ECB op de preventieve toer

Toch wat vroeger dan algemeen verwacht besliste de ECB donderdag om de basisrente met 25 basispunten te verhogen. De initiële positieve reactie van de euro en de Europese obligatiemarkten laat uitschijnen dat de rentezet het monetair beleid stilaan een preventief en geloofwaardig karakter begint te geven. Op langere termijn is dit hoopvol voor de eenheidsmunt. Volgende week zal de Federal Reserve de dollar vermoedelijk echter alweer extra rentesteun geven. Het pond heeft het intussen moeilijker, belaagd door een paar zwakke cijfers.Hoewel de marktparticipanten zich al een tijdje geleden zijn beginnen voor te bereiden op een verdere verstrakking van het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB), kwam de beslissing deze week al bij al nog vrij onverwacht. Er was voor deze vergadering immers geen persconferentie gepland, en de euro begon stilaan stabiliseringsverschijnselen te vertonen tegenover de dollar. Toch werd de basisrente donderdag reeds met een kwart procent opgetrokken tot 3,5 procent. Diverse bestuursleden van de ECB gaven de investeerders tijdens de voorbije weken nochtans de pap in de mond. Zij onderstreepten herhaaldelijk hun bezorgdheid omtrent een te zwakke EMU-munt, over de oplopende prijsdruk in de eurozone en over de opwaartse tendens van de Europese geldhoeveelheidsindicator M3.Al bij al kan de renteverstrakking van de voorbije week gerust een goede zaak genoemd worden. Via een preventief monetair beleid bouwt de ECB immers de broodnodige credibiliteit op, en samen met een evenwichtige economische groei in euroland vormt dit op termijn een ideale mix om de euro weg te halen van de recente dieptepunten. De initiële reactie vanwege de valutahandelaars was donderdagmiddag trouwens gunstig te noemen. De verhouding euro-dollar veerde op van 0,9640 tot circa 0,9735, terwijl de euro tegenover de yen aantrok van 102,10 tot nagenoeg 103. Ook de Europese obligatiemarkten wisten de hogere basisrente wel te smaken. De rente op Duits 10-jaars overheidspapier zakte weg tot 5,27 procent, vergeleken met nog 5,76 procent eind januari.Volgende week krijgt de eenheidsmunt wellicht echter alweer met tegenwind af te rekenen vanuit de VS, want woensdag rekent zowat de hele wereld op een nieuwe renteverhoging vanwege de Federal Reserve. Het rijtje beresterke Amerikaanse fundamentals dat een strakker monetair beleid verantwoordt, werd tijdens de afgelopen dagen opnieuw een stukje langer. Zo stegen de kleinhandelsverkopen in februari met liefst 1,1 procent maand-op-maand, en de industriële productie met een weliswaar minder robuuste 0,3 procent. Tijdens de week tot 11 maart brokkelden de wekelijkse aanvragen voor een werkloosheidsvergoeding echter af tot een historisch zeer lage 262.000 eenheden. Verder lagen de producentenprijzen vorige maand 4 procent hoger dan een jaar eerder, al was deze forse stijging louter het gevolg van de dure olieprijzen. De onderliggende toename bedroeg slechts 1 procent jaar-op-jaar.In Japan moet men de economische performance nog steeds in het andere uiterste gaan zoeken. In het vierde kwartaal van 99 daalde het BBP immers met 1,4 procent op kwartaalbasis, meer dan de consensusvoorspelling van -1 procent, en de tweede daling op rij. Hierdoor is de Japanse economie eind vorig jaar dus opnieuw in een theoretische recessie gesukkeld. Hoewel het Planbureau gewag maakt van een heropstanding in de huidige driemaandsperiode, blijven de cijfers vooralsnog eerder aan de magere kant. De stijging van de industriële output in de maand januari werd donderdag fors neerwaarts herzien van 0,9 tot slechts 0,2 procent op maandbasis. De Japanse monetaire autoriteiten blijven er dus alle belang bij hebben om de yen goedkoper te maken, teneinde tenminste wat meer externe groei te genereren. De Bank of Japan intervenieerde dan ook op de wisselmarkten toen de verhouding euro-yen deze week een nieuw historisch dieptepunt bereikte op 102,10. Tegenover de dollar moest de centrale bank een stijging tot 104,65 yen counteren. Zeker in de maand maart belooft het geen makkelijke klus te worden de yen op duurzame wijze onderuit te halen, want met het einde van het Japanse fiscale jaar in zicht, repatriëren vele investeerders dan fondsen uit de Amerikaanse financiële markten, en zetten deze om in yen.Het Britse pond slaagde er ook deze week niet in om op te boksen tegenover de dollar en de euro. De cross-rate euro-pond veerde op tot 0,6180, terwijl cable met 1,5680 het laagste peil bereikte sinds juli 99. De verhouding pond-dollar blijft op die manier flirten met de opwaartse trendlijn van de jaren 90. Vele valutahandelaars gaan er blijkbaar van uit dat de Bank of England de rente in de rest van 2000 minder zal verhogen dan de Fed. Het moet wel gezegd dat de recentste Britse fundamentals een gemengd beeld vertonen. Zo daalden de kleinhandelsverkopen in februari verrassend sterk met 1,2 procent maand-op-maand, terwijl de industriële output in dezelfde maand voor de tweede keer op rij in het rood ging. Anderzijds bleef de werkloosheidsgraad met 4 procent op het laagste peil in 20 jaar en kende het gemiddeld uurloon in de drie maanden tot januari de sterkste jaarstijging in 8 jaar (5,9 procent). Voor de Bank of England wordt het dus extra moeilijk werken in de komende maanden. Langs de ene kant dreigt een hogere basisrente het pond te duur te maken en de exportsector en het gezinsvertrouwen te kelderen, maar langs de andere kant riskeert een te laks rentebeleid loongedreven inflatie te veroorzaken. Van de Scandinavische munten bood de Zweedse kroon deze week nog het beste weerwerk tegenover de euro. De cross-rate euro-kroon daalde aanvankelijk tot 8,3755, maar dikte na de ECB-beslissing aan tot 8,4625. Wellicht zal de Riksbank de monetaire rem binnenkort ook verder induwen, want de overheidsprognose voor de BBP-groei in 2000 werd verhoogd tot 3,7 procent. De Noorse centrale bank mat zichzelf deze week eveneens een tightening bias aan. In het volgende week verwachte kwartaalrapport van de Norges Bank zal de groeiprognose van december 99 (0,75 procent expansie van het BBP exclusief olie in 2000) opwaarts herzien worden. Toch moest ook de Noorse munt deze week buigen voor de euro, en wel tot 8,1750. CF