Advertentie
Advertentie

Duitse nutsgroepen achterop bij beursklim

De Duitse energiereuzen E.ON en RWE presteerden in de voorbije twee jaar beter dan de nutssector in het algemeen. Dit is het gevolg van de beperktere investeringen in telecommunicatie en Latijns-Amerika. Maar de koersen van beide groepen staan onder druk. Beleggers geven de voorkeur aan conjunctuurgevoeliger nutsgroepen zoals Vivendi Environment. Daarnaast zijn er negatieve berichten uit de Britse stroomsector waar beide groepen overnames hebben verricht. De Britse stroomsector werd reeds in 1990 geliberaliseerd. Het aantal producenten steeg er sindsdien van 6 naar 33. Dit leidde tot een overcapaciteit en een ineenstorting van de groothandelsstroomprijzen. De winstmarges van de stroomopwekkers British Energy, Powergen en Innogy smolten weg. Deze week was er speculatie over een plan van de Britse regering om British Energy van een faillissement te redden. Dit leidde tot een verdubbeling van de koers van British Energy. Sedert begin dit jaar verliest het aandeel nog altijd 90 procent. De overheid wil British Energy niet zomaar failliet laten gaan omdat goed is voor minstens 20 procent van het stroomaanbod. E.ON deed met de overname van Powergen in april 2001 de slechtste zaak. De groothandelsprijzen daalden sindsdien met 40 procent. En Powergen heeft niet genoeg retailklanten om de eigen productie af te zetten.In de resultaten over de voorbije 9 maanden schreef E.ON 2,4 miljard euro aan goodwill af op Powergen. E.ON hoopt het tij te keren met de overname van TXU UK dat over voldoende klanten beschikt. Het door RWE overgenomen Innogy had reeds een uitgebalanceerde stroomactiviteit. Maar terwijl er evidente synergieën te vinden zijn tussen Powergen en TXU UK, is het lastiger die te vinden tussen Innogy en Thames Water. Dit laatste is de Britse watergroep die ook door RWE werd overgenomen. Toch meent RWE dat het de klanten van Thames Water zal kunnen verleiden met energieoplossingen.In tegenstelling tot de Britse stroomprijzen zullen de Duitse stroomprijzen volgend jaar 6-7 procent stijgen. E.ON haalt bijna 45 procent van de bedrijfskasstroom uit de Duitse stroommarkt. Analisten verwachten daarom dat E.ON minstens een winstgroei van 10 procent in 2003 realiseert. Daarnaast is het uitkijken naar de beslissing van het Duitse gerechtshof om de overname van Ruhrgas al dan niet goed te keuren. Terwijl E.ON op de loer ligt voor een grote Amerikaanse overname, is er bij RWE een rustpauze. Na de overnames van Innogy en Transgas, is de nettoschuldpositie opgelopen tot 17 miljard euro. Als de overname van American Water Works wordt afgerond eind juni 2003, komt daar nog 9 miljard euro bij. Bovendien zien de winstvooruitzichten er minder goed uit bij RWE dan bij E.ON. De kernactiva boeren goed, maar de niet-kernactiva waaronderde bouwgroep Hochtief en de persmachineproducent Heidelberger Druckmachienen wegen op het nettoresultaat. Dit gebeurt via de posten financiële lasten en afschrijving van goodwill. Analisten verwachten volgend jaar een dubbelcijferige stijging van de bedrijfskasstroom, maar een nagenoeg gelijkblijvend nettoresultaat. Ze gaan er dus van uit dat RWE de niet-kernactiva niet voor 2004 kan verkopen. CDR