Dolle vliegtuigen

Het menselijke drama dat werd teweeggebracht door de drie vliegtuigen die zich op 11 september 2001 in de WTC-torens en het Pentagon boorden, is zonder weerga in de geschiedenis. In het vrije en democratische Westen zindert de schok nog na. Het vrij initiatief, het vrij verkeer en het recht op inspraak, kortom de vrijheid van de burger die in onze samenleving toch gemeengoed is, werden schaamteloos misbruikt om dood en vernieling te zaaien. Na de aanslagen kan men zich afvragen waar het heen moet met deze vrijheden, met ons politieke stelsel van openheid waarin de gemeenschappelijke behoeften zich moeten kunnen uiten, en niet de fanatieke bezetenheid van enkelen. Uit de aanslagen van 11 september spreekt misprijzen voor de vrijheid en de democratie. Open samenlevingen zoals de onze zien zich gedwongen tot collectieve en niet-aflatende waakzaamheid om zich tegen dergelijke aanslagen te beschermen en de individuele rechten en vrijheden veilig te stellen. Hoe kunnen we daarin slagen? Terrorisme, dat met opzet dood en vernieling zaait, is misdadig. Daarover kan geen twijfel bestaan. Het moet dan ook bestreden worden met de beschikbare politionele en repressiemiddelen. Ingevolge de buitengewone Europese Raad van 21 september 2001 die onder Belgisch voorzitterschap bijeenkwam, voorzag de Europese Unie zich van de middelen om een Europese ruimte te creëren van waaruit het terrorisme kan worden bestreden. De meest baanbrekende instrumenten zijn het Europese aanhoudingsbevel en de gemeenschappelijke definitie van een terroristische daad.Deze actie in de EU wordt ook doorgetrokken buiten de Unie. Er werd werk gemaakt van politiesamenwerking met derde landen met het oog op de uitschakeling van de grensoverschrijdende vertakkingen van de terroristische netwerken. Onder auspiciën van de VN is een grootscheepse internationale samenwerking gegroeid, met als doel de bevriezing van de tegoeden van terroristische netwerken en de bescherming van het internationale verkeer. Verder wordt samengewerkt om te voorkomen dat massavernietigingswapens of de bijbehorende technologie in verkeerde handen komen. Dat samenwerking terzake binnen multilaterale organisaties een noodzaak is, hoeft geen betoog. Het gaat er om wereldwijd de strengst mogelijke veiligheidsmaatstaven na te streven. Het is mijn stelligste overtuiging dat dit doel alleen haalbaar is in een internationaal kader. Dit veronderstelt vóór alles dat nationale regeringen een doorgedreven en aanhoudende onderlinge samenwerking nastreven, teneinde het terrorisme doeltreffend binnen hun eigen grenzen te bestrijden.Dit is ook de reden waarom het Belgische voorzitterschap, de Europese Unie en de Verenigde Staten de handen in elkaar hebben geslagen om de internationale coalitie tegen het terrorisme op te zetten. Er kwamen synergieën tot stand, niet alleen voor acties in Centraal-Azië, maar ook tussen de kleine landen en, in dezelfde lijn, tussen de grootmachten. Rusland heeft zich onomwonden achter de coalitie geschaard. Ook China heeft zijn volle medewerking verleend in de Veiligheidsraad. De gekozen aanpak is ongetwijfeld de juiste. Toch wordt het een lange strijd, tegen een vijand zonder gezicht of schuiloord, een vijand die geen eisen stelt, zijn leven veil heeft om vernieling aan te richten en zodra hij kan weer verdwijnt. De middelen om deze vijand te bestrijden moeten regelmatig worden geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Het haalt weinig uit terroristen die bereid zijn hun leven te geven te willen afschrikken met represailles. Veeleer moeten acties en preventiemaatregelen zich op dit probleem toespitsten. Het selectieve en oordeelkundige gebruik van geweld valt dan ook niet geheel uit te sluiten. De internationale coalitie dient daartoe wel te steunen op een stevige en rechtmatige basis. Er kan dan ook niet worden voorbijgegaan aan de vooraanstaande rol van de Verenigde Naties, als organisatie en in de persoon van secretaris-generaal Kofi Annan, in dit proces. De eigenlijke slotsom is dat het terrorisme een bedreiging vormt voor iedereen die vertrouwen stelt in zijn naaste, in de gemeenschap, in de mensheid. Het raakt elk individu en bijgevolg de hele internationale gemeenschap. Alleen wanneer wij samen een onvermoeibare strijd voeren, kan het terrorisme worden uitgeroeid. We kunnen hiervoor kracht putten uit onze waarden en uit de steun van wie ons gedachtengoed deelt. Samen vormen we de grote meerderheid. Louis MICHELDe auteur is de Belgische minister van Buitenlandse Zaken