Diamanthandel wil grotere vertegenwoordiging in raad van bestuur HRD

In een verklaring, in april 2001 ondertekend door alle betrokken verenigingen, heeft de diamantsector gevraagd om de Hoge Raad voor de Diamant (HRD), opgericht in 1973, te hervormen. Nieuwe en moderne structuren werden immers steeds noodzakelijker voor het voortbestaan van de HRD als slagvaardige vertegenwoordiger van de hele sector. Sedert het jaar van zijn oprichting is het economisch referentiekader waarbinnen de HRD moet werken grondig gewijzigd. Daarom moet de HRD in de gelegenheid worden gesteld haar kernopdracht in optimale omstandigheden te realiseren, met name als spreekbuis en als overlegorgaan van de diamantsector.Aan minister van staat en ere-gouverneur van de provincie Antwerpen Andries Kinsbergen werd gevraagd om deze hervorming voor te bereiden. Dit leidde tot een herstructureringsnota die inmiddels terecht een ruime bekendheid kreeg. Deze nota is een belangrijk en goed gedocumenteerd werkdocument én een noodzakelijke basis voor de verdere besprekingen omtrent de hervorming van de HRD.Zonder in herhaling te willen vallen onderstrepen wij enkele belangrijke vaststellingen van de auteur. Met name vallen op de noodzaak tot hervorming van de structuur, de samenstelling en taken van de HRD op alsook de grondige wijzigingen in de diamantsector, zoals de drastische daling van de tewerkstelling in de nijverheid, en de nieuwe evoluties in de diamanthandel.Wat dat laatste betreft, stellen wij bijkomend vast dat de diamantproductie enerzijds en de diamanthandel anderzijds in werkelijkheid steeds meer eigen wegen bewandelen. Wel moet men verstaan dat de handel in ruwe diamant en de handel in geslepen diamant qua bevoorrading, afzetmarkt en financiering totaal verschillend zijn en dus niet verenigbaar. Positief is hier de vaststelling dat Antwerpen zich, in vergelijking met andere diamantsteden, steeds meer profileert als een centrum waar de wereldproductie van diamant wordt aangeboden. Kinsbergen pleit ook voor een hogere transparantie van het beleid en van de financiën van de HRD en dat beamen wij ten volle.De herstructureringsnota van de heer Kinsbergen stelt terecht: De HRD moet veel gezag hebben, een weerspiegeling zijn van de hele sector en breed gesteund worden door die sector. Even belangrijk is dat niemand zich uitgesloten mag voelen. Om dit te bereiken moet het democratische gehalte van de HRD zo groot mogelijk zijn. (...) De Raad van Bestuur moet representatief zijn.Inzake het democratisch gehalte en de representativiteit wijkt de visie van de Belgische Vereniging van Handelaars, In- en Uitvoerders van Geslepen Diamant (BVGD) echter af van deze van de auteur van de nota. De door de heer Kinsbergen voorgestelde indeling is democratisch wanneer men geen rekening houdt met het verschillend economisch belang van de verschillende participanten. Zo geeft hij de diamanthandel, goed voor circa 90 procent van het diamantgebeuren, een derde van de stemmen in de raad van bestuur van de HRD, het overleg- én beslissingsorgaan van de Antwerpse diamantsector. In de praktijk kan dit leiden tot situaties die nadelig kunnen zijn voor deze sector.De BVGD pleit daarom voor een herziening van het aantal toe te wijzen mandaten aan de handel, de beurzen en de nijverheid. Een modus vivendi lijkt ons de toewijzing aan de sector diamanthandel van 60 procent van het aantal stemgerechtigde leden.Verder pleit de BVGD ervoor om de zogenaamde buitenwacht als een belangrijk adviescollege te beschouwen met een verplichte consultatie in de tijd of onderwerp, maar niet als een onderdeel van de raad van bestuur. De raad blijft immers de plaats waar de vertegenwoordigers van de diamantsector in alle openheid met elkaar van gedachten moeten kunnen wisselen over hun problemen en belangen.Verder ligt het voor de hand dat een herziene samenstelling van de raad van bestuur ook in het dagelijks bestuur van de HRD tot uitdrukking moet komen.Ten slotte is de BVGD er geen voorstander van om de functie van directeur-generaal en van gedelegeerd bestuurder aan één persoon toe te wijzen. De directeur-generaal, zonder stemrecht, kan de vergaderingen van de bestuursorganen bijwonen.De BVGD onderstreept de grote waarde en het belang van de herstructureringsnota. De vaststellingen over de gewenste structuur doen volgens de BVGD geen afbreuk aan dit document dat een belangrijke basis is voor de verdere besprekingen over de hervorming van de HRD als onmisbaar overleg- en representatief orgaan van de diamantsector. De BVGD is bereid om daartoe alle mogelijke constructieve medewerking te verlenen aan de andere leden van de diamantsector.Frank FENSIEDe auteur is voorzitter van de Belgische Vereniging van Handelaars, In- en Uitvoerders van Geslepen Diamant (BVGD).