Door enkel te focussen op een KMO-beleid kom je er niet

De studie van Tindemans en Stremersch werpt een heel nieuw licht op de ondernemerszin in België en Nederland. Nederland staat met kleppers als Unilever, Shell, KLM en Ahold dikwijls als voorbeeld van ondernemerszin en koopmansgeest. Vlaanderen en Wallonië vallen wat bleek uit in de vergelijkingen. Maar volgens Stremersch en Tindemans is dat onterecht. Stremersch: Wallonië lijkt zijn weinig dynamische verleden in de zware industrie af te schudden. We tekenden in die regio een met Nederland vergelijkbare ondernemerszin op in de grote bedrijven, en zelfs een wat grotere alertheid voor concurrentie. Vlaanderen haalt de twee regios op alle fronten in. Dat relativeert de conclusies van het GEM-rapport (Global Entrepreurship Monitoring), dat Vlaanderen als weinig ondernemend bestempelt wegens het lage aantal start-ups. Vlamingen zijn, gezien het sociale vangnet, misschien niet geneigd op eigen houtje een bedrijf te beginnen, maar ze tonen wel hun ondernemerszin in de cocon van een groot bedrijf. Voor de respectieve overheden heeft dat mogelijk consequenties. Waar nu de aandacht en de middelen gefocust worden op het stimuleren van starters, lijkt het de onderzoekers zinvol ook de ondernemerszin in grote bedrijven aan te moedigen. De vraag is natuurlijk of grote - kapitaalkrachtige - ondernemingen overheidssteun moeten krijgen voor zoiets. En of je een conservatief bedrijf willens nillens kan omtoveren in een ondernemend bedrijf. Volgens Stremersch zitten overheid, universiteiten en ondernemingen in Nederland al samen aan tafel en komt de overheid ook met steunmaatregelen over de brug om gezamenlijke projecten te financieren. Maar de bedrijven zelf namen wel het initiatief. Waarom zouden ze dat in Vlaanderen dan niet kunnen?Tindemans: Het gaat erom dat je een complementair beleid uitwerkt voor grote en kleine bedrijven. Met het potentieel dat in Vlaanderen in de grote ondernemingen zit, moeten we zorgvuldig omspringen. Het zijn niet alleen de bakker en de kruidenier die ervoor zorgen dat de economie blijft draaien. Dus als je alleen focust op een KMO-beleid kom je er niet. De overheid kan een kader creëren waarin de drie partijen elkaar gemakkelijker vinden. We moeten ons ook afvragen hoe we managers kunnen kweken die dynamiek in een onderneming brengen. Experimenteel leren vormt bijvoorbeeld een goede springplank naar de executive education later. Maar ook het promoten van onze eigen business schools is een goede methode. Je kunt dat op twee manieren doen: door spraakmakende individuen naar hier te halen, zoals de tot voor kort weinig bekende universiteiten van Maryland en California hebben gedaan. Of door een verankeringsbeleid uit te werken waarmee je voorkomt dat Belgische professoren naar het buitenland, en met name naar Nederland, vertrekken. KVV