Advertentie
Advertentie

Discriminaties in pensioenopbouw van zelfstandigen dringend wegwerken

Binnenkort presenteert de werkgroep-Cantillon, die een onderzoek doet naar toenaderingen tussen de sociale stelsels van zelfstandigen en loontrekkenden, zijn tweede rapport dat over pensioenen. Dan zullen alle gegevens en vooral de voorstellen voorhanden zijn: zowel over gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid, gezinsbijstand als over pensioenen.Een uitgelezen kans voor de regering om een fundamentele stap voorwaarts te doen in de sociale bescherming van de zelfstandigen. En bij die stap moet de regering de zelfstandigen net zoals de loontrekkenden eindelijk gelijk behandelen op het vlak van de financiering vanwege de overheid. De discriminaties tussen zelfstandigen en loontrekkenden, onder meer op het vlak van pensioenopbouw, moeten ook worden weggewerkt.Met het wetsontwerp over de aanvullende pensioenen - het WAP -, dat begin najaar in het parlement aan bod komt, werkt de regering de discriminatie niet weg. Integendeel. Het ontwerp beoogt met de instelling van sectorale pensioenregelingen de aanvullende pensioenen te democratiseren. Het is positief dat de regering het initiatief neemt om elke werknemer voortaan de mogelijkheid te geven een aanvullend pensioen op te bouwen. Dankzij fiscale gunstmaatregelen zullen de werkgevers en de werknemers worden gestimuleerd om in de sectorpensioenen te stappen. En wat met de grote groep van de zelfstandigen? Alhoewel zij al over minder mogelijkheden beschikken om aan pensioenopbouw te doen, vallen zij uit de boot. Als het WAP van kracht wordt, wordt de discriminatie op het vlak van pensioen-opbouw tussen loontrekkenden en zelfstandigen alleen maar groter. Het wettelijk pensioen ligt bij de zelfstandigen lager dan bij de loontrekkenden. Daarnaast beschikken de zelfstandigen over minder mogelijkheden om op een fiscaal gunstige manier aan aanvullende pensioenopbouw te doen. In de fiscale wetgeving is bepaald dat de bijdragen voor aanvullende pensioenen (in de tweede pijler) fiscaal aftrekbaar zijn volgens de zogenaamde 80-procentregel. Dat betekent dat, zolang het opgebouwde pensioen - inclusief het wettelijk pensioen - in renten uitgedrukt niet hoger is dan 80 procent van de laatste normale brutojaarbezoldiging, de bijdragen voor de opbouw van het aanvullend pensioen fiscaal voordelig worden behandeld. In tegenstelling tot de loontrekkenden bestaan er voor zelfstandigen geen systemen om op een fiscaal gunstige manier een pensioen op te bouwen tot 80 procent van het laatst verdiende bruto-inkomen. Een zelfstandige van een éénpersoonsonderneming beschikt enkel over het Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandigen (VAPZ), dat heel wat beperkingen bevat. Een zelfstandige kan jaarlijks slechts tot 7 procent van zijn inkomen - begrensd na herwaardering en brutering tot 1.319.840 fr. - op een fiscaal gunstige manier besteden aan de opbouw van een aanvullend pensioen. Als de zelfstandige hetzelfde pensioen wil krijgen als de loontrekkende (tot 80 procent van zijn laatste verdiende bruto-inkomen), zit er niks anders op dan te kiezen voor een (duurdere) opbouw zonder fiscale stimulans.En dat is zeker niet de enige discriminatie. Het VAPZ is slechts mogelijk vanaf 1982, voor de lage inkomens zelfs pas vanaf 1 april 1999. Het gevolg is dat zelfstandigen ouder dan 35 jaar nooit een voldoende hoog pensioen zullen kunnen opbouwen. Deelneming aan een groepsverzekering voor zelfstandigen die hun activiteit via een vennootschap uitoefenen - is voor wie participeert aan het VAPZ volgens de reglementering blijkbaar niet altijd mogelijk. Medewerkende echtgenoten kunnen, bij gebrek aan uitvoeringsbesluiten, nog altijd niet deelnemen aan het VAPZ, ondanks een wet van 1999 die hen die mogelijkheid geeft. Ik interpelleerde daarover al de minister. Echter tevergeefs. En een loontrekkende die bij zijn eerste werkgever van een groepsverzekering genoot, zal op basis van het WAP, indien zijn tweede (nieuwe) werkgever over geen groepsverzekering beschikt, een persoonlijke pensioenbijdrage mogen blijven storten en dit aftrekbaar binnen de tweede pijler. Wordt diezelfde loontrekkende evenwel zelfstandige, dan heeft hij niet meer de mogelijkheid om verder persoonlijke bijdragen te storten. Enkel het minder gunstige VAPZ is mogelijk. Het spreekt voor zich dat alle zelfstandigen over dezelfde mogelijkheden moeten beschikken om - zoals de loontrekkenden - tot 80 procent van het laatste verdiende bruto-inkomen een pensioen op te bouwen aan de hand van een fiscaal gunstige regeling. Al was het maar om de mythe uit de wereld te helpen dat zelfstandigen niet willen betalen voor hun pensioen.Een deel van de oplossing ligt in de verhoging tot 15 procent van de maximale bijdragemogelijkheid voor het VAPZ en de invoering van een backservice. Via dat laatste kan de zelfstandige bijdragen betalen voor jaren uit het verleden op het ogenblik dat zijn financiële situatie dat toelaat, in het bijzonder tijdens de jaren waar zijn investeringslasten laag zijn. Daarvoor diende ik al in het voorjaar van 2001 een wetsvoorstel in. Daarnaast moet altijd de cumul tussen het VAPZ en een groepsverzekering mogelijk te zijn.Verder moeten alle zelfstandigen naast het VAPZ ook fiscaal aftrekbare stortingen kunnen doen binnen het kader van de tweede pijler, dit op individuele basis. En met naleving van de 80-procentregeling, natuurlijk.Ook moet er worden onderzocht hoe voor verschillende groepen van zelfstandigen, naar het voorbeeld van de vrije beroepen, sectorale pensioenen via groepsverzekering of pensioenfondsen kunnen worden opgestart, cumuleerbaar met het VAPZ. In dergelijke sectorale pensioenen zouden ook extra sociale voordelen opgenomen kunnen worden, zoals onder meer premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Jan STEVERLYNCK De auteur is CVP-senator