De voorbije weken is er nogal wat te doen geweest rond een manifest va

De voorbije weken is er nogal wat te doen geweest rond een manifest van een kunstprofeet. Wat hij oreerde, werd door ondergetekende al jaren geleden verkondigd. Alleen moet je als profeet te boek staan om tennisvelden vol reacties los te weken. Dat stoort mij hoegenaamd niet. Integendeel. Ik geniet in alle stilte van mijn gelijk. In mijn haast vijftigjarige cultuurcarriere heb ik mij geen vijf keer vergist. Niet als literair stuntman, als analist, als artiest. Nu is dat eigenlijk niet moeilijk om je niet te vergissen. Zolang je gezond achterdochtig bent, niet aan trends toegeeft, niet in profeten en pausen gelooft en elke mens die zichzelf tot kunstenaar bombardeert of laat bombarderen niet ernstig neemt, heb je geheid gelijk. Wat er ook beweerd wordt, getoond of vertoond. Want hedendaagse kunst bestaat niet en een levende mens kan geen kunstenaar zijn. Een kunstenaar kan je pas jaren na je dood worden. Het is een promotie post mortem. Zoals een heiligverklaring. En kunst is antiek. Ligt het werkstuk, het oeuvre van een artiest na een eeuw nog steeds in de markt, mag je voorzichtig beginnen spreken van kunst. Tot zolang is een artiest evenveel waard als een goochelaar of vlooientemmer. Tot zolang zijn kunstobjecten decoratief speelgoed. Knutselwerk. Zoals dat van Panamarenko. Al hoop ik dat zijn knutselwerkjes ooit promoveren tot kunstwerken. Jammer dat ik het niet meer zal meemaken, want minder dan stof en as zal ik dan al zijn. Met andere woorden: een kunstenaar of kunst bestaat niet in het heden, maar maakt deel uit van het verleden. Elke discussie over wie zich kunstenaar mag noemen of wat kunst is, is daarom zinloos. Verspilling van papier, tijd, ruimte, energie en denkvermogen. Nederigheid, dat is waar de artistieke wereld behoefte aan heeft. Nu ken ik heel wat artiesten die niet liever zouden willen dan te leven in het schaduwland waar de nederigheid heerst, zelfs zeer bekende, maar helaas zitten ze gevangen in de maalstroom van het mediacircus dat de 'kunstwereld' in de tang heeft. Zoals het de sportwereld in de tang heeft en sportlui maakt en kraakt. Voor de zoveelste maal is dat deze dagen weer aangetoond. Na jarenlang de kunstpaus van Gent de status van onfeilbaarheid te hebben geschonken, pakte een zelfbenoemde kwaliteitskrant uit met een frontale aanval op de sterke hand achter het S.M.A.K.. Niet Jan Hoet maar wijzelf zullen wel bepalen wat kunst is, daar kwam het standpunt op neer. Zielig, dacht ik. Pijnlijk, als op die manier aan het licht komt dat je eigenlijk geen mening hebt. Dat je standpunt de wind zoekt en kust. De sterke man van artistiek Gent is nog maar half uit het oog en hij is al driekwart uit het hart. Ik heb altijd de nodige reserves gehad tegen de verkoopmethodes van de kunstventer van Gent, maar hij heeft tenminste een mening en een methode die organisch behoren tot zijn karakter en persoonlijkheid. Nog minder dan voor kunstpauzen en kunstprofeten, heb ik het voor de kunstkardinalen van de zelfbenoemde kwaliteitskranten. Want ondanks een gebrek aan kunde en visie manipuleren zij de markt. Ten bate van de omzet van hun blad en hun plaats in de curie. Heb ik gelijk of heb ik gelijk, met mijn levenslange achterdocht naar de smaak van kunstpausen, de relativering van de mening van kunstprofeten en vooral, de oprechtheid van de kunstkardinalen? Guido LAUWAERT