De Zotte Schilders

In het Centrum voor Oude Kunst, 't Vliegend Peert, in Mechelen loopt een tentoonstelling over wat 'De Zotte Schilders' genoemd wordt, schilders uit de overgangsperiode van de Late Gotiek naar de Renaissance die in de traditie van Bosch, Bruegel en Brouwer werkten. Er worden 32 schilderijen getoond, ontstaan tussen 1500 en 1650. Het gaat om werk van onder meer Jeroen Bosch, Jan Wellens de Cock, Hans Baldung Grien, Jan Mandyn, Frans Verbeeck, Jan Massys, Maerten van Cleve, Pieter Bruegel de Jonge, David Teniers, Sebastian Vrancx, Joos van Craesbeeck, Jan Steen en Adriaen van de Venne. Zot worden ze genoemd om de iconografie. De bezoeker kan in de tentoonstelling zo'n 350 monstertjes en vreemde mensen ontdekken. De betekenis van die figuurtjes en hun ongewoon gedrag wordt in een apart gedeelte uitgelegd. De 16de eeuw was een scharnierperiode in de geschiedenis van de Lage Landen. De groeiende secularisatie van de maatschappij had belangrijke gevolgen voor de nieuwe beeldcultuur. Met de bloei van de steden en de opkomst van de burgerij ontstond een ander type schilderkunst. De nieuwe rijken bestelden bij de schilders weliswaar nog steeds religieuze onderwerpen, maar die moesten liefst opgesmukt zijn met wereldse elementen. De werken waren immers bestemd voor de pronkkamers van de burgerij. Met het moraliserende satiretafereel kon de christelijke moraal aan de burgermoraal gekoppeld worden. Bij Jeroen Bosch, die werkzaam was toen deze evolutie op gang kwam, was de beeldtaal nog grotendeels religieus. Bruegel en later Brouwer zouden al veel profaner te werk gaan. De Zotte Schilders zochten naar een modus vivendi om hun nieuw clienteel ter wille te zijn. Door de uitbeelding van duivels, monstertjes en lelijke koppen konden ernst en luim vermengd worden. In de religieuze literatuur vonden de schilders genoeg stof om 'plaisante conterfytsels' te maken. Zo gaf de 'Verzoeking van Sint-Antonius' hen de kans om ondanks het stichtelijke verhaal de toeschouwers toch te vermaken. Ook de 'Parabel van de Verloren Zoon' kende een geweldig succes, want er kon een losbandig leven geschilderd worden. De zogenoemde Zotte Schilders waren echter geenszins marginalen, maar veeleer geschoolde intellectuelen. Hun vormentaal en metaforen putten zij uit de Middelnederlandse literatuur en de teksten van de rederijkerskamers. Bert POPELIER Centrum voor Oude Kunst 't Vliegend Peert, Sint-Katelijnestraat 22, 2800 Mechelen. Tel.: 015/29.01.55. Tot 4 mei. Open van dinsdag tot zondag van 13 tot 17 uur. Toegang 5 euro. De tentoonstelling werd begeleid door een rijk geillustreerde catalogus 'De Zotte Schilders', verschenen bij uitgeverij Snoeck, met teksten van Eric de Bruyn en Jan op de Beeck. Kostprijs 35 euro.