Advertentie
Advertentie

Dominique Moïsi, adjunct-directeur van het Franse Instituut voor Inter

nationale Betrekkingen in Parijs, over de Franse presidentsverkiezingenHet opportunisme van politici heeft in de Franse politiek geleid tot een opvallend gebrek aan discussie en frisse ideeën. Het land maakt zich op voor eurobiljetten en -munten, een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de moderne Europese geschiedenis, en er is niet eens een echt debat over de uiteindelijke doelstellingen en vorm van de Europese Unie. De politiek - zo is het in de meeste westerse democratische samenlevingen - lijkt steeds meer op een soapserie: losstaand van de maatschappij, een wereld die gehoorzaamt aan haar eigen regels, een schouwspel dat zijn kijkers weinig meer brengt dan vermaak en nu en dan gêne. Gelet op de werkelijkheid van de hedendaagse politiek - waarin niet de kandidaat wint die is gewapend met de meest frisse ideeën, maar degene die het best de uitholling van zijn macht weet te beperken - is het moeilijk om een winnaar te kiezen. Maar het is al wel duidelijk wie de verliezers zullen zijn. Als de verwijdering tussen het land en zijn politieke klasse onbelemmerd voortduurt, worden Frankrijk en de democratische zaak de grootste verliezers. NRC HandelsbladHugo Coveliers, VLD-fractieleider, over de mediageilheid van politiciHet politieke milieu is hard, maar in het bedrijfsleven, de pers, de advocatuur en de sport zijn de zeden niet zachtzinniger. Wat politici onderscheidt, is dat we verplicht worden ons ego buiten proportie op te blazen. Als je verkozen wil worden, moet je je nu eenmaal te pas en te onpas laten gelden. Denk je dat politici het leuk vinden constant op te duiken in praatprogrammas waarin het nauwelijks over politiek gaat? Ze hebben geen keuze, hè. Een politicus kan zich in deze mediamaatschappij onmogelijk redden met zijn werklust en dossierkennis alleen. t Is jammer, maar de kiezer beoordeelt ons vooral op schijn en uiterlijk vertoon. Je moet gezien worden. HumoPatrick Dewael, Vlaams minister-president, over de Vlaamse regeringDe media noemen de Vlaamse regering het vriendenclubje of de bonte bende. Het is vaak denigrerend bedoeld. Toch is de sfeer in de Vlaamse regering heel atypisch voor een regering. Vraag het maar aan Jaak Gabriëls die nu voor het eerst enkele Vlaamse ministerraden achter de rug heeft. Die zegt: Het is een verademing. Hij komt uit de federale regering. Daar zit je met de Franstaligen die het theatrale niet schuwen en die veel tijd nodig hebben om een bepaald idee onder woorden te brengen. De Franstalige politici hebben ook zeer formele neigingen: Monsieur le premier ministre, jaimerais quand-même vous dire... Die pathos is soms leuk in het parlement, tijdens een hoogstaande tussenkomst. Maar als je in een groep beslissingen moet nemen, moet je van a naar b kunnen gaan. Je moet eens duidelijk kunnen zeggen: Allez, stopt efkes met uw geziever. En dat kan ècht in de Vlaamse regering. Bonanza