Dodelijk symbolischJean Vanempten

De bomaanslag op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in Bagdad was even dodelijk als symbolisch. Dodelijk vanwege het hoge aantal slachtoffers en symbolisch vanwege het doelwit. De aanslag laat zelfs de illusie niet heel dat de VN op een of andere manier de vrede in dat land kunnen terugbrengen. De aanslagen in Irak gaan in stijgende lijn sinds de Amerikaanse president George W. Bush op 1 mei het einde van de 'belangrijkste militaire activiteiten' aankondigde, met andere woorden het einde van de oorlog. De oorlog in Irak luidde inderdaad een nieuw tijdperk in. Met ongezien militair machtsvertoon werd de Iraakse weerstand weggeveegd. De Brits-Amerikaanse troepen konden zonder noemenswaardige problemen het hele land veroveren. De problemen begonnen pas goed toen het land veroverd was. Toen de militaire machine plots moest overschakelen naar de ordehandhaving en de ondersteuning van de wederopbouw. En dat bleek een stap te ver te zijn. De gevechtsmachines zijn nu eenmaal opgeleid om te vechten en het is voor een soldaat dan ook niet eenvoudig over te schakelen naar het werk van politie. Ordehandhaving in een stad staat nu eenmaal niet gelijk met het veroveren van stad. De stemming in Irak verslechterde na het officiele einde van de oorlog zienderogen. Voor de bevolking ontbraken snel elementaire dingen als benzine, elektriciteit en water. Bovendien werd het dagelijks leven onveilig gemaakt door plunderingen. De militairen hadden het ook niet onder de markt. Ze kregen af te rekenen met aanslagen, wat de nervositeit deed toenemen en het aantal schietincidenten nog verhoogde. Waar Irak nood aan heeft is orde en rust, de grote voorwaarde om tot een vreedzame democratie te komen. De Brits-Amerikaanse coalitie die de VN liet links liggen toen ze tot de oorlog overging, wilde nu ook slechts mondjesmaat van de VN weten. Het is bijzonder wrang dat de man die door velen als de brug tussen de VS en de internationale gemeenschap werd gezien, door deze aanslag is gedood. Na deze aanslag staat de coalitie dan ook maar een ding te doen. Dat is met meer middelen en manschappen over gaan tot het brengen van vrede in Irak. Noch voor president Bush, noch voor de Britse premier Tony Blair is dat een vrolijk vooruitzicht. Beiden hebben in meer of mindere mate af te rekenen met een groeiende kritiek in eigen land. Maar die kritiek zal zeker niet verstommen als de situatie in Irak helemaal ontaardt in een uitzichtloze guerrillaoorlog, met nog meer slachtoffers. De onrust in Irak, maar ook in Afghanistan, bewijst voorlopig een ding: voor een superieur leger is het makkelijk een oorlog te winnen, maar die overwinning garandeert noch de vrede noch de stabiliteit in het overwonnen land. Na de gevechten komt de wederopbouw. Het wordt tijd dat politici en militairen dat in hun strategie opnemen.