Duurzame energie is karig

De bruikbare, niet-duurzame energie op Aarde is eindig en daarvan is al heel wat opgebruikt. De mens moet dringend omschakelen naar duurzame vormen en maximaal energie besparen. Voorlopig zijn nog nauwelijks duurzame energievormen in staat het gros van het huidig energieverbruik te vervangen. Ook ekonomisch is de inzet van klassieke brandstoffen nog altijd goedkoper. Dit komt grotendeels omdat de kostprijs van die brandstoffen veel te laag is, omdat op te korte termijnen wordt gerekend en het belang ervan voor toekomstige generaties niet wordt ingeschat. Toch overstijgen reeds heel wat alternatieve of duurzame energievormen het experimenteel stadium en hebben ze al een vaste stek verworven in het huidig ekonomisch patroon. Sommigen daarvan als de windenergie mits een lichte subsidiëring. Ook die subsidies vallen gering uit in vergelijking met het overheidsgeld dat bij voorbeeld al in kernenergieresearch is gegaan. Sommige reeds gekende technieken als warmtekrachtkoppeling (WKK) vinden nu een veel grotere toepassing, onder druk van het beleid om de beslissing over een nieuwe kerncentrale alvast tot het jaar 2000 uit te stellen. De nood aan bijkomende kapaciteit was groot. WKK is weliswaar geen duurzame energiebron, maar het maakt een optimaler gebruik van de primaire brandstof en dikwijls ook van verloren gassen, zodat netto energie wordt bespaard. Andere projekten als waterstof, biodiesel, verkeren nog in een experimenteel stadium. Voor zonne- energie komen de noordelijke landen nauwelijks in aanmerking. Sommige klassieke vormen als warmptepompen krijgen onvoldoende aandacht en steun. De stap van grootschalige naar een meervoud van kleinschalige energievormen is in vele landen al enkele jaren ingezet, maar komt in België nu pas zeer traag op gang, wegens de struktuur van de elektriciteitssektor.