. De Bad Blue Boys blijven een storende factor. Ze intimideren fans die zich met oude Dynamo-emblemen tooien.In de zomer van 1987 deed niets de ontaarding vermoeden. De Joegoslavische jeugd paradeerde in Chili met de Wereldbeker. De Kroaten Davor Suker, Zvonimir Boban, Robert Prosinecki en Robert Jarni dreven hun elftal naar het succes. Ze brachten verrukking met hun heerlijke combinatiespel. Snel én temporiserend. In 1991 pokerde Rode Ster Belgrado zich na een strafschoppensessie voorbij Olympique Marseille richting Europa Cup der Landskampioenen. Het team dankte zijn stijlrijk raffinement aan Prosinecki (Kroaat), Savicevic (Montenegrijn), Pancev (Macedoniër) en Mihajlovic en Stojkovic (Serviërs). De stilisten van Rode Ster schakelden op een welhaast pedante wijze over van briljante naar zeer behoudende balbeheersing, in functie van het naakte resultaat. De wispelturige artiesten uit de as Belgrado-Split-Sarajewo-Zagreb ontvingen mettertijd de bijnaam Brazilianen van Europa. Ze leken op vioolmaestros van een Balkanzigeunerorkest. Ze componeerden sonates van de helderste klanken. Opluchtend en levenslustig én tegelijk neerslachtig en zwaarmoedig. De Slavische school verkeerde in het begin van de jaren 90 in een periode van verlichting. Ze slaagde er eindelijk in haar vernuft te koppelen aan assertiviteit en berekening. Voor het eerst slaagden teams uit het hart van de Balkan erin internationale hoofdprijzen te winnen. Het nationale elftal maakte zich op voor de ultieme bekroning: het EK van 1992. Maar de volkeren van de veelkleurige staat sloegen de slinger in de omgekeerde richting. Ze opteerden voor de duisternis en bombardeerden zichzelf naar de Middeleeuwen. De politieke ontbinding vernietigde de talentrijkste aller Joegoslavische voetballichtingen. Zes weken voor de start van het EK schrapte de UEFA Joegoslavië. Het in allerijl opgetrommelde Denemarken won onverwacht het toernooi, nadat het in de kwalificatieronde kansloos was uitgeschakeld door Joegoslavië. De spelers zwermden op veel te jonge leeftijd uit naar Spaanse en Italiaanse clubs. De burgeroorlog trok een vernietigend spoor door de geesten.Nochtans had de 19de-eeuwse Slavische gedachte via het Kroatische voetbal een duwtje in de rug gekregen. Enkele bevlogen intellectuelen ijverden vanuit Zagreb voor de rechten van hun cultuurgemeenschap. Ze stelde ook de algemene onderdrukking van het slavendom in het grote Oostenrijks-Hongaarse rijk aan de kaak. Uit deze beweging ontstonden de eerste voetbalteams. HASK Zagreb zag in 1897 het licht. HASK organiseerde veel vriendenwedstrijden tegen wat men omschreef als Slavische broederteams. Het ontluikende nationalisme werd via het voetbal getransporteerd en uitte zich in confrontaties met elftallen uit Boedapest en Wenen. Zagreb ontwikkelde zich tot een waar voetbalcentrum, met een eigen stedelijke competitie. De clubs Concordia (1906, naar de Romeinse godin van de eenheid) en Gradjanski (1911, liberaal van aard) keerden zich evenzeer tegen de Habsburgse monarchie. Na de Eerste Wereldoorlog nam Zagreb meteen het voortouw in de oprichting van de voetbalfederatie in het nieuwe koninkrijk dat Kroatië, Servië en Slovenië verenigde en zich in 1929 tot Joegoslavië omdoopte. De bond benoemde Hinko Würth, medestichter van HASK, tot eerste voorzitter en van de eerste 17 landstitels werden er tien in Kroatië gevierd. Onder het bewind van Tito en zijn opvolgers verschoven de verhoudingen in het voordeel van Belgrado, ondanks voortdurende scherpe en gestructureerde oppositie vanuit Zagreb en Split. Op 13 mei 1990 kapseisde de Joegoslavische voetbalboot. Met verstrekkende gevolgen. Voor de politiek en voor het voetbal. Het Balkandrama zadelde Europa met een langdurig trauma op.Voor de kunstzinnige voetbalminnaar baadt de Gouden Generatie van 1987 intussen in tragiek. Zou de Joegoslavische voetbaldroom in 1998 in een wereldtitel zijn uitgemond? Had Davor Suker zich dan met een andere vlag getooid? De geschiedenis, dat is bekend, laat zich niet herschrijven.De Rode Duivels kunnen er wel bij varen.In deze rubriek zoekt sportschrijver Raf Willems elke week naar de nuance in de hectische wereld van de topsport.