Dollar belangrijker dan pensioenlasten

Het kredietratingbureau S&P verlaagde de kredietwaardigheid van het staal- en engineeringconcern ThyssenKrupp tot de rommelstatus. De oorzaak ligt bij de hoge pensioenlasten. Sinds de ratingverlaging verloor het aandeel 11 procent en ook de andere staalaandelen Corus en Arcelor gingen fors onderuit. De dure dollar en de onzekere vraag naar staal hebben echter een veel grotere negatieve impact dan de pensioenlasten.S&P telt bij de berekening van de financiële schulden voortaan ook de pensioenverplichtingen. ThyssenKrupp heeft pensioenvoorzieningen ten belope van 7,1 miljard euro terwijl de gewone nettoschuldenlast 4,7 miljard euro bedraagt. Daartegenover staat een eigen vermogen van 8,3 miljard euro. De pensioenuitgaven bedroegen vorig boekjaar 444 miljoen euro. Naar verwachting zullen ze in 2007 een hoogtepunt bereiken tot 470 miljoen euro en nadien dalen. De jaarlijkse pensioenuitgaven zijn geen onoverkomelijk probleem voor het concern. In het boekjaar 2001/2002, toen de staalprijzen op een 20-jarig dieptepunt noteerden, boekte het conglomeraat een bedrijfskasstroom van 2,5 miljard euro. De lagere rating heeft enkel te maken met een wijziging van de S&P methodologie, want ThyssenKrupp verminderde de schuldenberg met 25 procent. De lagere rating heeft echter reële gevolgen. De lopende intrestlasten zullen dit en volgend jaar stijgen met 20 miljoen euro. Mogelijk zal de beslissing van S&P de verkoop van niet-kernactiva zoals diensten, technologie en vastgoed bespoedigen. S&P heeft eerder ook Arcelor op een lijst gezet voor een mogelijke neerwaartse herziening ten gevolge van de pensioenlasten. Eind 2001 werd het tekort in het pensioenprogramma geschat op 1,2 miljard euro, bijna een kwart van de huidige marktkapitalisatie van Arcelor. De nettoschuldpositie bedraagt 6 miljard euro. De euro-dollarverhouding heeft een grotere invloed op de winstgevendheid op korte termijn dan de pensioenlasten. Een duurdere euro stimuleert de invoerstromen vanuit verschillende continenten naar Europa, waardoor de Europese staalprijzen onder druk komen. Ook wordt een gedeelte van de omzet van de Europese staalbedrijven gerealiseerd in dollar, gemiddeld 25 procent van het staal wordt buiten Europa afgezet. Er is wel een gedeeltelijke compensatie doordat 20 procent van de kostenbasis (ijzererts, steenkool,...) ook in dollar is uitgedrukt.De euro is 16 procent duurder dan de gemiddelde wisselkoers in 2002. Het beurshuis Société Générale berekende de gevoeligheid van de winsten van de staalproducenten voor een 10 procent duurdere euro ten opzichte van de dollar. Bij ThyssenKrupp komt de winst in deze hypothese 22 procent lager uit. Ter vergelijking: de hogere intrestlasten als gevolg van de lagere kredietwaardigheid komen overeen met 4 procent van de verwachte winst voor 2003. Arcelor is volgens Société Générale met 34 procent het meest dollargevoelig. De fusiegroep maakt vandaag de jaarresultaten bekend. Analisten verwachten een winst rond 288 miljoen euro dankzij prijsverhogingen bij autoproducenten en kostenbesparingen. Het wisselkoerseffect zal pas ten volle spelen vanaf het eerste kwartaal van 2003. Er wordt dus vooral uitgekeken naar de vooruitzichten inzake winst en schuldpositie. CDR