Advertentie
Advertentie

Door het oog van de naald

De fabriek van Opel in Antwerpen blijft bestaan. Dat bleek gisteren na speciale ondernemingsraden van de autoproducent in Duitsland en bij ons. De Duitse dochter van General Motors sluit geen enkele van haar vestigingen in Europa. Een herstructurering van de Europese activiteiten blijft echter onvermijdelijk. Ook bij Opel Belgium zullen dus opnieuw banen sneuvelen, zij het niet via gedwongen ontslagen.Het verlossende woord uit Duitsland leidt bij de 6.500 werknemers van Opel Belgium en de toeleveranciers van de fabriek uiteraard tot opluchting. Een herhaling van het drama van Renault Vilvoorde leek in de maak, al beklemtoonde Opel graag dat een vergelijking niet opging. Opel had volkomen gelijk: bij Renault Vilvoorde ging het slechts om een fabriek met 3.100 mensen en nauwelijks toeleveringsbedrijven in ons land.De Belgische Opel-fabriek is dus door het oog van de naald gekropen, al dringt de vraag zich op of het niet om uitstel van executie gaat. Carl-Peter Forster, die Opel uit het rood moet loodsen, verklaarde vorige week koudweg dat hij geen enkele fabriek waarborgen kon geven. En Antwerpen al helemaal niet, luidde het, ongetwijfeld tot ontsteltenis van menig werknemer van Opel Belgium. Net als in het geval van Renault bleek dat het bedrijf, als puntje bij paaltje kwam, veel liever in het buitenland drastische ingrepen zou uitvoeren dan in eigen land. De Duitse bondskanselier, Gerhard Schröder, reist trouwens in zijn oostelijke deelstaten rond om de bevolking daar, die met een hoge werkloosheid geplaagd blijft, te sussen. Sluitingen van fabrieken is wel het laatste wat Schröder nodig heeft.Het dichtgooien van Vilvoorde wierp een blijvende smet op het blazoen van het Franse Renault, al werd een rasecht bloedblad vermeden dankzij een fel bevochten sociaal plan. Opel kan de beschadiging van zijn imago beperken door geen vestiging op te doeken.Over de consistentie van de communicatie van de autobouwer kan je echter wel vragen stellen. Nauwelijks meer dan een halfjaar geleden verklaarde Eddy Geysen, gedelegeerd bestuurder van Opel Belgium, trots dat hij een uitbreiding van de jaarcapaciteit in Antwerpen van 330.000 tot 380.000 autos niet uitgesloten achtte. Meer zelfs, de vestiging hoopte in de toekomst weer een tweede model te mogen assembleren en ging er prat op in de Antwerpse haven nog 140 hectare te hebben die kon dienen voor een toeleveringspark.Het is genoegzaam bekend dat Opel Belgium in het GM-concern lof oogstte voor de manier waarop het zijn productie compleet reorganiseerde en moderniseerde. Iedereen met enig moreel besef en gezond verstand zou het dan ook vreemd vinden dat juist zon fabriek haar deuren had moeten sluiten. Een economisch systeem dat van onrechtvaardigheid getuigt en de mens niet dient, is onverdedigbaar en verdient bijsturing.Overigens, de baas van Opel Belgium verklaarde begin dit jaar ook dat de overheid nog meer kon doen om de concurrentiepositie van onze autoassemblage te versterken. Hij verwees naar de nood aan een lagere vennootschapsbelasting en een vlottere behandeling van investeringsdossiers. Maar zelfs de welwillendste overheid vermag niets tegen managers die alleen de beurs tevreden willen houden. Denis BOUWEN