Dehaene regeert tot augustus 1997 in de naam van de EMU

(tijd) - De ministerraad keurt deze middag de drie ontwerpen van kaderwet goed die de regeringstop het afgelopen weekend heeft opgesteld. Met de begrotingskaderwet kent de regering zich tot in augustus volgend jaar verregaande bevoegdheden toe om het tekort in '97 onder de drie procent te krijgen. Die volmachten worden wel ingeperkt door een aantal principes die in de kaderwet over de modernisering van de sociale zekerheid staan. In de kaderwet over het Toekomstplan voor de werkgelegenheid houdt de regering rekening met de adviezen die vrijdag door alle sociale partners, min het ABVV, uitgebracht zijn.Kort maar krachtig. Die omschrijving is zeker van toepassing op de begrotingskaderwet, die in regeringskringen ook wel EMU-wet wordt genoemd. Op basis van die wet kan de regering tot 31 augustus 1997 alle maatregelen nemen die nodig worden geacht om ons land de Muntunie binnen te loodsen. Het kan hier zowel om een verhoging van de (fiscale) inkomsten gaan, als om een vermindering van de uitgaven, met inbegrip van de sociale uitkeringen. Op drie verschillende tijdstippen worden er bekrachtigingswetten aan het parlement voorgelegd: vlak na de zomer ter uitvoering van de begroting voor '97, na de begrotingscontrole in het voorjaar van '97 en een laatste keer in het najaar van volgend jaar. Dat moet bijsturingen mogelijk maken, als blijkt dat de huidige doelstellingen - een operatie van 15 tot 20 miljard voor dit jaar en één van 60 miljard voor volgend jaar - niet volstaan. De uitvoeringsbesluiten van die wetten blijven daarom tot eind 1997 lopen. De opmaak van de begroting voor 1998 moet terug via de gewone procedure verlopen. De EMU-wet bevat zelf enkele algemene principes die bij de 'operatie drie procent' moeten gerespecteerd worden. Er wordt niet geraakt aan de laagste inkomens en er wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van de inspanningen tussen de verschillende sociale categorieën.