Don Quichot tussen utopie en soap

Geboren in 1605 uit het epische genie van Cervantes, is hij onsterfelijk gebleken: Don Quichot van La Mancha, de idealistische edelman met het nobele hart en het hoofd vol wanen. Het boek waarin deze onvergetelijke 'Ridder met het droeve gelaat' de wereld intrekt, terzijde gestaan door zijn trouwe bolle schildknaap Sancho Panza, het vleesgeworden gezond verstand, was de eerste bestseller uit de wereldliteratuur. Het is verslonden door lezers van alle leeftijden, alle standen, alle gezindten, tot de huidige dag. Behalve een meeslepende en buitengewoon geestige avonturenroman is de Quichot echter ook, in zijn vernuftige spel met werkelijkheid en verbeelding, een verhaal over utopie en pragmatisme, en bovendien over de humanistische waarden, de vrouw, de censuur - er is geen thema te bedenken of Cervantes heeft het in zijn tijdeloze boek opgepakt. Enkele weken geleden verscheen van de hand van Barber van de Pol een sprankelende en bewonderenswaardig vindingrijke nieuwe Nederlandse vertaling van de Quichot. Een gesprek.