Een actieve arbeidsmarkt

Een goed werkende arbeidsmarkt is het gevolg van een grondige kennis van zowel de vraag als het aanbod en de mate waarin beide elkaar weten te vinden.Over het aanbod van werkzoekenden is uitstekend cijfermateriaal ter beschikking. De VDAB publiceert op haar website fijnmazige statistieken die maandelijks geactualiseerd worden. Sommige bedrijfssectoren doen jaarlijks peilingen bij hun leden naar de personeelsbehoeften en de knelpunten. In 1998 startte de Kamer van Koophandel en Nijverheid Antwerpen-Waasland met een grootschalige enquête bij een 1.000-tal ondernemingen naar de personeelsverwachtingen, knelpunten en oplossingsstrategieën. Wat blijkt? De verwachte tewerkstellingsgroei neemt af: van 3 procent in 1999 oplopend naar 4,4 procent in 2000 naar een daling tot 2,3 procent in 2002. Gesignaleerde knelpunten blijven onverminderd bestaan. Een vierde van de ondernemingen blijft moeilijkheden ondervinden bij de invulling van vacatures. Nochtans stijgt de beschikbare arbeidsmarktreserve. De ondernemingen merken hier blijkbaar weinig van want 70 procent van de ondervraagde werkgevers stelt dat er amper kandidaten komen opdagen. Merkwaardig als men bedenkt dat Vlaanderen over heel wat middelen beschikt om de vraag en het aanbod op elkaar af te stemmen.Recentelijk heeft de Vlaamse Regering een hervorming van het subregionale beleid aangekondigd: een herstructurering van de VDAB in een regieorganisatie, een opleidingsorganisatie en een commerciële organisatie. Hieraan ging een decentralisering van haar bemiddelingsdiensten vooraf, de zogenaamde lokale Werkwinkels die ingeplant zijn in wijken met een grote werkloosheid.Deze Werkwinkels zijn sterke instrumenten, zij blinken echter niet uit in een proactieve benadering van de langdurige werklozen die het actief zoeken naar werk reeds lang hebben opgegeven. Verborgen of gediscrimineerde groepen moeten benaderd en nog beter toegerust worden zodat zij zich zonder schroom kunnen aanbieden op de arbeidsmarkt. Dit betekent dat de overheid dringend werk moet maken van voldoende aanbod aan Nederlandse taaltraining gekoppeld aan training van arbeidsattitude, aangevuld met een basisopleiding ICT en een verhoging van de mobiliteit.Er is echter meer nodig om de grote arbeidsmarktreserve aan te spreken. Om opleiding op de werkvloer aan te moedigen, geeft de Vlaamse Overheid opleidingscheques uit. Werkgevers worden aangemoedigd om meer te investeren in opleiding van hun werknemers. Via deze maatregel kunnen zij 50 procent van hun opleidingskosten recupereren. Dit alles is alvast een stap in de goede richting.Werknemers laten uitstappen vanaf 58 jaar of vroeger is maatschappelijk niet meer te verantwoorden en op termijn niet houdbaar. Werkgevers kunnen mits een toelage van de Vlaamse Overheid deze oudere werknemers inzetten in de begeleiding en opleiding van jonge, nieuwe werknemers.België heeft de laagste werkzaamheidsgraad bij de categorie jongeren tot 25 jaar. De combinatie van leren en werken moet meer aangemoedigd worden; niet alleen in het secundair onderwijs maar ook in het hoger onderwijs, waar de recente hervormingen in het kader van de Bolognaverklaring zeker voldoende opening laten.Het verdient aanbeveling om verder werk te maken van een gestroomlijnde overgang van school naar werk. Dit begint reeds in het laatste jaar van het lager onderwijs. De Vlaamse Kamers voor Handel en Nijverheid staan aan de wieg van initiatieven om jongeren vertrouwd te maken met het beroepsleven, hun technologische kennis te toetsen, peter-bedrijven in te schakelen, mini-ondernemingen. Op het niveau van het secundair onderwijs werd in Antwerpen het Stage Informatie Systeem ontwikkeld. Uitgebreid over heel Vlaanderen voorziet het systeem in een elektronische matching tussen vraag en aanbod van stages. Werkervaring dient een geïntegreerd onderdeel te worden van ieder opleidingsprogramma.En ten slotte is er de stimulering van het ondernemerschap. In vergelijking met de VS, waar een werkende op de acht een onderneming start, is dit in België een op de zeventig. Dit is bedroevend laag. Niet alleen is er te weinig aandacht in het onderwijs; het ondernemen wordt ook ontmoedigd door de complexe en te zware regelgeving voor startende ondernemers. Nochtans zodra ze gestart en succesvol zijn, genereren de meeste ondernemingen na een jaar bijkomende arbeidsplaatsen.Dit is een pleidooi om op Vlaams niveau een volwaardig sociaal-economisch beleid met de drie bevoegde ministers uit te bouwen. Laat daarbij de lokale markt haar werk doen, met partners die iets te betekenen hebben naar hun natuurlijke achterban. Laat ze campagne voeren naar het bedrijfsleven, de studenten, werknemers en werklozen en hun schouders zetten onder een meer actieve arbeidsmarktgerichte welvaart.Dirk BULTEEL,Kris VANHERPEDe auteurs zijn respectievelijk directeur en positieve actiemanager van de Antwerps-Wase Kamer van Koophandel en Nijverheid