Advertentie
Advertentie

Echter dan echt: de fictie van reality-tv

De afschuwelijke beelden die Gaia-leden maakten van het dieronvriendelijke handelen van enkele veehandelaars hebben nog maar eens aangetoond dat er rond het medium televisie een aura van waarheid hangt. Wanneer de Gaia-beelden op het televisiescherm verschenen, was de publieke opinie erg verontwaardigd en kwam de polemiek op gang. Michel Vandenbosch, met het publiek altijd duidelijk aan zijn kant, leek het in ieder actualiteits- en duidingsprogramma te moeten opnemen tegen veehandelaars. Verontwaardigd bij wat het publiek zag, werden er geen vragen meer gesteld bij de mogelijke manipulatie van die beelden.De aanspraak die hier op de realiteit wordt gemaakt, is een mooie illustratie van een evolutie die zich de jongste jaren in het televisielandschap voordoet. De focus op realiteit wordt niet alleen in de Gaia-beelden gelegd. Er lijkt wel een ware wildgroei van reality-tv, denken we maar aan programmas zoals De Mol en Big Brother. Allerhande hybride televisiegenres die zich enten op de werkelijkheid hebben het televisiescherm veroverd. De meeste realityshows introduceren een mix van verschillende genres die als non-fictie de aandacht richten op de doorleefde realiteit en op ervaring. Authenticiteit staat hier centraal. Programmas zoals Het leven zoals het is, Airport, De Bus, Alle Remmen Los en Rescue 911 tasten niet alleen de grenzen tussen privaat en publiek af. Ze bevinden zich op de grenzen tussen voyeurisme en obsceniteit en tussen werkelijkheid en fictie.In de vele vernieuwde formats, waarin reële personen en gebeurtenissen centraal staan, vervagen deze grenzen. Ze worden zelfs overschreden. Deze televisieformats werken via de directe emotionele ervaring van zogenaamde ervaringsdeskundigen, die persoonlijk bij het onderwerp van het programma betrokken zijn. Programmamakers achten deze specifieke werkwijze zeer belangrijk. Het oude idee dat televisie als een venster op de wereld beschouwt, werd gereanimeerd en doet nu dienst ter ondersteuning van een discours over de reality-tv. De programmamakers leggen de nadruk op feitelijkheid en aanspraken op de waarheid worden grif gemaakt. Vooral de realiteitswaarde van deze factuele televisieformats wordt voortdurend beklemtoond, hoewel de link met ontspanning en amusement duidelijk aanwezig is. Deze werkelijkheidsclaim vindt zijn oorsprong in het geloof in de kracht van het medium. De camera liegt nooit, registreert en brengt de wereld in beeld.Programmamakers hebben de ambitie en veronderstellen een representatie van de wereld te geven. Ze doen niets anders dan binnenstappen in het echte leven. Het gebruik van technieken zoals de dramatische reconstructie, die traditioneel tot de sfeer van fictieprogrammas horen, wordt niet opgenomen in hun realiteitsdiscours. Hun aanspraak op de realiteit en de nadruk op het realiteitsgehalte van deze hybride genres worden dan ook niet aan het wankelen gebracht door de gebruikte technieken. In dit discours is wat je ziet de werkelijkheid. Een werkelijkheid van zeer individuele en subjectieve ervaringen van de man of de vrouw in de straat. De private sfeer wordt hierbij geëxploiteerd en het dagelijkse leven van gewone mensen wordt in beeld gebracht.Het is juist deze focus op de slides of everyday life die de realiteitsclaim versterkt. Deze aanspraak op de realiteit is vooral een claim op de binding van de realiteit met het dagelijkse. Voor het publiek lijkt juist de realiteitsclaim een bron van voldoening. Op het televisiescherm zien we representaties van onszelf in onze dagelijkse praktijken, inclusief alle emoties, pijn, verdriet en vreugde. Het is deze focus op de dagelijkse intimiteiten uit de private sfeer van de gewone burger die de realiteitsaanspraken van de programmamakers versterkt. De herkenbaarheid van deze beelden versterkt de illusie de echte wereld te verbeelden. Vragen bij management en manipulatie van de participanten en protagonisten van deze programmas worden niet gesteld. Niet alleen worden de deelnemers aan een grondige evaluatie onderworpen, ook de ingrepen tijdens het programma kleuren en construeren een realiteit. In het debat over reality-tv en andere hybride televisiegenres ontbreekt vaak elke nuance. Toch mogen we niet vergeten dat deze formaten een forum kunnen bieden voor maatschappelijke meningsvorming en als instrumenten kunnen functioneren voor representatie, informatie en participatie. Op een euforische manier wijzen de verdedigers van dit soort programmas op de democratische mogelijkheden. De komst van meer subjectieve ervaringen en meningen met een duidelijke link naar het alledaagse geeft een verbreding van types informatie. Zo plaatst reality-tv themas als racisme, angst en geweld op de agenda. Eventueel bestaat de mogelijkheid onderwerpen uit de taboesfeer te halen. Tegenstanders wijzen op de illusie van democratie die is ingegeven door commerciële winstmaximalisatie. Het valt op dat de verdediging van dit soort televisie vertrekt vanuit een discours waarin de maatschappelijke mogelijkheden worden onderstreept. De positieve uitwerking van reality-tv is met andere woorden uiterst potentieel. Maar daarnaast is ze ook hoogst conditioneel. De discussie over dit soort programmas wordt dan ook gevoerd zonder dat vragen worden gesteld bij de realiteitsaanspraken die gemaakt worden of bij de constructie van deze realiteiten. Een kritische houding tegenover de Gaia-beelden zegt niets over de onwaarheid van deze beelden, maar stelt deze wel ter discussie. Ondanks de potentiële en conditionele democratische mogelijkheden die reality-tv kan bieden, moeten we toch de illusie van televisie als venster op de wereld ter discussie stellen. We dienen kritisch te staan tegenover de aanspraken die programmamakers maken op de realiteit. De programmamakers kunnen beter de aspiratie laten varen om het publiek te overtuigen dat wat ze te zien krijgen echt is. Sofie VAN BAUWEL Daniël BILTEREYST Philippe MEERSDe auteurs zijn respectievelijk assistente, hoofddocent en FWO-aspirant verbondenaan de Vakgroep Communicatiewetenschappen, Universiteit Gent